Langstudeerdersboete op de grill

door GB op 08/04/2011

in Haagse vierkante kilometer

Stibbe heeft op verzoek van studenten alle juridische argumenten tegen de langstudeerdersboete op een rijtje gezet. Daarbij zijn alle juridische tegels gelicht, waaronder de mogelijkheid dat we hier te maken hebben met een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM, die – in weerwil van artikel 7 EVRM – langstuderen met terugwerkende kracht strafbaar stelt. Een en ander behoudens de mogelijkheid, denken we er dan maar even bij, dat langstuderen een misdrijf is volgens ‘de algemene rechtsbeginselen die door de beschaafde volkeren worden erkend.’ Want dan maakt artikel 7 EVRM geen problemen.

Het sterkste argument vind ik de overtuigende weerlegging van het standpunt van de regering dat het een ander geval betreft dan waar de Hoge Raad in het Harmonisatiewetarrest terloops vernietigend naar uithaalt. Toen ging het om inschrijvingsrechten, nu gaat het alleen om geld, beweert de regering. Maar ook toen ging het, betoogt dit advies op basis van de wetsgeschiedenis, uiteindelijk alleen om de geldkraan. Iedereen die betaalde mocht gewoon blijven studeren. Dus moet de conclusie luiden dat dit huidige voorstel door de Hoge Raad evenzeer in strijd met de rechtszekerheid geacht zal worden als de Harmonisatiewet eerder overkwam.

Tot die strijd met het rechtszekerheidsbeginsel valt overigens ook gewoon zelfstandig te concluderen. Lees het advies:

Stibbe advies langstudeerders TB-AC-2011[2]

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CW 12/04/2011 om 00:14

De staatssecretaris heeft inmiddels gereageerd. Zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hoger-onderwijs/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/04/11/juridisch-advies-inzake-langstudeerdersmaatregel.html.

Snel bekeken, herhaalt de staatssecretaris dezelfde argumenten die hij eerder in de MvT en de NNvV. Wat betreft de inbreuk op het rechtszekerheidsbeginsel komt het aan op een belangenafweging en volgens de staatssecretaris blijft de langstudeerboete binnen de marges van die afweging. Van strijd met IVESCR, EVRM en het Unierecht is geen sprake. De weerlegging van deze beroepen op internationale regelgeving is niet uitvoerig te noemen (vanwege tijdsgebrek of wil men de kaarten tegen de borst houden?).

Interessant is verder de laatste alinea waar de staatssecretaris – eindelijk – zelf een beroep doet op het Harmonisatiewetarrest. In eerdere stukken werd voornamelijk betoogd dat het beroep van studenten op het Harmonisatiewetarrest niet opgaat omdat de Harmonisatiewet en langstudeerboete niet vergelijkbaar zijn. Nu zet de staatssecretaris de hakken in het zand door te stellen dat het aan de wetgever is of er wel of niet sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en niet aan de rechter. Punt. Dat de Hoge Raad die strijdigheid in een bijzin constateerde en daarmee het lot van de Harmonisatiewet bezegelde, laat hij (hier) even weg. Jammer, ik was best wel benieuwd waarom de staatssecretaris zou menen dat de Hoge Raad deze keer niet (impliciet) zal toetsen. De kritiek op de handelswijze van de Hoge Raad naar aanleiding van het Harmonisatiewetarrest en het feit dat ook het wijzigingsvoorstel van Halsema niet voorziet in toetsing aan algemene rechtsbeginselen lijken in die richting te wijzen.

Wat hiervan ook zij, de langstudeerboete kan dankzij de mogelijke strijdigheid met hoger verdrags- en Unierecht niet aan rechterlijke controle worden onttrokken. Maar eerst is de Tweede Kamer (en daarna mogelijk de Eerste) aan zet.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: