Conclusies van de eerste koninkrijksconferentie

door MN op 23/12/2011

in Haagse vierkante kilometer, Varia

Post image for Conclusies van de eerste koninkrijksconferentie

Op 14 december 2011 vond in Den Haag de eerste Koninkrijksconferentie plaats. De conferentie vloeit voort uit de afspraken die gemaakt zijn ter gelegenheid van de herstructurering van het koninkrijk per 10 oktober 2010. Tijdens de conferentie zijn enkele conclusies getrokken. Ik noem de opvallendste:

  • De vrije speelruimte van de landen om een eigen buitenlands beleid te voeren lijkt wat opgerekt. Het Statuut is op dit terrein niet al te scheutig:  slechts voor zover het gaat om economische en financiële verdragen kent het de landen een zekere verdragsautonomie toe. In de praktijk van de laatste decennia was al langer sprake van een verruiming. De conferentie accentueert die ontwikkeling.
  • In de betrekkelijke media-aandacht die rondom de conferentie werd gegenereerd, ontstond de indruk dat Curaçao zich klaarstoomt om volledig onafhankelijk te worden. Die optie is ietwat vergemakkelijkt (daarover hieronder meer) maar er is ook een diametraal tegenovergestelde conclusie getrokken: de landen “erkennen het grote belang van samenwerking” en “dragen de meerwaarde van het Koninkrijk actief uit”. We kunnen binnenkort dus wat koninkrijkspropaganda verwachten.
  • In 1993 kreeg Aruba als enige land binnen het koninkrijk een easy way out: het kan eenzijdig de koninkrijksrechtsorde verlaten, mits daarmee door de Arbuaanse bevolking wordt ingestemd in een correctief referendum. Bij de herstructurering van 2010 is nagelaten een soortgelijke opt-outclausule voor Curaçao en Sint Maarten te introduceren. Op de conferentie is afgesproken dat bij “een volgende wijziging van het Statuut” (dat hoeft dus niet de eerstvolgende te zijn?) er voor wordt gezorgd dat ook Curaçao en Sint Maarten het koninkrijk op soortgelijke wijze eenzijdig kunnen verlaten.
  • Sinds 2010 verplicht het Statuut de rijkswetgever een regeling te maken voor het beslechten van geschillen tussen de landen en het Koninkrijk. Een werkgroepje gaat zo’n rijkswet nu voorbereiden. Die rijkswet moet voorzien in onafhankelijke geschilbeslechting. Dat hoeft niet per se een rechterlijke instantie te zijn. Dat leid ik tenminste af uit een tweede conclusie die op dit punt is getrokken: het werkgroepje “onderzoekt verder welke andere voorziening nodig is om strikt juridische geschillen onafhankelijk te laten beslechten” (curs. van mij, MN).  Deze tekst doet vermoeden dat de conferentie twee soorten geschllen voor ogen had: juridische en niet-juridische. In november 2010 heeft de Raad van State van het Koninkrijk op verzoek van de koninkrijksregering al wat suggesties voor de geschillenregeling gedaan. We kunnen zo ongeveer wel raden welk instituut de Raad van State aanbeveelt als toekomstige geschilbeslechter. Veel meer dan raden zit er voorlopig trouwens niet in, want het advies is nog niet openbaar gemaakt. Er wordt wel voorzichtig naar verwezen in een ander advies (§3.2 onder d) van de Raad.
  • Ten slotte is er nog een Reglement van Orde gemaakt. Volgens dat  reglement heeft de conferentie een intergouvernementeel karakter: besluiten vergen unanimiteit en de conferentie neemt niet de plaats van de rijksministerraad over. Bij de openingsverklaringen mag de pers aanwezig zijn, maar daarna gaan de deuren dicht. Zolang de Ombudsman ze tenminste niet openbreekt.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: