1913 voor de rechtspraak. Welk verhaal wordt later verteld?

door IvorenToga op 31/12/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for 1913 voor de rechtspraak. Welk verhaal wordt later verteld?

We sluiten het jaar 2013 af en vragen ons misschien af hoe latere generaties zullen oordelen over ons voorbije jaar. In lijn met het boek 1913 van Florian Illies kan dat als volgt gaan.

Op 25 januari 2013 ging rechter Aalbers naar het werk in het besef dat hij ook deze dag niet zou slagen in het wegwerken van zijn faillissementszaken. Het stemde hem droef omdat hij zich schuldig voelde, maar niet anders kunnend vanwege zijn kwaliteitsopvattingen.
Op 19 februari 2013 wees de strafkamer van de Hoge Raad een arrest over de doorwerking, beter gezegd verdergaande relativering, van vormverzuimen, niet wetende dat de commentatoren het een ietwat zwalkend arrest zouden vinden.
Op 15 oktober 2013 wees de Hoge Raad enkele arresten over de roekeloosheid met vier conclusies van de A-G’s, waarbij de tijd zal uitwijzen of er meer overtuigingskracht uitgaat van de conclusies of van de arresten.
Op 21 februari 2013 kwam de Raad voor de rechtspraak met een brief aan de gerechten dat de kwaliteit van de rechtspraak niet in gedrang komt door de productiedruk en dat rechters en bestuurders eerst moeten aantonen dat ze het maximale hebben gehaald uit de beschikbare financiën voordat ze voor meer geld bij de Raad aankloppen. Een arme of een rijke brief, dat oordeel zal de historie uitwijzen in het licht van het beleid van de komende jaren.

Wat leren deze data en beschrijvingen van gebeurtenissen over 2013? Hoe zal het jaar worden bijgezet in de annalen van de geschiedenis? Een intrigerende film is Perfect sense waarin de aardbewoners een voor een hun zintuigen verliezen, eerst de geur, dan de smaak en zo verder. Het verdriet is niet te overzien, men herinnert zich nog slechts de geur en de smaak van natuur en mens in vervlogen tijden. De film krijgt een interessante wending als de hoofdrolspelers eten gaan bereiden alsof zij hun zintuigen nog bezaten. Het doet denken aan de dove Beethoven die componeerde, de noten in zijn hoofd tot herinnering, tot leven, brengend, zonder daadwerkelijk de noten te kunnen horen.

Of is dit fenomeen niet zo verwonderlijk? Stoelt onze persoonlijke of bredere geschiedschrijving niet veeleer op een historische constructie in plaats van op een reconstructie? Zo gaat het bij de (juridische) waarheidsvinding in het algemeen en zo gaat het ook bij de geschiedschrijving van onze voorbije jaren. Gaande een dag of een gebeurtenis willen we een specifiek moment vasthouden, al was het maar om na afloop aan vrienden of intimi te kunnen vertellen. Maar de gebeurtenis is nog niet gepasseerd of de duiding neemt al een aanvang. Duiding, zingeving en uitleg zijn mede afhankelijk van tijd en plaats, van de ontvankelijkheid van de toehoorder, van het motief van de verteller, van onze persoonlijke geschiedenis en karakters die gebeurtenissen in de mal van een gewenste of gevreesde ontwikkeling persen. Lang vond ik aansluiting bij de opvatting dat overleveringen onze herinneringen levend houden. Geheugen is immers iets anders dan herinneringen, zoals kijken en zien ook niet synoniem hoeven te zijn. Cognitief weten is niet gelijk aan weten met het hart. Inmiddels meen ik dat die overleveringen geen getrouw beeld van het verleden geven maar dat dit niet ernstig is. Onze persoonlijke en collectieve geschiedenis heeft ons gemaakt tot wat we zijn, tot de rechtspraak van 2013, maar door de tand des tijds gaat de precisie verloren en resteren ons slechts gekleurde en beperkte verhalen, zoals dat het vroeger beter met de rechtspraak was gesteld.

Of het jaar 2013 wordt bijgezet als een bijzonder of als een doorsnee jaar, zal afhangen hoe de huidige jaargenoten bepaalde thema’s uitvergroten of verkleinen. Te vaak wordt daarbij een jaar geconstrueerd als een vooruitgang of een achteruitgang. Veel bestuurders, zich ten onrechte eindverantwoordelijk denkend voor het voorbije tijdvak, schetsen hun bestuursjaar als een vooruitgang. Veel rechters, zich als individu ten onrechte minder verantwoordelijk denkend voor het collectief, schetsen het voorbijgaande als een gestage verschraling onder invloed van bezuinigingen en nog zo wat. Ik daarentegen zie geen vooruitgang of achteruitgang, maar probeer – ondanks mijn soms te spitse of scherpe woordkeuze – steeds een ontwikkeling te zien zonder negatieve of positieve connotatie en zoals gezegd is dat bijzonder moeilijk.

Laat ik mijn eigen impressie geven. Op de dag dat ik dit stukje schrijf, was ik voor de laatste dag van dit jaar op het werk. Donker en guur weer. Ik heb de laatste concepten van dit jaar weggewerkt en het laatste dossier dichtgeslagen. Processen-verbaal uit het opsporingsonderzoek, ietwat beduimeld papier dat door vele handen is gegaan, af en toe een vlek die nicotinegebruik doet vermoeden, met een inhoud die vele emoties van betrokken verdachten en slachtoffers verraadt, maar die door het tijdsverloop vergeeld aandoet, wat een zeker gevoel van spijt oplevert. Rechtspreken is vaak vergeeld werk met een oordeel dat meestal als mosterd na de maaltijd komt.

Ik geef de plant water, maak nog een rondje door de gangen, langs lege kamers, iedereen is naar huis, en ik kijk naar de kamers die ik al 15 jaar ken en die bewoners heeft geherbergd die inmiddels zijn vertrokken, overleden of gepensioneerd geraakt en die nieuwe collega’s huisvesten die van het leven en het werk van de vorige bewoner geen weet hebben. Ik zie de kleine beschadigingen aan de muur die er al vele jaren zitten, vermoedelijk veroorzaakt door een dossierkar die een te ruime bocht maakte. Ik zou nostalgische gevoelens kunnen krijgen a la de kinderboeken van Van der Hulst, maar het voorbije jaar is als een damp vervluchtigd. Hopelijk zullen er nog vele volgen, met emoties en mee- en tegenvallers die bij tijd van leven als kleine en nauwelijks meer te achterhalen rimpelingen worden bijgezet in de geheugenkast.

Naarmate ik ouder word vind ik het lastiger om de contouren van een ontwikkeling te zien. De paradox is dat ik meer jaren wil overzien om een ontwikkeling te kunnen traceren, maar die jaren lijken steeds sneller voorbij te gaan. Een jaar bestaat vooral uit opstaan, werken, bijkomen van het werken en slapen. Waar ik die monotoon ogende cadans als jongeling zou hebben verafschuwd, ervaar ik dit verglijden van dagen, weken en maanden thans als het natuurlijke forum van mijn leven. Ik doe wat mijn hand vind om te doen en hopelijk is het goed genoeg voor de paar mensen die zich mij later zullen herinneren aan de hand van een constructie van enkele kleuren en smaken. We weten slechts bij subjectieve benadering wat voor ons was en met vrees of hoop wat komen zal, maar in morele zin weten we dat iedereen er op eigen wijze en naar eigen draagkracht het beste van moet maken. Dat moet genoeg zijn, leven en werken naar wat we menen dat behoorlijk(e) rechtspraak is, ongeacht tijd en plaats en financiën. Elke tijd en plaats zijn eigen maatstaf!

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: