Draait de SGP voldoende bij?

door GB op 15/01/2013

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Post image for Draait de SGP voldoende bij?

De discussie over de SGP-vrouwen heeft er een interessante kwestie bij. Er heeft reeds veel inkt gevloeid over de vraag of de SGP mocht blijven doen wat ze deed, ook nadat de Hoge Raad daarover duidelijk was. Daarna is veel tijd gaan zitten in het bestuderen van de vraag wat de Staat dan moest doen. Dat varieerde van creatieve voorstellen voor vrouwenquota op de staatkundig gereformeerde lijsten tot de vasthoudende pleidooien van Rob Kooijman dat het objectieve recht reeds zijn zuiverende werking had gedaan. Inmiddels is de SGP een beetje in beweging gekomen, en is het dus de vraag of daarmee ‘het probleem’ waartegen de Staat volgens de Hoge Raad moest optreden, vervallen is.

De Hoge Raad wil de SGP haar opvatting over het passief vrouwenkiesrecht ‘niet ontzeggen’, maar ziet een probleem in ‘de wijze waarop de SGP bij de kandidaatstelling voor de algemeen vertegenwoordigende organen haar opvatting in praktijk brengt’. Het gaat dus niet om het uitroeien van de opvatting, of om het de facto stellen van vrouwelijke kandidaten: het gaat om wat de SGP doet om politiek bewuste vrouwen bij een kamerzetel vandaan te houden.

De meest in het oog springende verandering bij de SGP is het opgeven van de poging om via een soort (juridische) binding van hun leden aan het Beginselprogramma de deur dicht te timmeren voor vrouwen die hun roeping misverstaan en zich toch kandidaat willen stellen. Tegenover die ‘juridische binding’ staat straks artikel 13a van Reglement: artikel 10 van het Beginselprogramma ‘kan rechtens niet meer tegengeworpen worden’. Voor zover de SGP meende bij een rechter nog enige kans van slagen te hebben tegenover een vrouw die kon aantonen enkel vanwege haar geslacht geweigerd te zijn, is die bepaling natuurlijk overbodig. Maar dat is niet het belangrijkste. Het gaat om de interne positie van de SGP-leiding richting hun eigen vrouwelijke leden. Wat dat betreft, is wel van betekenis dat de SGP aangeeft voortaan af te zien van een formeel juridische redenering tegenover eventuele vrouwelijke kandidaten. Daarmee beweegt de SGP wel degelijk in de door de Hoge Raad geëiste rechtmatigheid: vrouwen hoeven er zelf niet meer voor naar de rechter.

Is het voldoende? Dat hangt af van het trekken van de grens tussen ‘het hebben van een opvatting’ en het ‘in de praktijk brengen van die opvatting’. Telt een partijvoorzitter die een beetje op het geweten van zijn vrouwelijke leden inspeelt als het ventileren van een opvatting of als het feitelijk blokkeren van vrouwelijke kandidaatstelling? Is de strijd van Clara Wichmann pas gestreden als de SGP naar binnen communiceert dat vrouwen niet alleen ‘rechtens’ met rust worden gelaten over hun geslacht, maar dat hun kunne ook niet gebruikt wordt bij het beoordelen van het SGP-gehalte van een kandidaat? Dat laatste zou overigens in lijn zijn met de inmiddels niet onaanzienlijke hoeveelheid mannelijke SGP-vertegenwoordigers die openlijk aangeven geen tegenstander te zijn van vrouwelijke kandidaten. Die mannen onderschrijven artikel 10 Beginselprogramma dus ook niet.

Ik denk zelf dat we de SGP-vrouwen niet moeten onderschatten. Die melden zich wel. De aanpassing van het reglement geeft intern het belangrijke signaal af dat de ultieme Bijbelse kaart niet getrokken is. Er zijn talloze Bijbelse onderwerpen waarvoor de SGP zichzelf liever opheft dan een millimeter opvatting opgeven, ook niet ‘rechtens’. In dat licht lijkt het goed om het arrest van de Hoge Raad (uiteindelijk slechts een verklaring voor recht) niet op te vatten als een bevel om zo snel mogelijk naar een door de rechter uitgetekende eindstand te marcheren, maar als iets wat in de theorie beschreven wordt als destabilization rights: rechterlijke uitspraken als middel om vastgelopen discussies weer nieuw leven in te blazen. Dat de motivering van het SGP-arrest enige vaagheid vertoont, past daar prima bij. Het gaat er immers niet om dat de rechter voor eens en voor altijd bepaalt hoe het echt zit. Het gaat om het (weer) op gang trekken van een discussie over wat misschien wel onterecht vanzelfsprekend is.

Zo beschouwd is de missie geslaagd. De politiek heeft het oude dichtgetikte standpunt dat de grondrechten van de SGP zondermeer zwaarder moeten wegen dan het Vrouwenverdrag verlaten en bij de SGP zelf is nu ook beweging gekomen. Mission accomplished, case closed zou ik zeggen.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 PJK 15/01/2013 om 12:46

Ferry Mingelen was van mening dat het een wat ‘Roomse’ oplossing was…

2 Rob 21/01/2013 om 14:51

GB,
Drie opmerkingen.

In maart 2011 liet de SGP al weten dat er geen formele (juridische) belemmeringen voor vrouwen waren. Statuten en reglement waren inderdaad zo uit te leggen (zie mijn NJB-artikel). Bij de voorgestelde aanpassing in het reglement zegt de SGP dat nu weer. Die aanpassing verduidelijkt dus slechts, maar is feitelijk overbodig, zoals jij ook zegt.
Ik denk zelf dat de SGP in 2011 meende, dat hoewel er geen formele (juridische) belemmeringen voor vrouwen waren, het vrouw-zijn in de praktijk toch kon worden tegengeworpen. Volgens mij zou de SGP dan in strijd hebben gehandeld met dat er geen formele (juridische) belemmeringen voor vrouwen waren (zie http://www.drogredenen.nl). De juridische binding aan handelen in overeenstemming met art. 10 Beginselprogramma is opgegeven. Niet handelen in overeenstemming met art. 10 kan dus niet worden tegengeworpen. De bewering dat er geen formele (juridische) belemmeringen voor vrouwen zijn, geeft de interne positie van de SGP-leiding aan richting hun eigen vrouwelijke leden, precies zoals jij ook schrijft. Als de SGP naar binnen communiceert dat vrouwen ‘rechtens’ met rust worden gelaten over hun geslacht, dan kan hun kunne niet(!) worden gebruikt bij het beoordelen van het SGP-gehalte van een kandidaat. Weer: anders handelt de SGP in strijd met dat er geen formele (juridische) belemmeringen voor vrouwen zijn.

De Hoge Raad zag een probleem in ‘de wijze waarop de SGP bij de kandidaatstelling voor de algemeen vertegenwoordigende organen haar opvatting in praktijk brengt’. Het gaat dan om “de praktijk door geen vrouwen kandidaat te stellen”, preciezer, de praktijk door vrouwen om het feit dat ze vrouw zijn niet kandidaat te stellen. Een partijvoorzitter die inspeelt op het geweten van zijn vrouwelijke leden maakt slechts gebruik van zijn vrijheid van meningsuiting, die niet in het geding was. (De SGP mag van de rechter ook zelf blijven welke opvattingen haar kandidaten verkondigen – zie met name het gerechtshof hierover. Wat nu als de SGP van haar kandidaten verlangt, dat zij het vrouwenstandpunt verkondigen?).

Het arrest van de Hoge Raad is inderdaad een verklaring voor recht. De Staat handelt in strijd met artikel 7 Vrouwenverdrag, omdat die bepaling de Staat verplicht om situaties waarin een politieke partij vrouwen kan uitsluiten van een lidmaatschap dat wel aan mannen gegeven wordt, te beëindigen. Dat is, als de SGP vrouwen kan blijven uitsluiten, een indirect bevel tot het nemen van maatregelen die ertoe leiden dat de onrechtmatige situatie wordt beëindigd. Of dat zo snel mogelijk moet: wat is zo snel mogelijk? Maar de door de rechter uitgetekende eindstand is, dat de SGP vrouwen het passief kiesrecht toekent, waarbij impliciet is aangenomen dat de SGP zich daartoe zal laten leiden. De motivering van het SGP-arrest is geenzins vaag. Het gaat erom dat de rechter heeft bepaald hoe het nu zit. Het gaat niet om het op gang trekken van een discussie over wat misschien wel onterecht vanzelfsprekend is.

3 Frits Jansen 22/02/2013 om 10:04

Van een politica kan worden verwacht dat zij de beginselen van haar partij onderschrijft als zij zich kandidaat stelt. En dat belet nog steeds dat vrouwen kandideren voor de SGP. je kunt van de VVD ook niet verlangen dat ze een socialist op de kandidatenlijst zetten.

Artikel 7 van het vrouwenverdrag staat op gespannen voet met de vrijheid politieke partijen op te richten naar eigen overtuiging. Als de rechters consequent waren geweest, hadden zij de SGP verboden. Alleen is het verbieden van een politieke partij absoluut een laatste redmiddel. Zelfs de Duitsers schrikken er ondanks hun moeilijke verleden voor terug om neonazi-partijen te verbieden (uit angst dat ze anders ondergronds gaan).

Nu de SGP niet verboden is moet ze de vrijheid hebben beginselen aan te hangen die veel mensen niet meer van deze tijd vinden. Ik teken aan dat de SGP destijds is *opgericht* uit protest tegen de invoering van vrouwenkiesrecht.

In het onwaarschijnlijke geval dat de SGP discriminerende wetgeving door zou weten te drukken zou deze alsnog sneuvelen bij toetsing aan het EVRM. Als de VVD tenminste niet tegen die tijd die toetsingsmogelijkheid heeft afgeschaft! Want onze eigen grondwet is op dit punt veel te vrijblijvend: er zijn geen mogelijkheden om art. 1 te handhaven.

Behalve dat je een kamerlid zou kunnen betichten van meineed op hun eed van trouw aan de grondwet. Maar zo’n ambtsmisdrijf kan alleen vervolgd worden als daar een meerderheid voor is in de Kamer. Er is zelfs nog niemand op het idee gekomen om Wilders te vervolgen wegens meineed, terwijl daar alle reden toe zou zijn.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: