Waarom in roerige tijden nog steeds geen plea bargaining?

door IvorenToga op 05/04/2013

in Rechtspraak

Post image for Waarom in roerige tijden nog steeds geen plea bargaining?

Voor strafpleiters was het niet onverwacht dat raadsheren in Leeuwarden naar buiten traden met een heus manifest om aan te geven dat toenemende werkdruk gevolgen kan gaan krijgen voor de kwaliteit van de rechtspraak. Ook het aansluiten van de President van de Hoge Raad, zelfs bang voor ongelukken, past in het bestaande beeld dat rechters het te druk hebben. Tegengestelde geluiden, ook afkomstig van de zittende magistratuur maken duidelijk dat het van buitenaf maar moeilijk oordelen is. Zitten rechters met te veel werk of zit het probleem inderdaad meer in de organisatie van al dat werk? Treffend vond ik de opmerking van een rechter die tijdens de bewondering van een mooie foto opmerkte dat zij haar strafzaken heel goed aan kan maar dat zij doodmoe wordt van de wensen cq. eisen van de managers. “Mij is de verantwoordelijkheid gegeven om mensen levenslang op te sluiten, maar wanneer ik met een collega wil ruilen moet ik middels formulieren in drievoud eerst toestemming van de manager hebben.”

Wat hiervan zij, wanneer rechters zorg voor de kwaliteit van de rechtspraak aan de orde stellen is er reden tot zorg. Waar het probleem ook zit, er kan natuurlijk een hoop gewonnen worden wanneer strafrechters zich uitsluitend bezig zouden houden met die zaken waar om een rechter wordt gevraagd. En juist als het het gaat om die vraag zou er een belangrijke winst geboekt kunnen worden wanneer we de gedachte zouden accepteren dat een bestraffing niet perse het resultaat van een strafproces hoeft te zijn. In het klein doen we dat natuurlijk al. Maar nu nog in het groot.

Waarom kan een gevangenisstraf van pak hem beet, acht jaren niet zonder strafproces worden bereikt? Afdoende beantwoording van die vraag zal leiden tot gecompliceerde uiteenzettingen waarin vele facetten van de strafrechttoepassing de revue zullen passeren. Ik praat echter vanuit de praktijk en dat zal ook de praktijk van de meeste strafpleiters zijn.En in die praktijk kan ik met grote regelmaat, na beëindiging van een strafzaak, klein en groot, vaststellen dat het ook zonder rechter had gekund. Die regelmaat is zodanig dat het alleen al daarom merkwaardig is dat deze discussie niet wordt gevoerd en dat dit heilig huisje in al het strafrechtelijk tumult onaangetast overeind blijft.

We kennen een hele lichte variant van plea bargaining, zij het dat die verstopt zit en dat die een ongewisse uitkomst heeft. Het gaat dan om het sjabloon “dat de verdachte er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien” als strafmaatverhogende omstandigheid. De verdachte die in hoger beroep gaat omdat je nooit weet hoe een koe een haas vangt en die in de aanloop naar de behandeling door het hof in gaat zien dat ontkennen hem niet verder zal brengen heeft nog de optie van bekennen, inclusief de spijt, als een vorm van plea bargaining; hij bekent, ziet nu immers wel het laakbare in, die overweging kan er dus uit en dat moet – enig – gevolg hebben. Het blijft behelpen want soms werkt het en soms niet.

Het probleem zit hem in die koe en die haas, omdat die in heel veel vervolgingen opduiken. De verdachte die geconfronteerd wordt met een dossier vol bewijsmiddelen heeft niets te verliezen als hij het proces ingaat, de uitzonderingen daargelaten.

Waarom zou je als je een van de openlijke geweldplegers bent en de veroordeling al klaar ligt niet alle omstanders en medeverdachten als getuigen gaan horen als dat niets kost, in de hoop het tij te keren? Als de verdachte bekent houdt voor hem alles op, terwijl onduidelijk blijft of dat bekennen enig voordeel op zal leveren. Illustratief is de regelmatige mededeling van verdachten dat er getuigen gehoord moeten gaan worden, maar dat ik maar moet bepalen wie en waarom. Mij wordt uiteraard zeer vaak de vraag gesteld hoe de zaak gaat aflopen. Mijn reactie daarop is: “als nu die deur opengaat en de officier komt binnen met de mededeling hier tekenen dan heb je drie jaar en we lullen nergens meer over, dan zou ik dat doen als ik jou was”. En geloof het of niet, niet zelden volgt dan de vraag: “kan dat?” En omdat ik met die drie jaar dan helemaal niet zover af zit van het eindresultaat bevinden wij ons dan in een plea bargaining setting, alleen zonder wederpartij.

Mijn inschatting is dat het percentage MK-zaken waarin de verdachte al in een vroeg stadium tot een plea bargaining bereid is boven de vijfentwintig zal liggen. En dan doel ik op een korting in de strafmaat van zo’n twintig procent. Bij plea bargaining ontlopen daders hun gerechtvaardigde straf, ze worden ten onrechte beloond is een veel gehoord argument. Maar dat kan toch het probleem niet zijn wanneer vastgesteld moet worden dat ook nu heel veel daders hun gerechtvaardigde straf ontlopen, te beginnen met hen die nooit gepakt worden en te eindigen met hen die als gevolg van het te lang blijven liggen van hun strafzaak ook gunstige consequenties voor de strafmaat ervaren (“na zo’n lange tijd stuur je iemand niet meer naar de gevangenis”). Als plea bargaining leidt tot meer ruimte in het systeem zullen uiteindelijk minder daders een straf kunnen vermijden. Het fenomeen dat daders hun gerechtvaardigde straf kunnen ontlopen hebben we trouwens processueel al geaccepteerd, zie de kroongetuige; de principiële hobbel is dus al genomen, alleen daar gaat het om mededaders, daar heb ik hier niet het oog op.

Maar de zaken met slachtoffers of nabestaanden dan? Een slachtoffer is geen rolmodel en er zullen zeker slachtoffers zijn die het niet zullen kunnen verteren dat “hun” dader korting kan bedingen. Maar er zullen ook slachtoffers zijn die juist gebaat zijn bij een snelle bekentenis, snel duidelijkheid en een snelle afdoening. En waarom zou het slachtoffer hierover niet gehoord kunnen worden? De vordering van de benadeelde partij kan overigens ook bij de deal betrokken worden, bijvoorbeeld doordat de Staat de benadeelde partij altijd schadeloos stelt en de vordering verhaalt op de dader; de schadevergoedingsmaatregel kan dan als onderdeel van de deal achterwege blijven.

Dan wordt ook verwezen naar het Amerikaanse systeem. Onschuldigen worden gedwongen om te bekennen om een draconische rechtsgang en straf te ontlopen. In elke (B) film over deze materie zit het draconische ook vooral in het jury element om de verdachte duidelijk te maken dat hij bij niet bekennen in de handen zal vallen van juryleden die niet van zwarten houden of iets dergelijks. Uiteraard zal bij plea bargaining zeer goede rechtsbijstand moeten worden verleend. Dat kan het probleem niet zijn want deze rechtsbijstand is beschikbaar en ook in het huidige systeem worden steeds meer kwalitatieve eisen aan de verdediging gesteld. Een voorziening als een second opinion in wat zwaardere zaken is zeer eenvoudig te regelen.

Terug naar het heden: op de vraag van de client of het zin heeft om te bekennen moet een strafpleiter bij gebrek aan wetenschap te vaak het antwoord schuldig blijven. En dat is jammer.

Peter Plasman
Strafpleiter

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 CR 08/04/2013 om 10:16

Ik kan me goed voorstellen dat het managementdenken het lastig maakt voor strafrechters om hun werk goed te doen. Maar deze tekst is vergeven van het managementdenken. Het belonen van een bekentenis moet ertoe leiden dat de verdachte lichter wordt gestraft dan eigenlijk gerechtvaardigd is, maar dat is toch in orde, want het spaart tijd en geld uit. Dat zou nog terecht zijn als de bekentenis iets vertelde over berouw bij de verdachte, maar daar gaat het hier helemaal niet over: het gaat over het sluiten van een deal – in de woorden van Plasman: “of het zin heeft om te bekennen”. Meneer de rechter, als ik ook nog tranen in de ogen kan produceren, doet u er dan nog een jaartje af?
Waarom zouden we een straf van acht jaar niet buiten zitting kunnen afspreken? Nou, msschien wel omdat de strafvordering toch al in het overgrote deel van de gevallen door het OM wordt afgedaan, en als ze al voor de rechter komen, dat pas gebeurt in de allerlaatste fase. Efficiënt is dat wel: de rechter hoeft nauwelijks nog iets te controleren. Maar als OM en verdachte met een plea bargain komen, wat zou zo’n druk bezette rechter dan nog controleren?
We komen dicht in de buurt van de strafrechterloze rechtspleging, waarin de markt bepaalt. De verdachte met een goede advocaat kan een goede deal sluiten, maar de sociaal zwakke verdachte die zijn positie niet goed weet te verdedigen kan buiten de controle van de openbaarheid in grote problemen komen.

2 a.zecha 12/04/2013 om 15:32

Reagerend op het inleidende deel van onderhavig artikel de volgende.twee bemerkingen.

Indien bij de “bovenbazen” van een organisatie de idee de overhand krijgt dat
– er meer productie moet worden gedraaid;
– van eenzelfde of zelfs van een betere kwaliteit;
– met eenzelfde of kleinere personele bezetting of met lager opgeleiden;
– er gereorganiseerd wordt;
– er bezuinigd wordt ter verkrijging van meer winst;
lijkt het standaard antwoord te bestaan uit de aanstelling van één of meer “managers”.

“Statelijke” organisaties bestaan uit “statelijke” ambtenaren, die een roestvrije rechtspositie van vanadiumstaal bezitten in tegenstelling tot gewone werknemers bij “gewone” organisaties en ook in tegenstelling tot hun politieke opdrachtgevers.
Boze tongen beweren zelfs dat de ambtenaren feitelijk een bepalende regeermacht vertegenwoordigen. Niet in het minst doordat de door ambtenaren voorgestelde en geformuleerde bureaucratische wetten en regelgeving worden geimplementeerd door van staatswege onvoldoende gecontroleerde “managers” van velerlei gehalte.
a.zecha

3 Laura Peters 05/05/2013 om 12:35

Het is inderdaad, zoals Plasman stelt, opmerkelijk dat de discussie over consensuele procesalternatieven niet uitdrukkelijk(er) wordt gevoerd. De mogelijkheid van plea bargaining is weliswaar in 2001 onder de aandacht van de politiek gebracht, maar de toenmalige minister van justitie besloot dit niet in te voeren. Hij stelde dat voor de adversaire Anglo-Amerikaanse plea bargaining geen plaats is binnen de Nederlandse, meer inquisitoire rechtstraditie. Daarmee verstomde de discussie onmiddellijk. Dat in landen om ons heen met een vergelijkbare rechtstraditie op dat moment juist een stevig debat gaande was over de introductie van op plea bargaining gelijkende rechtsinstituten zag de minister toen kennelijk niet. En dat terwijl het debat in die landen voortkwam uit dezelfde behoefte aan een vergroting van de efficiency in de strafrechtsketen als in Nederland, en leidde tot de invoering van interessante alternatieven voor plea bargaining.

Dat het op dit moment praktijkjuristen zijn die de hoge werkdruk in de strafrechtsketen aan de orde stellen en daarbij term plea bargaining laten vallen, moet door rechtsgeleerden en politici zeer serieus worden genomen. Men hoeft slechts een blik over de Duitse grens te werpen om het belang hiervan te begrijpen. Daar werd eenzelfde roep om discussie over consensuele procesalternatieven in de jaren ‘70 en ‘80 genegeerd. Dit leidde ertoe dat advocaten, officieren van justitie en rechters op grote schaal en in achterkamertjes allerlei deals sloten om de afdoening van strafzaken te versnellen, zonder dat daarop enige controle van buitenaf bestond. Pas in 2009 kwam de Duitse wetgever met wetgeving die deze praktijk moest geleiden. De recente uitspraak van het Duitse Bundesverfassungsgericht van 19 maart 2013 (2 BvR 2628/10) laat zien dat de inmiddels algemeen geaccepteerde onderhandelingspraktijk nog maar moeilijk een halt toe te roepen is.

De ervaringen die ik heb opgedaan in mijn promotieonderzoek naar op plea bargaining gelijkende procesalternatieven in Italië, Duitsland en Frankrijk leveren een nuttige bijdrage aan de te voeren discussie (L.J.J. Peters, Vonnisafspraken in strafzaken. Een rechtsvergelijkende studie naar een vorm van onderhandelingsjustitie in Italië, Duitsland en Frankrijk, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2012). Zo blijkt daaruit dat het belangrijk is de discussie niet te beperken tot plea bargaining, maar deze uit te strekken tot zogenaamde vonnisafspraken. Dit is een overkoepelende term voor afspraken tussen verdachte en openbaar ministerie over het verloop en de afloop van een strafprocedure. De typisch Anglo-Amerikaanse plea bargaining is daarvan slechts een variant; vonnisafsprakenprocedures in Europees continentale landen wijken in een aantal essentiële opzichten af van plea bargaining.
Verder is het noodzakelijk om kennis te nemen van de wetgeving en het debat in de continentale landen, omdat die landen strafsystemen hebben die vergelijkbaar zijn met het Nederlandse. Zo kunnen wij de voor ons gunstige, maar ook de voor ons bezwaarlijke aspecten van die procesmodellen bestuderen en ons behoeden voor de negatieve effecten die vonnisafspraken in die landen hebben gehad op het strafsysteem. Zo vindt de efficiënte Italiaanse vonnisafspraak geheel achter gesloten deuren plaats, hetgeen wel aantrekkelijk wordt gevonden door veel verdachten maar weinig transparante procedures geeft. Een openbare rechterlijke toetsing van het akkoord (zoals gebruikelijk in Duitsland en Frankrijk) ligt eerder voor de hand. De Duitse vonnisafspraak kenmerkt zich vervolgens door een actieve betrokkenheid van de rechter bij de voorbereidende gesprekken over een akkoord. Dit zet vraagtekens bij de positie van de rechter die tevens als zittingsrechter fungeert in dezelfde zaak. De Franse vonnisafspraak zou daarentegen een goede inspiratiebron kunnen zijn voor een Nederlands model.

Een rondgang in de Europese systemen laat zien dat het met inachtneming van bepaalde minimumvoorwaarden mogelijk is om consensuele procesalternatieven te ontwikkelen die te verenigen zijn met de wortels van onze meer inquisitoire procestraditie. Of we daadwerkelijk over zouden moeten gaan tot implementatie van een dergelijke figuur zal nog moeten blijken, maar de stelling dat de discussie daarover moet worden gevoerd, ondersteun ik van harte.

Laura Peters
Postdoc Vakgroep strafrecht en criminologie RUG
Twitter: @Laurajjpeters

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: