De griffier als voorportaal van de rechter

door IvorenToga op 03/09/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De griffier als voorportaal van de rechter

Wanneer een buitenstaander het Wetboek van Strafvordering zou doorbladeren, dan zou hij of zij niet de mate vermoeden waarin de strafrechter bij zijn werkzaamheden wordt ondersteund. Op dit blog is al veelvuldig geschreven over de mate waarin strafvorderlijke taken en bevoegdheden door de centraliseringstendens aan de rechter is onttrokken. In deze bijdrage wil ik me richten op de rol van de griffier.

De griffier wordt volgens de wet geacht het proces-verbaal ter terechtzitting op te maken, terechtzittingen en verhoren bij te wonen, aantekeningen te maken en ondersteuning te bieden aan een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast in al diens ambtsverrichtingen. Deze laatste omschrijving die terug te vinden is in artikel 12 Orde van dienst gerechten is dermate ruim dat het niet verbaast dat veel discussies binnen de gerechten gaan over de mate van ondersteuning waarop de strafrechter recht heeft. Iedereen kent rechters die vinden dat het kopiëren van (onderdelen van) dossiers daaronder valt. Regelgeving hoeft gelukkig niet alleen taalkundig geïnterpreteerd te worden. Treffend en aansprekend om meer redenen is het voorbeeld uit de dissertatie van Taco Groenewegen over wetsinterpretatie en rechtsvorming waarin hij stelt dat wie in een restaurant op de kaart een hamburger ziet staan ook geen stuk vlees van 10 kilo verwacht terwijl dat taalkundig niet valt uit te sluiten. Kortom ook een contextuele benadering is mogelijk en die zou dan impliceren dat de griffier alleen die taken wordt geacht te verrichten waarvoor de rechter hem per se nodig heeft. Het aanwezig zijn bij zittingen en verhoren, het opmaken van processen-verbaal én het opmaken van rechterlijke uitspraken. Deze laatste benadering staat echter weer ver af van de hedendaagse praktijk waarin rechters worden ondersteund bij het appointeren van zittingen, bij het voorbereiden van zaken doordat griffiers uittreksels maken van dossiers en doordat uitspraken vrijwel volledig door griffiers op papier worden gezet waarbij veel op- en aanmerkingen niet meer dan taalkundig of stilistisch zijn.

Voor ieder van de geschetste interpretaties over de zeggenschap van de griffierswerkzaamheden valt wat te zeggen, maar in plaats van te bezien welke interpretatie nu het meest wenselijk is, is het misschien veel beter om de interpretatie aan de rechters zelf over te laten. En nu eens voor de verandering niet volgens een en dezelfde professionele standaard, maar naar eigen inzicht.

Daar moet echter wel wat tegenover staan en dat heeft van doen met de oorzaak van de huidige spanningen als het gaat over de inzet van griffiers. De uniforme zittingslast voor rechters is gebaseerd op een uniforme mate van ondersteuning. Om de uiteindelijke productie te kunnen verwezenlijken moeten rechters gebruik maken van de ondersteuning die hen wordt aangeboden, anders loopt de (financiële) planning in de soep. Rechters mogen de griffiers dus niet meer laten doen dan binnen de afdeling is afgesproken. Zelf mogen ze natuurlijk wel meer doen maar dat levert ze geen korting op de zittingslast op. Deze situatie verklaart waarom rechters het vervelend vinden wanneer hen van hogerhand te kennen wordt gegeven dat ze griffiers niet mogen laten kopiëren en andersom dat rechters klagen dat ze niets aan de aangeboden ondersteuning hebben terwijl hun zittingslast daar wel op is afgestemd.

Kortom: wil de mate van ondersteuning op de wensen van strafrechters kunnen worden afgestemd, dan zal dat ook moeten communiceren met de zittingslast. Hoe meer ondersteuning, hoe groter de zittingslast en vice versa. In de toekomst zou daaraan nog het onderscheiden van verschillende type griffiers kunnen worden gekoppeld. Denk aan de klassieke klerk, de zittingsmanager en de schrijfjurist. Ook hier kent alles zijn prijs. Bij de klassieke klerk, wordt de rechter geacht veel organiserend en schrijvend werk zelf te doen en kan worden volstaan met een kleinere zittingslast. De zittingsmanager en de schrijfjurist nemen de rechter daarentegen meer werk uit handen. Daar hoort dus een hogere zittingslast bij. Het ideaal zou zijn wanneer een rechter, strafkamer of team kan kiezen uit verschillende pakketten en aldus zijn of haar eigen ideale evenwicht kan bewerkstelligen.
Daarbij moeten rechters niet bevreesd zijn om de griffier nog meer werk te laten doen dan nu al het geval is. Ervaren juristen zouden als de eerder genoemde zittingsmanager onder zekere voorwaarden ook bepaalde beslissingen kunnen nemen namens de rechter. Beslissingen die daarvoor in aanmerking komen zijn beslissingen voorafgaand aan de zitting die door de rechter op wiens naam die beslissing genomen wordt hersteld kunnen worden. Denk aan het afwijzen van aanhoudings- en getuigenverzoeken. De griffier fungeert dan als een soort strafvorderlijke filter. Omdat op zitting altijd nog een contraire beslissing kan volgen en de verdedigingsrechten in wezen ongeschonden blijven, is er weinig spanning te voelen met het systeem van strafvordering. Voor toewijzende beslissingen is altijd het expliciete akkoord van de strafrechter nodig. En wanneer de griffier zich voortdurend met de strafrechter verstaat om feeling te houden met de strafvorderlijke koers die die rechter voorstaat, houdt de strafrechter meer greep dan nu het geval is waarin centrale functionarissen appointeren en beslissen op aanhoudingsverzoeken. Bovendien vindt er als gezegd nu al de nodige ‘delegatie’ plaats wanneer rechters de door griffiers geschreven uitspraken slechts stilistisch en taalkundig van glossen voorzien en zij het dossier doorlezen aan de hand van de leeswijzer van de griffer. In wezen gaat die delegatie veel verder, terwijl geen zicht is op de reikwijdte daarvan. Het laten nemen van herstelbare beslissingen gaat ook minder ver dan ontwikkelingen in de gezondsheidszorg en bij het openbaar ministerie. De parketsecretaris dagvaardt namens de officier van justitie, houdt TOM-zittingen en doet zaken af met een strafbeschikking. De nurse practioner die de afgelopen jaren in de gezondheidszorg zijn intrede heeft gedaan, verricht zelfstandig taken die lange tijd aan de arts waren voorbehouden. De vergelijking met de griffier als voorlopige toegangspoort tot de rechter is vergelijkbaar met de tandartsassistente die de klant eerst ontvangt en pas bij gevonden gaatjes de cliënt doorverwijst naar de tandarts. Zo zijn er vele voorbeelden nabij en veraf die tot inspiratie kunnen dienen.

Er moet niet te snel afwijzend worden gereageerd op delegatie van de beslissingsbevoegdheid van de rechter. Het is wel de rechter die daar uitdrukkelijk voor moet kiezen. Met een professionele standaard op dit vlak (waarvan het me niet zal verbazen dat die uit zal komen op de voorstellen gedaan in het rapport Partners in crime. De juridisch medewerker in de strafrechtspraak, een professional naast de rechter. Een toekomstvisie) verandert niets aan het onderliggende probleem. Ondertussen zal een rechter die meer bouwt op de ondersteuning een grotere zittingslast moet accepteren. En als hij dat niet wil, zal hij (en de rechterlijke organisatie) het in de toekomst met minder juridische ondersteuning moeten doen. Ik zou zeggen: het woord is aan de individuele rechter!

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: