Reactie op Plea bargaining. Een vereenvoudige procedure voor bekennende verdachten in hoger beroep.

door IvorenToga op 07/11/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Reactie op Plea bargaining. Een vereenvoudige procedure voor bekennende verdachten in hoger beroep.

Het voorstel van Rinus Otte voor een nieuwe, vereenvoudigde procedure voor bekennende verdachte in hoger beroep op basis van de beginselen van plea bargaining biedt interessante, nieuwe input in de discussie over efficiency in de Nederlandse strafrechtspleging. Ofschoon ik nog altijd wat moeite heb met de negatief geladen Anglo-Amerikaanse term ‘plea bargaining’ en pleit voor het neutralere, en daardoor in rechtsvergelijkend opzicht wat preciezere woord ‘vonnisafspraken’, is er veel te zeggen voor zijn voorstel. Een procedure waarbij openbaar ministerie en verdediging in overleg een conceptvonnis in hoger beroep opstellen dat na rechterlijk fiat ten uitvoer kan worden gelegd bespaart veel tijd en dus capaciteit. Dit is niet alleen in het belang van de rechtstreeks betrokkenen, maar ook van de rechterlijke macht en dus de samenleving.

Otte verwijst in zijn bijdrage naar Duitse en Amerikaanse afsprakenprocedures, en naar mijn bespreking van de ontwikkelingen omtrent het Verständigungsverfahren in de bundel “Het roer recht”. Hierin waarschuw ik voor een rechtspraktijk die door het niet wettelijk reguleren van onderhandelingen al te zeer afglijdt van de theorie, en roep de Nederlandse wetgever op om opnieuw een debat te voeren over onderhandelingen in strafzaken om tijdig heldere grenzen te stellen. Ik ondersteun de discussie die Otte aanzwengelt dan ook van harte.

Toch passen bij zijn voorstel wel enkele kritische opmerkingen. Men kan immers niet zomaar leentjebuur spelen bij dit veelbesproken thema. Zo is de Duitse Verständigungspraktijk voor onze rechtspleging eigenlijk weinig inspirerend, omdat de ontwikkelingen daar vooral een voorbeeld zijn van hoe het niet moet. Overigens valt er voor wat betreft afspraken in appelzaken überhaupt weinig te leren van Duitsland, aangezien hoger beroep daar slechts in beperkte mate mogelijk is tegen in eerste aanleg gewezen vonnissen. Tegen vonnissen van het Landgericht – die voor Verständigungen feitelijk het meest interessant zijn – staat zelfs helemaal geen hoger beroep open, en daarover wordt dus ook niet onderhandeld.

Een land dat in dit opzicht wellicht meer inspiratie biedt is Italië. Opmerkelijk is dat de Italianen de afsprakenprocedure in hoger beroep, het zogenaamde ‘concordato in appello’, juist vrij recentelijk hebben afgeschaft. De procedure was in 1989 naast de zogenaamde ‘patteggiamento’ (een vonnisafsprakenprocedure in eerste aanleg) geïntroduceerd en moest leiden tot een vergroting van procesefficiency in hoger beroep. De idee was dat appelzaken op basis van een akkoord tussen verdediging en openbaar ministerie versneld in de raadkamer konden worden behandeld wanneer de grieven zich slechts richtten tegen de weging van strafverzwarende en strafverminderende omstandigheden ten behoeve van de strafmaat. In 2008 werd de procedure weer afgeschaft omdat (te)veel verdachten anticipeerden op de strafkortingen die daarmee gepaard gingen. Veel verdachten kozen ervoor niet te onderhandelen in eerste aanleg, maar dit uit te stellen tot het hoger beroep (hetgeen na een patteggiamento in eerste aanleg niet meer mogelijk was). In plaats van een vermindering, leidde dit dus juist tot een toename van appelzaken.

Deze ervaring in Italië, waar uiteraard nog veel meer over te zeggen is dan hier mogelijk is, laat zien dat het dubbel invoeren van vonnisafspraken in eerste aanleg én in hoger beroep in ieder geval moeilijk samengaat. Bij mij rijst derhalve de vraag of we de discussie niet eerst moeten richten op consensuele procedures in eerste aanleg. Dit is voor onze strafrechtspleging niet onmogelijk, mits er een aantal minimumvoorwaarden in acht wordt genomen (vgl. L.J.J. Peters, Vonnisafspraken in strafzaken, 2012).

Daarnaast komt bij mij ook de vraag op wat de rol van de benadeelde partij precies moet zijn. Otte stelt voor deze bij de onderhandelingen te betrekken, maar een strafverlaging in appèl voor een veroordeelde verdachte zal in de meeste gevallen niet op goedkeuring van de benadeelde partij kunnen rekenen. Overigens speelt de benadeelde partij in Italië überhaupt geen rol in afsprakenprocedures; in Duitsland wordt deze er bij vonnisafspraken in eerste aanleg wel bij betrokken, maar heeft daarin geen doorslaggevende stem.

Deze kritische, rechtsvergelijkende noten daargelaten, zou dit voorstel zich wel kunnen lenen voor een lokaal experiment, dat in een later stadium mogelijk de aanzet kan geven tot wetgeving. Daarbij zou een en ander wel in een vastomlijnd kader gegoten moeten worden met richtlijnen die zien op transparantie en andere rechtswaarborgen. Onder meer verslaglegging van overleggen en een externe, rechterlijke controle daarop zijn fundamenteel om Duitse toestanden te voorkomen. Dat geldt ook voor het voorstel de rechter te betrekken binnen de ZSM en meer specifiek bij de OM-afdoening. Vooral bij de laatstgenoemde procedure speelt zich (te)veel achter gesloten deuren af en geniet een rechterlijk fiat voorafgaand aan de veroordeling mijns inziens de voorkeur.

Een weer iets andere variant zou zijn dat er omvorming plaatsvindt naar een rechterlijke strafbeschikking, waarbij we weer inspiratie op kunnen doen bij onze oosterburen. Het Duitse Strafbefehlsverfahren is zeer efficiënt en biedt bovendien ook mogelijkheden voor overleg tussen openbaar ministerie en verdediging.

Kortom, de argumenten van Otte om te komen tot een efficiënter en effectiever hoger beroep, en daarbij zijn voorstel om de mogelijkheden voor afsprakenprocedures in eerste aanleg en hoger beroep af te tasten ondersteun ik van harte. Het implementeren van dergelijke procedures hoeft in Nederland geen onmogelijkheid te zijn. Wel is het daarbij goed de buitenlandse argumenten voor en tegen afsprakenprocedures, en de praktijk daaromtrent, nauwkeurig in ogenschouw te nemen opdat die in velerlei opzicht als inspiratie kunnen dienen.

Laura Peters
Postdoc Vakgroep strafrecht en criminologie RUG

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: