Retoriek rond de verdediging in strafzaken

door IvorenToga op 21/01/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Retoriek rond de verdediging in strafzaken

Retorica is van alle tijden. Retoriek is belangrijk als metgezel van de argumentatieve grondtonen. Een debat is meestal te herleiden tot een of twee kernen. Eindeloze herhaling van die kern verveelt het publiek. Vandaar dat het forum moet weerklinken van retorica. Die vergezellende luchtstroom kan de toehoorder overtuigen van het gelijk van de spreker. Retorica is daarom een kunst. Wanneer is er echter sprake van gebakken lucht?

Laten we het debatje op Ivorentoga.nl tussen rechter Bordes (en zijdelings Wery) en advocaat Van ’t Hullenaar eens onder de loep leggen. Bordes schrijft openhartig over haar rechterlijke ervaring met de onderbouwing van het verdedigingsbelang en over haar vraag of de verdedigingsstrategie wel werkt door frequent getuigen te willen bevragen. In dat forum wordt zij tegemoet getreden door de advocaat. Ik vat zijn redeneerstijl samen.

Bordes en Wery zijn te weinig genuanceerd en lijden aan gebrekkig inzicht, de rechter moet wakker gehouden worden, met fantastisch monnikenwerk komt de advocaat er bij de meeste rechters niet meer, er moet met kracht opgetreden worden tegen fundamenteel verkeerde opvattingen van magistraten, de uitgangspunten zijn toch heel simpel en daar mag nooit, maar dan ook nooit, iets op worden afgedongen, de advocaat is geheel onafhankelijk, verdachten zijn van vlees en bloed, raadsheren kennen louter een papieren werkelijkheid, de rechter moet het gewoon doen met datgene waarmee hij op zitting wordt geconfronteerd. Van ’t Hullenaar ziet het als zijn maatschappelijke taak tegen deze misvattingen op te komen, het Wetboek van Strafvordering is nog lang niet zo ver als Bordes en Wery denken.

In zeker opzicht is de reactie van Van ’t Hullenaar aansprekend. Niet omdat hij inhoudelijk gelijk heeft, daarover zo dadelijk meer, maar vanwege het prettige retorische karakter van zijn verhaal. Hij komt met geen bewijsmiddel, zijn pleidooi zou in raadkamer geen responsieplicht voor een vonnis of arrest oproepen, maar het is geweldig dat hij het debat aangaat. Want het debat gaat wel ergens over, over de vormgeving van het onderzoek ter zitting, over de wijze waarop waarheidsvinding plaatsvindt, en daarbij heeft de verdediging een rol te spelen.

1. Het voert voor een korte reactie te ver om de inhoud van de twee thema’s van Bordes grondig van juridische annotaties te voorzien. Ik wijs echter op één consistente lijn in wetgeving en rechtspraak. De verdediging wordt ingesnoerd. Ik verwijs naar het bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Dit fenomeen is al vele jaren ter ziele. Advocaten waren toen bijzonder kritisch over deze en andere saneringen van het Wetboek van Strafvordering. De rechtsstaat zou afglijden, was slechts één van de retorische galmen van het toenmalige forum. 20 jaar later is mijn indruk dat het nog wel meevalt met dat afgegleden rechtsstaatgehalte. Ik noem dit inmiddels gedateerde voorbeeld omdat die en vele andere wetswijzigingen illustreren dat de verdediging in strafzaken minder ruimte heeft gekregen. De belangrijkste les daarvan is dat de vraag naar een behoorlijke procesvoering niet primair gedicteerd wordt door de belangen van een advocaat. Ondanks vele retoriek van publicerende advocaten zijn de belangen van een advocaat nog niet direct algemene belangen. Het zijn voor een groot deel particuliere belangen voor een particulier nut. Dat gegeven maakt de verdediging in strafzaken zeker niet minder waard, maar het zijn andere waarden die bovendien moeten passen in het rechterlijk model. Daarmee wil niet meer gezegd zijn dan dat in het bijzonder sinds het begin van deze eeuw zowel wetgever als rechter strakkere kaders hebben gesteld aan de ruimte die de raadsman krijgt om de verdediging naar eigen inzicht vorm te geven. De van alle tijden schaarse zittingstijd, er zijn altijd rijen andere verdachten en slachtoffers met de legitieme wens dat hun zaak ook tijdig wordt behandeld, heeft het strafvorderlijk trechtermodel aangejaagd. De verdediging kan rechten verspelen als hij niet tijdig, bijvoorbeeld in eerste aanleg, met verzoeken komt, als hij dezelfde getuigen nogmaals wil horen zonder deugdelijke onderbouwing, als hij zonder nadere concretisering zijn onderzoekswensen poneert. Naarmate het geding vordert, in het stadium van het hoger beroep is aangekomen, worden de eisen aan de verdediging dwingender en moet de verdediging meer kleur bekennen. De trechterende betekenis van het voortbouwend appel dwingt de raadsman sinds 2007 tot meer onderbouwing. Natuurlijk, de cassatierechter noopt ook de feitenrechter tot meer onderbouwing van de afwijzing van de vele weinig concrete verdedigingsverzoeken, maar het lijdt weinig twijfel dat de opvatting dat elke belastende getuige gehoord moet worden, niet optimaal stoelt op de strafvorderlijke ontwikkelingen in het laatste tijdvak.

2. Deze eerste ontwikkeling klemt temeer indien we acht slaan op een tweede ontwikkeling, de opbrengst van die getuigenverhoren, mede in het licht van de wijze waarop die getuigenverhoren plaatsvinden. Rechters, officieren van justitie en raadslieden zijn niet zo bekwaam in het horen van getuigen. Ongerichte, omcirkelende of concluderende en gesloten vragen domineren het algemene beeld. Indien we dan de belasting voor getuigen en slachtoffers in ogenschouw nemen die de gang naar een getuigenverhoor in het kabinet of in de zittingzaal meebrengen, moge duidelijk zijn dat er een duurder wordende plicht op de schouders van de strafrechter rust om voorzichtig om te gaan met getuigenverzoeken. Op dit punt openbaart zich opnieuw het particuliere belang van de raadsman om zijn cliënt vrij te krijgen of enige blaam weg te poetsen. De bredere taak van de rechter is om een evenwichtige procedure te entameren en te bewaken, waaronder de zorg om getuigen en slachtoffers niet onnodig te belasten. Dat belang is groter en ontstijgt dat van de verdediging. Daarom stel ik opnieuw dat de raadsman veel ruimte heeft om de verdediging naar eigen inzicht vorm te geven, maar die vormgeving moet wel passen in het door de strafrechter te bewaken algemene strafvorderlijk kader, daarin heeft de strafrechter het eerst en het laatste woord, en niet de raadsman. Wie het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2013 leest ziet dat strafvorderlijke vormverzuimen verder worden gerelativeerd en dat daarbij ook de positie van het slachtoffer wordt betrokken. Ook in dat belang manifesteren zich de nieuwe bakens.

We kunnen neerzitten in treurnis of berusting, maar we kunnen ook een andere weg inslaan. Terug naar vroeger is geen optie, wet en rechtspraak zijn evident op de koers van Bordes.

Enkele weken geleden was er op Ivorentoga.nl een boeiende discussie tussen Robroek en advocaat Roelse te lezen. Boeiend omdat ook daarin zijdens de verdediging veel retorica uit de kast werd gehaald. Ik las in de opvattingen van Roelse nergens in hoeverre de waarheidsvinding en nevengeschikte strafvorderlijke doelen gediend werden met zijn opvattingen over getuigenverzoeken en –verhoren. Op zich is het niet zo verwonderlijk dat veel juristen behoudend opereren. Wie het tempo van wettelijke en rechterlijke koerswijzigingen moeilijker kan overzien, trapt begrijpelijkerwijs op de rem. Maar vroeger komt nimmer weerom. Het zou een grote aanwinst zijn als strafrechtjuristen over hun schaduw heen springen en nadenken hoe ze de kwaliteit van het strafproces en van hun eigen inzet kunnen behouden of zelfs verdiepen door meer acht te slaan op de koers vanaf de eeuwwisseling. De opbrengst zou wel eens groter kunnen zijn.

Het is geweldig dat Ivorentoga.nl inmiddels dagelijks zoveel honderden lezers kent. Ik ben nog meer verheugd dat er reacties komen die debat uitlokken. Het maakt niet zoveel uit of er sprake is van retoriek. Integendeel: beroepsgroepen gaan op deze manier met elkaar in debat en dat is altijd beter dan het papieren tijdschrift vlug doorbladeren voor het op de stapel verdwijnt. Ondertussen zou het aardig zijn om over enkele jaren met Bordes (en Wery) en Van ’t Hullenaar terug te blikken op de dan alweer voorbije ontwikkelingen.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Bruno 22/01/2014 om 22:25

Hoezo reacties en debat, mijnheer Otto? Reacties zijn op Ivoren Toren uitgeschakeld!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: