Strafrechter of strafrechtspecialist

door IvorenToga op 28/01/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Strafrechter of strafrechtspecialist

Op de basisschool wordt geprobeerd het kind vele vaardigheden bij te brengen: tekenen, kleien, zingen, rekenen, lezen en zo verder. Na afloop wordt het kind geacht met een redelijke algemene basis door te stromen naar de middelbare school, alwaar een verdere uitsplitsing in vooral cognitieve onderdelen plaatsvindt. Zo gaat het door tot in het beroepsleven: aan en rond een lopende band worden vele posities en taakjes vergeven. Aldus wordt van wieg tot graf een compartimentering van taken en vaardigheden nagestreefd. Het is de kunst om het overzicht en evenwicht te houden. Dat is niet zo eenvoudig zoals elk arbeidsproces leert.
Wie na vele jaren werken tot het rechtersambt wordt geroepen vergaat het niet veel anders. Vroeger kende de rechtspraak generalisten die over de verschillende rechtsgebieden rouleerden. Thans werken de meeste rechters na enige tijd op één rechtsgebied.
Sinds de eeuwwisseling is een andere ontwikkeling zichtbaar geworden. De gespecialiseerde strafrechter deed zijn intrede.

Deze rechterlijke specialisten werden nodig geacht omdat ook de advocatuur en het openbaar ministerie zich specialiseerden. Natuurlijk werd het bekende begrip rechtseenheid voluit ten tonele gevoerd, complicaties op de verschillende deelterreinen vergden ingevoerde strafrechters die de rechtsontwikkeling in vaste banen zouden leiden.

Ik schets enkele organisatorische gevolgen. In slechts enkele jaren kregen we fraudespecialisten te zien en zo verder. Deze gespecialiseerde strafrechters beriepen zich in de kortste tijd op het bijzondere en lastige karakter van hun specialisme dat moest leiden tot minder zaken op een zitting en tot minder zittingen per maand. Ook dienden de juridisch en administratief medewerkers gespecialiseerd te zijn in het bijzondere rechtsgebied. Sindsdien zijn de organisatorische en vakmatige problemen alleen maar groter geworden. Het jaarlijkse organisatorische en juridische gelazer kent geen einde. Elk jaar komt er wel een specialisme bij, mensenhandel, verkeerszaken en zo verder. Ik noem enkele problemen.

1. Er zijn afdelingen die de beschikbare formatie eerst toedelen aan de bijzondere rechtsgebieden en de resterende menskracht moet de gewone strafzaken doen, waardoor bij de gewone werkstroom vaak achterstanden ontstaan.
2. Er zijn collega’s die zich niet geverseerd voelen in een bijzondere strafkamer en die jaar na jaar opteren voor een vermeend interessanter rechtsgebied.
3. Bij het inroosteren van rechters en griffiers ontstaat steevast gedoe omdat de bijzondere zaken voorrang krijgen, of het nu vanuit de vermeende specialisten is of vanuit de zittingsplanners.
4. Bij het vergelijken van zichzelf met de collega’s (een overbekend menselijk fenomeen) vindt de specialist vaak dat hij het moeilijker heeft dan de collega die het gewonere werk doet hetgeen de specialist tot het standpunt brengt dat zijn zittingslast navenant zou moeten verminderd en/of dat hij ondersteund zou moeten worden met de betere griffiers.

Tot op heden begrijp ik niet goed waarom strafrechters en de gerechtsleiding deze koers zijn ingeslagen en evenmin waarom zij niet zien dat voortzetting van deze koers funest uitpakt.

De meeste rechters houden niet van rouleren, het kost veel tijd om je in te werken en velen voelen overplaatsing naar een andere afdeling als kapitaalvernietiging. Maar ik begrijp niet waarom een rechter binnen de eigen afdeling niet de natuurlijke ambitie kent om alle voorkomende strafzaken te berechten. Mijn organisatorische pleidooi is sinds 2010 onveranderd: het gebrek aan integraal (samen)werken is een van de twee belangrijkste oorzaken van de huidige spanningen in de rechtspraak (de andere is het gebrek aan organisatorische ruimte voor en activiteit van de rechter in zijn gerecht).
Er zijn weinig allround strafrechters meer die integraal de zich voordoende strafzaken behandelen en zien dat de zich voordoende rechtsvragen in de onderscheidene zaken vrijwel altijd grote overeenkomsten vertonen. Natuurlijk zijn er specifieke wettelijke regelingen, maar die zijn vrijwel altijd van procedurele aard en ik wil niet geloven dat een rechterlijk ambtsdrager die verschillende strafvorderlijke regelingen niet zou kunnen en willen kennen. Nogmaals: anders ligt het bij de ware bijzondere strafkamers, maar die zijn als zodanig dwingend aangewezen door de wet.

Mijn pleidooi is eenvoudig.
In een gerecht zijn er slechts enkele bijzondere strafkamers zoals de wet ze bedoelt, zoals de beklagkamer en de economische kamer. Voor de overige strafzaken zou moeten gelden dat deze door elke rechterlijke en gerechtelijke professional gedaan moeten worden. De andere vermeend bijzondere strafkamers moeten opgeheven worden en die zaken (jeugd, fraude, (bijzondere) raadkamer, mensenhandel, verkeer enz.) kunnen verdeeld worden over de zittingen die we gewone commune kamers noemen, zoals de wet ook bedoelt. Op termijn moet het weer gebruik worden dat om 9.00 uur een mishandelingszaak staat geappointeerd, om 10.00 uur een jeugdzaak die met gesloten deuren wordt behandeld, en zo verder.
Dit strafvorderlijk denken en roostertechnisch rekenen in gevarieerd samengestelde zittingen met door de bank genomen gewone strafzaken zal ongetwijfeld weer nieuw gedoe opleveren (rechters zijn niet voor niets eigenzinnig). Het grote voordeel is echter dat alle rechters zich zullen moeten verdiepen in het jeugd- of sanctiestrafrecht, in fraude en in alle voorkomende variëteiten. En ik vertrouw erop dat er altijd enkelingen zullen zijn die meer van de bijzondere kenmerken weten dan gemiddeld, zij worden geacht hun collega’s op de hoogte te houden, noem ze voor mijn part voorzitters kenniskringen. Hun mails lopen minder kans gedeleet te worden of ongelezen opgeslagen te worden in submapjes van de mailbox. Geen bijzonderheid van de strafzaken is binnen de door mij voorgestane werkwijze te min, rechters horen immers allrounders te zijn.

Ook deze organisatorische en juridische integraliteit van werken zal op termijn een bijdrage vormen aan het verminderen van de juridische en organisatorische spanningen in de strafrechtspraak.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 lyngbakken 29/01/2014 om 07:23

Ik vraag mij af of Rinus Otte zich heeft verdiept in de psychologie van de werkvloer. Zoals hij het schetst verbinden specialisten speciale aanspraken aan het zijn van specialist. Hij meent dat daar inhoudelijk weinig reden voor is.

Als ik met hem aanneem dat zo is, waarom claimt men dan? Ik denk dat die claims dan zeggen: erken de status van mijn werk en mijn persoonlijke manier om dat te doen. En ik denk dat die erkenning er dan te weinig is.
Dat is dan een serieus probleem, want de de behoefte aan waardering (in geld of anderszins) is elementair menselijk. Die behoefte gaat niet weg en laat zich niet ontkennen. Sterker nog: zij wordt groter naarmate de inhoudelijke analyse van Rinus Otte over het werk bij de rechtbank juister is. Gelijk hebben en gelijk krijgen is ook hier niet hetzelfde.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: