Verbouw de rechtszaal

door IvorenToga op 11/02/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Verbouw de rechtszaal

Buitenlanders die Nederlandse gerechtsgebouwen bezoeken, verbazen zich weleens over de geringe afstand tussen de zittende en de staande magistratuur. En dan gaat het er niet om dat rechters en officieren van justitie in dezelfde kantine lunchen of elkaar met “je” en “jij” bejegenen, maar om de positionering in de zittingzaal. Niet alleen staan de stoelen en tafels van OM en ZM op hetzelfde podium – en dus verhoogd ten opzichte van bijvoorbeeld de verdediging –, maar soms moet je met een vergrootglas naar de afscheiding tussen hun tafels zoeken.

Het is de hoogste tijd dat hierover een brede maatschappelijke discussie op gang komt. Zeker als gerechten nieuwe gebouwen ontwerpen, is er alle reden de traditionele opstelling niet zonder meer, gehuld in een modern jasje, te kopiëren.

Hoe zat het ook alweer met ons strafrechtsysteem? We hebben in grote lijnen een zgn. inquisitoir stelsel. Dat wil zeggen dat de rechter ter terechtzitting het onderzoek verricht en dus verdachten, getuigen en deskundigen ondervraagt en het dossier bespreekt. In de loop van de zitting krijgen ook de officier van justitie en de verdediging de gelegenheid vragen te stellen, opmerkingen te maken en stukken voor de houden (of de rechter daarom te vragen). Weliswaar komt het dossier van het OM, maar de – actieve – leiding van het onderzoek op de zitting blijft in handen van de rechter.
In een accusatoir systeem moet de officier van justitie het belastende materiaal presenteren en toelichten en brengt de verdediging daartegen het hare ter ontlasting in. De – lijdelijke – rechter treedt daarbij meer op als iemand die de orde van een vergadering bewaakt (al velt hij uiteindelijk wel zijn oordeel – al dan niet met behulp van een jury).

De keuze voor een van beide systemen zegt echter niets over de positionering in de rechtszaal. Ook in onze merendeels inquisitoire praktijk is goed denkbaar niet alleen dat een grotere scheiding tussen rechters en officieren van justitie wordt aangebracht, maar tevens dat het OM in de zittingzaal op hetzelfde niveau als de verdediging wordt geplaatst en dus in dezelfde positie ten opzichte van de rechters.
Bij de bespreking in de jaren ’20 van de vorige eeuw van het ontwerp voor wat nog steeds ons Wetboek van Strafvordering (Sv) is, stelde de regering dit zelfs voor. Uiteindelijk werd echter besloten in de wet in art. 275 Sv niet meer te zetten dan: “Behalve de rechters en den griffier neemt aan de tafel der rechtbank niemand plaats.” (Deze bepaling trad overigens pas acht jaar na de rest van het wetboek in werking. En goed zichtbaar is dat polderen niet pas aan het eind van de 20e eeuw in zwang kwam.)

De keuze die bijna een eeuw geleden werd gemaakt, had dan ook minder met het inquisitoire systeem dan met de magistratelijke positie van het OM in ons land te maken. Rechters en officieren van justitie behoren tot dezelfde magistratuur, waarin sommigen zitten en anderen staan en een enkeling ook weleens van plaats wisselt. De functionarissen van beide categorieën zijn in beginsel aan dezelfde regels van ethiek en integriteit gebonden en daarin onderscheidt de officier van justitie zich van, bijvoorbeeld, de raadsman van een verdachte.
Het magistratelijke karakter van het OM is sinds een jaar of twintig echter aan discussie onderhevig. De intrede in de jaren ’90 van officieren van justitie die zich als crime fighters presenteerden, deed de vraag rijzen of deze functionarissen niet veel dichter bij de politie kwamen te staan en steeds meer afstand van hun magistratelijke attitude namen. (Officieren van justitie hebben ook steeds vaker een achtergrond als politieman, maar dat terzijde.) Ook in de rechtszaal werden de verhoudingen scherper, om te beginnen in “de republiek Amsterdam”, maar al gauw tevens in andere arrondissementen.

Zowel voor bezoekende buitenlanders als voor elke betrokkene zou onze strafrechtpraktijk aan duidelijkheid winnen, als wij onze rechtszalen zouden verbouwen. Het podium blijft voor de rechter, die alles goed moet kunnen overzien. De officier van justitie houdt zijn positie rechts van de rechter, maar verschuift naar het niveau waarop de verdediging zit. Vervolgens zou men tussen drie opstellingen kunnen kiezen. In de eerste zitten OM en verdediging face to face tegenover elkaar. In de tweede staan hun tafels naast elkaar en recht voor die van de rechter. En in de derde zijn hun tafels schuin naar de rechter gericht.
Mijn keuze zou de laatste zijn, omdat iedereen dan elkaar kan zien. Even praktisch daarbij is de verdachte naast zijn advocaat te plaatsen. Zijn er meer verdachten, dan moet voor hen en hun advocaten meer ruimte worden gecreëerd. Dat is meer een kwestie van inrichting van de zaal. Kern van dit voorstel is echter dat aan de verwarrende situatie van nu een einde komt. Verdachten, publiek en media zullen de posities van de diverse functionarissen beter begrijpen.
En zullen we dan ook de aparte deurtjes voor het OM afschaffen? Iedereen weet toch dat alles daarachter weer bij elkaar komt. Of verklap ik hiermee een diep gekoesterd geheim?

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter Rechtbank Amsterdam

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: