A snap election. Heeft de Fixed-term Parliaments Act 2011 eigenlijk nog wel waarde?

door Ingezonden op 09/05/2017

in Buitenland

Post image for A snap election. Heeft de Fixed-term Parliaments Act 2011 eigenlijk nog wel waarde?

Op 18 april 2017 was in de Nederlandse media veelvuldig de kop te lezen ‘May kondigt vervroegde verkiezingen aan’. De Prime Minister (PM) is hier echter sinds de totstandkoming van de Fixed-term Parliaments Act 2011 (FTPA 2011) niet meer toe bevoegd. Waar tot deze wet de bevoegdheid om verkiezingen uit te laten schrijven praktisch bij de PM lag als onderdeel van de royal prerogative (een residu van bevoegdheden die van oorsprong bij de vorst lagen), is deze bevoegdheid door de FTPA 2011 overgeheveld naar het House of Commons.

Door de FTPA 2011 was bepaald dat de volgende verkiezingen gehouden zouden worden in mei 2020. De wet biedt daarnaast twee mogelijkheden om vervroegde verkiezingen te houden. De eerste mogelijkheid is dat 2/3 van het totaalaantal leden van het House of Commons een motie aanneemt met de tekst: “That there shall be an early parliamentary general election.”. Deze verzwaarde meerderheid is een unicum in het Britse recht. De andere mogelijkheid voor vervroegde verkiezingen is dat er een motie van wantrouwen wordt aangenomen tegen de regering en dat deze niet binnen twee weken wordt opgevolgd door een motie van vertrouwen.

Op 18 april kondigde PM May dus ook niet aan dat zij vervroegde verkiezingen liet uitschrijven, maar dat zij gebruik wenste te maken van de mogelijkheid om vervroegde verkiezingen te houden en dat de regering daarom de motie hiervoor in stelling zou brengen. Een dag later nam Het House of Commons deze motie met een zeer ruime meerderheid aan en in juni volgen de vervroegde verkiezingen.

De gang van zaken roept een aantal vragen op. Heeft de FTPA 2011 gefaald? Was het niet ergens te verwachten dat de FTPA 2011 een snap election niet tegen zou houden? En heeft deze wet nog wel enige waarde?

Strikt genomen heeft de wet precies gewerkt zoals in de wet is bepaald. Een meerderheid van (meer dan) twee derde van de leden van het House of Commons heeft een motie aangenomen om vervroegde verkiezingen te houden en dus worden er vervroegde verkiezingen gehouden.

Verschillende auteurs in het Verenigd Koninkrijk hebben al sinds de totstandkoming van de FTPA 2011, opgemerkt dat de betekenis van deze wet vooral bepaald zou worden door de manier waarop de politiek met de wet zou omgaan. Hierbij is ook vaak naar Duitsland verwezen, omdat Duitsland ook fixed-terms kent, maar in 2005 via een motie van wantrouwen tegen de eigen regering toch verkiezingen werden ‘uitgelokt’.

In de kern komt de FTPA 2011 erop neer dat als één partij de absolute meerderheid heeft in het House of Commons deze altijd ervoor kan zorgen dat er vervroegde verkiezingen komen. Deze partij kan namelijk met een motie van wantrouwen het kabinet ten val brengen. Als daarna niet binnen twee weken een motie van vertrouwen wordt aangenomen volgen er verkiezingen. Het is dus aan de partij die verkiezingen wil om tegen een dergelijke motie van vertrouwen te stemmen. De regering kan ook ervoor kiezen om het parlement twee weken te schorsen om zo te voorkomen dat er een motie van vertrouwen kan worden aangenomen (het is de vraag hoe constitutioneel zuiver het is als de regering dit doet direct na een motie van wantrouwen, maar het is mijns inziens wel mogelijk).

Het gevolg van deze achilleshiel binnen de wet is dat als één partij de absolute meerderheid heeft in het House of Commons dat andere partijen geïntimideerd worden om toch maar voor verkiezingen te stemmen. Er komen immers hoe dan ook verkiezingen indien de partij die de absolute meerderheid heeft in huis dit wilt en een stem tegen verkiezingen zal de partij worden tegengeworpen tijdens de verkiezingscampagne.

Betekent dit nu dat de FTPA 2011 over drie jaar tijdens de geplande evaluatie bestempeld moet worden als een mislukking en dus maar moet worden ingetrokken? Nee allerminst, de wet is vooral geschreven om coalities beter mogelijk te maken. Indien bij een coalitie de grootste partij verkiezingen wenst, bestaat door deze wet de mogelijkheid voor de overige partij(en) om samen met de oppositie te kijken of er niet een nieuwe regering is te vormen zonder dat er verkiezingen volgen. Daarnaast beschermt de wet de neutraliteit van de monarch. De wet zorgt namelijk dat politici onderling bepalen of er verkiezingen komen. In 1924 weigerde George V om voor de derde keer in twee jaar verkiezingen uit te schrijven, een dergelijke controversiële beslissing kan en hoeft de monarch door de wet nu en in de toekomst niet meer te nemen.

Wat precies de meerwaarde wordt van de FTPA 2011 en welk effect deze uit zal oefenen op hoe vaak er verkiezingen zullen worden gehouden is nog steeds de vraag. Al sinds het prille bestaan van de FTPA is er gezegd dat de FTPA 2011 vooral een verandering in de politieke cultuur te weeg moet brengen, omdat anders de meerwaarde van de wet betrekkelijk gering zal blijken te zijn. Deze snap election bevestigt dit alleen maar. De toekomst van de FTPA 2011 hangt mede af van de uitkomst van de komende verkiezingen, indien de Tories de verkiezingen verliezen en er een coalitieregering volgt kan de wet achteraf juist springlevend blijken te zijn.

Tim Ketting

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: