Aanranding van de persoon van de koning

door PJK op 18/05/2010

in strafrecht

Twee weken na ‘de schreeuw’ op de Dam zit de verdachte, bijgenaamd ‘De Rabbijn’, nog steeds vast op verdenking van verstoring van de openbare orde, het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld en op verdenking van feitelijke aanranding van de persoon van de koning. Laten we, om te zorgen dat u doorleest tot het einde, de verdenkingen in die volgorde bespreken. Het voorarrest is vandaag met nog eens 90 dagen verlengd.

Verstoring van de openbare orde door in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze is strafbaar gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam (art. 2.2 eerste lid). Op grond van dit artikel kan een verdachte worden aangehouden en worden opgehouden voor verhoor. Zes of twaalf uur later (afhankelijk van het feit op de politie op de hoogte is van de persoonsgegevens van de verdachte) staat de ordeverstoorder weer op straat.

Dan het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld. Dit is op grond van artikel 308 Wetboek van Strafrecht een strafbaar gesteld als een misdrijf. De maximale is straf is één jaar hechtenis. Dat betekent dat dit artikel niet voldoende is voor een bevel tot voorlopige hechtenis (daarvoor moet een gevangenisstraf van minimaal 4 jaar zijn gesteld, of moet de betrokkene worden verdacht van een onder art. 67 eerste lid a of b genoemd feit) en de verdachte zodoende ook niet in verzekering kan worden gesteld (art. 58 Strafvordering).

De initiële  inverzekeringstelling zal waarschijnlijk hebben plaatsgevonden op grond van de uitzonderingsbepaling van art. 67 tweede lid. Op grond hiervan kan een bevel tot voorlopige hechtenis ook worden gegeven indien van de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats kan worden vastgesteld. Kortom, als de schreeuwer een vastere verblijfplaats dan ‘een bankje op het Spui’ had gehad, dan was hij op bevrijdingsdag weer vrijgelaten. De verdenking voor aanranding van de persoon van de koning is immers pas later toegevoegd. Het bevel tot voorlopige bewaring (na de ophouding voor verhoor en de inverzekeringstelling) kan wel enkel worden gegeven als er ‘ernstige bezwaren’ bestaan tegen de verdachte. Hiervoor moet bijvoorbeeld sprake zijn van betrapping op heterdaad of een bekentenis. Tot slot moet er sprake zijn van vluchtgevaar, wat volgens het OM dus kennelijk aanwezig is.

Bij ‘aanranding van de persoon van de koning’ moet het, volgens de Tekst en Commentaar, gaan om het opzettelijk begaan van enig geweldsmisdrijf tegen het lichaam van de Koning, zoals bijvoorbeeld mishandeling. Een korte zoektocht heeft helaas geen enkele jurisprudentie opgeleverd. Als we de uitleg van T&C volgen zou de redenering in de trant moeten zijn dat de schreeuwer opzet had (of willens en wetens bewust de aanmerkelijke kans aanvaard heeft) dat door zijn schreeuw de massa in paniek zou raken, zou gaan bewegen en dat de Koningin hierdoor lichamelijk geweld te verduren zou krijgen. Als we deze redenering volgen is er overigens slechts sprake van een poging. Ik ben benieuwd of het OM denkt dit te kunnen bewijzen of dat ze een andere definitie van feitelijke aanranding hanteren.

De maximale vrijheidsstraf is overigens gesteld op 7,5 jaar voor aanranding van de koning (art. 109 Sr.) en zes jaar bij aanranding van zijn troonopvolger en diens echtgenoot (art. 110 Sr.). Mij lijkt hier sprake van eendaadse samenloop, zodat het strafmaximum 7,5 jaar bedraagt. Bij een poging is de maximale straf zodoende vijf jaar.

 

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: