Achterhoedegevecht in Den Haag

door Ingezonden op 28/03/2011

in Buitenland, Haagse vierkante kilometer

‘L’Europe se fera par la monnaie ou ne se fera pas’. Deze woorden van de Franse econoom Jacques Rueff, ruim een halve eeuw oud, hebben nog steeds hun relevantie niet verloren. De huidige eurocrisis toont perfect hoe het streven naar monetaire stabiliteit werkt als motor voor politieke integratie in de Europese Unie.

Dit weekeinde neemt de Europese Raad besluiten die een veel hechtere politieke samenwerking brengen. Een groot deel van de Nederlandse politiek beseft het belang van de zaak niet. In plaats van het publiek te wijzen op de grote betekenis van de ontwikkelingen, liet de regering de Tweede Kamer in achterhoededebatten palaveren over behoud van soevereiniteit.

Het afgelopen jaar heeft de schuldencrisis de tekortkomingen van de Economische en Monetaire Unie blootgelegd. Terwijl het monetair beleid is gecentraliseerd op Europees niveau en stevig in handen is van de Europese Centrale Bank, ontbreekt een gedegen economisch en politiek fundament. De besluiten van de Europese Raad zijn bedoeldom deze tekortkoming te verhelpen. Door aanscherping van het Stabiliteits- en Groeipact, het aannemen van een ‘Europact’, de instelling van een permanent stabilisatiemechanisme en uitbreiding van de omvang van het huidige financiële noodfonds (EFSF).

Met name het noodfonds en het toekomstig permanent stabilisatiemechanisme zijn heikele politieke punten. Het plan is om de financiële omvang van het noodfonds effectief uit te breiden tot 440 miljard euro. Het toekomstig permanent stabilisatiemechanisme, dat vanaf 2013 in de plaats dient te komen van het huidige noodfonds, zou zelfs een capaciteit van 500 miljard moeten hebben. Tevens zou dit mechanisme de mogelijkheid moeten scheppen staatsobligaties van landen in nood op te kopen. In financieel-economisch sterke lidstaten als Duitsland, Finland en Nederland ligt dit gevoelig. Zeker in Duitsland, de lidstaat die het meeste bijdraagt aan het noodfonds, heeft een groot deel van de bevolking het gevoel dat zij functioneert als melkkoe voor lidstaten die hun begrotingen niet op orde hebben.

Mede vanwege de noodzaak om de uitbreiding van het fonds in eigen land te kunnen verkopen, presenteerde bondskanselier Merkel, gesteund door de Franse president Sarkozy, afgelopen februari plannen voor een ‘pact’ om de euro te versterken. De EU zou meer invloed moeten krijgen op het economisch beleid van lidstaten, onder meer op het gebied van pensioenen, vennootschapsbelasting en lonen. Veel lidstaten reageerden sceptisch op deze plannen; zij hadden het gevoel dat zij dienden in te stemmen met een Duits ‘Diktat’. Commissievoorzitter Barroso en president van de Europese Raad Van Rompuy zagen in het Frans-Duitse ‘Europact’ niettemin een kans om de economische basis van de euro te verbreden.

Bij het formuleren van hun plannen zagen Barroso en Van Rompuy zich echter geremd door politiek-constitutionele bezwaren in sommige lidstaten, ook in Nederland. Een groot deel van de Tweede Kamer vreesde de afgelopen tijd dat het Europact zou leiden tot verlies van soevereiniteit. CU-fractievoorzitter Slob had het zelfs over een politieke ‘fuik’ waar lidstaten inzwemmen. Onder zijn naam werd op 17 februari een motie aangenomen die erop aandrong dat elk verlies van nationale zeggenschap op het gebied van pensioenen, belastingen en lonen moet worden vermeden.

Premier Rutte verzekert echter stelselmatig dat het Europact niet zal leiden tot verlies van soevereiniteit. In een Kamerdebat op 9 maart stelde hij ‘dat er geen overdracht van bevoegdheden of soevereiniteit moet zijn’, om vervolgens te concluderen dat het Europact ‘een absolute nice-to-have’ is.

Is dit een afleidingsmanoeuvre van Rutte of begrijpt hij de politieke dynamiek in Brussel niet? Het pact is een verwaterde versie van de Frans-Duitse plannen: ‘Merkozy Light’. Het Europact bestaat niet uit harde regels. In het huidige economische klimaat, gedomineerd door de crisis, lijken alle lidstaten de noodzaak in te zien om de competitiviteit van de euro te bevorderen. Is diezelfde bereidheid om stevige beleidswijzigingen door te voeren echter nog steeds aanwezig als de crisis is geluwd en andere onderwerpen de politieke agenda domineren?

Uit het debacle met het Stabiliteits- en Groeipact in 2003, toen Frankrijk en Duitsland de begrotingsregels schonden, blijkt dat de politieke afdwingbaarheid van regels op dergelijke momenten te wensen over laat. De afgelopen maanden heeft Nederland dan ook aangedrongen op strengere begrotingsregels.

Het Europact en de discussie over soevereiniteit dienen als rookgordijn om de door Merkel en Sarkozy gewenste totstandkoming van meer Europese zeggenschap over het economisch beleid van lidstaten in de eurozone langs andere wegen te verhullen. De Europese Raad besluit morgen ook over een Verdragswijziging, die de instelling van een stabilisatiemechanisme mogelijk maakt. Lidstaten die in de toekomst een beroep doen op dit mechanisme, dienen, net als momenteel het geval is in het kader van het noodfonds, als tegenprestatie forse bezuinigingen door te voeren in hun financieel-economische huishouding.

Afgelopen woensdag verdedigde Rutte dit in de media door te stellen dat de verdragswijziging slechts een ‘technische verandering’ betreft. Verder stelt de regering dat het toekomstig permanente stabilisatiemechanisme intergouvernementeel van aard zal zijn. Lidstaten houden zeggenschap over de vraag of, en op basis van welke voorwaarden, leningen worden verstrekt. Ze betoogt dat alleen de zwakke broeders uit de eurozone genoodzaakt zijn een beroep te doen op het mechanisme. De strenge hervormingen zijn een redelijke prijs die deze lidstaten betalen voor zwakke beleidsvoering in voorgaande jaren.

In het verleden behaalde resultaten bieden echter geen garantie voor de toekomst. Het is niet uitgesloten dat ook Nederland in de toekomst op enig moment in economisch zwaar weer komt te verkeren. Onder druk van financiële markten zal Nederland dan besluiten een beroep te doen op het stabilisatiemechanisme. Na meer dan vijftig jaar EU-lidmaatschap moet het ook Nederland toch wel duidelijk zijn dat soevereiniteit haar grenzen kent.

Vestert Borger, onderzoeker Europa Instituut van de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Deze bijdrage verscheen ook in de Volkskrant.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: