Advies van de Raad van State over een grondwetswijziging?

door WVDB op 02/03/2012

in België, Buitenland

Post image for Advies van de Raad van State over een grondwetswijziging?

Eerder werd op dit blog al bericht over de plannen om de huidige staatshervorming deels te realiseren via een herziening van het wijzigingsartikel.

Gisteren diende de grootste oppositiepartij, de NVA – die overigens al eerder felle kritiek uitte op het voorgestelde procedé – een wetsvoorstel in om de Raad van State, afdeling wetgeving bevoegd te maken om een advies uit te brengen inzake voorstellen tot wijziging van de Grondwet.

Dit voorstel doet wat vreemd aan. Doorgaans wordt de stelling gevolgd dat de Raad niet bevoegd is, en vooral dat ze dat ook niet hoeft te zijn ter zake. Hoe zou de Raad juridisch advies kunnen uitbrengen wanneer het gaat over de grondwetgevende macht? Die is toch primair?

Wat vindt nou de afdeling wetgeving hier zelf van? Een advies van de verenigde kamers van 1971 verheldert: “moet worden besloten dat voorstellen tot herziening […] buiten ’s Raads bevoegdheid vallen.” (Advies R.v.St., ver. kamers, 14 november 1979, Parl. St. Senaat, BZ 1979, nr. 261/2 p. 279-81).

Dat is inderdaad de klassiek aanvaarde opstelling. Maar er wordt een constructieve opening gemaakt:

“Deze conclusie betekent niet dat voorstellen tot herziening vanwege hun aard zelf geen onderwerp zouden kunnen zijn van adviesgeving door de, binnen de grenzen van haar gewone bevoegdheid optredende afdeling wetgeving van de Raad van State. Een voorstel tot herziening kan immers bepaalde rechtsvragen doen rijzen. De tekst waarover advies gevraagd wordt kan zelfs problemen aan de orde brengen die te maken hebben met de naleving, door de grondwetgevende macht, van normen welke voor die macht bindend zijn.”

Inderdaad, de grondwetgevende macht is een afgeleide macht (de primaire grondwetgevende macht lag singulier bij het Nationaal Congres). De herzieningsbevoegdheid van de Constituante is dan ook naar tijd al voorwerp beperkt (zie Alen en Muylle, Handboek van het Belgisch Staatsrecht (Kluwer, 2011) p. 233). De Raad van State onderscheidt drie soorten normen die dienen te worden nageleefd door de grondwetgevende macht (p. 281):

a)      Eerbiediging van de wijzgingsprocedure (art. 195 GW)

b)      Overeenstemming van een herziening met de internationale verplichtingen van België, zoals het EVRM

c)       Legistiek: ‘om na te gaan of de voorstellen tot herziening op passende wijze de bedoeling van de indieners verwoorden’

d)      Of een reeks voorstellen een sluitend geheel vormen – of de coherentie van de voorstellen.

Of in die laatste categorie ook de coherentie van het geheel dient te worden begrepen, was wellicht niet de bedoeling van de Raad, maar kan in het licht van de huidige problematiek, soelaas bieden tav de vraag naar het graduele verschil inzake democratische legitimiteit tussen grondwetsbepalingen en bijzondere wetten (zie opmerking in eerdere blog).

Mij lijkt het standpunt van de Raad van State navolgenswaardig. Een principieel bezwaar om advies af te wijzen lijkt niet te bestaan, en gelet op het frequent karakter van herzieningen, draagt dit alvast een steentje bij tot juridische consistentie. Overigens kan men dit perfect inpassen in het huidige tweesporenbeleid door de adviesbevoegdheid enkel te verlenen m.b.t. de overgangsbepaling.

 

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: