Afscheidsrede van de onderkoning

door GB op 19/04/2011

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Afscheidsrede van de onderkoning

De onderkoning van Nederland heeft voor het laatst gesproken. Als onderkoning, tenminste. Niet het door Wilders gewenste ontslag, maar het bereiken van de 70-jarige leeftijd doet hem de das om. In zijn laatste Algemene Beschouwingen spreekt hij land en volk nog een keer toe. Zijn Algemene Beschouwingen lenen zich voor velerlei analyse. Wat zou Herman het afgelopen jaar gelezen hebben? (antwoord op basis van het notenapparaat: Franse kranten, Engelse kranten, columns van Heldring en alles van Joop van den Berg) Maar het gaat hier natuurlijk om wat hij aan het staatsrecht had toe te voegen.

Voor het staatsrecht, schrijft Tjeenk Willink tussen de regels door, moeten we inderdaad bij hem zijn. De Raad van State trekt zich van oudsher de gezondheid van de democratische rechtsstaat aan en is eigenlijk het peilglas van de staatkundige verhoudingen. Al kruisbestuivend en kennis combinerend is aan de Kneuterdijk een uniek perspectief ontstaan, zo begint Tjeenk Willink zijn rede.

Het glas peilt voor het jaar 2010 echter weinig opwekkends. De open deuren die in zalvende orakeltaal worden ingetrapt leiden zelden naar opwekkende kamers. Wel drapeert Tjeenk Willink er mooie bloempjes tussendoor, zoals deze: ‘Het politieke is verbestuurlijkt en het bestuurlijke is – in zijn denken – vermarkt.’ Dat laatste punt is trouwens al jaren een rode draad in zijn verhaal. Tjeenk Willink noemt het zelf de ‘bureaucratisch-bedrijfsmatige logica’. Dat klinkt heel eng, en zo bedoelt hij het ook.

Wie zoekt naar politieke positiebepaling vindt een genuanceerd beeld. Enerzijds analyseert Tjeenk Willink scherp dat de retoriek van de daadkracht een bedreiging is voor tegenspraak en tegenwicht en dus voor het idee van machtsevenwicht. Dat bedoelt hij heel concreet, zoals hij liet zien toen hij zich verzette tegen de vorming van een superministerie als Veiligheid en Justitie. Anderzijds constateren de Algemene Beschouwingen dat juist Rutte laat zien wat een open parlementair debat zoal vermag. Enigszins plagerig merkt Tjeenk Willink dan ook nog op dat dergelijke echte politiek sinds het vertrek van het kabinet Den Uyl eigenlijk in het slop was geraakt. ‘Het tweede kabinet Den Uyl is er toch gekomen…’

Waardevol is ook de analyse van de positie van de rechter. Waar de Hoge Raad vooral gretig enthousiasme uitstraalt bij het uitbouwen van wat ze zelf hun rechtsvormende taak noemen, constateert Tjeenk Willink het verlies aan rugdekking voor de rechter. Kon de rechter zich vroeger vaak beroepen op een duidelijke wettelijke regel, inmiddels is het steeds meer behelpen met kaderwetgeving, open normen en tegenstrijdige regelgeving. En dat terwijl rugdekking wel nodig is in een context waarbij de maatschappij steeds meer van de rechter verwacht en steeds kritischer over die rechter wordt.

Wie tenslotte zorgelijk uitkomt bij de cruciale vraag ‘Waarheen, Herman?’ moet enige moeite doen om een duidelijke koers te ontwaren. Abstract is niet erg en vaag ook niet, maar abstract en vaag tegelijk is niet altijd bevorderlijk voor een helder zicht. Een aantal zaken is evenwel glashelder. De woeste plannen om de toegang tot de rechter te beperken zijn volgens Tjeenk Willink op zijn best te vergelijken met het spannen van het paard achter de wagen. Op zijn slechtst is het het begin van het einde. Tenminste als er niet gekeken wordt naar de oorzaken van het toegenomen beroep op de rechter.

En er moet meer dualisme komen. En meer geld voor actief burgerschap. En een wat meer wetenschappelijke mentaliteit in de Tweede Kamer. En dat is het wel zo’n beetje. Maar misschien benader ik Algemene Beschouwingen te bureaucratisch-bedrijfsmatig?

Aanmerkelijk duidelijker is Tjeenk Willink als hij tenslotte toekomt aan zijn hoofdtaak: de koning uit de politieke wind houden. Dat geldt zeker waar hij terugblikt op de afgelopen formatie. Als hij het hoofdpunt van zijn vaak bekritiseerde ‘Bijlage‘ herhaalt en inlast verwijst hij naar eerdere jaarverslagen om te weerspreken dat hij iets anders verkondigde dan hij al jaren opschreef. En opnieuw verdedigt Tjeenk Willink de zogenaamde strafronde die de Majesteit uitschreef toen Rutte en Wilders halverwege de consultatieronde hun eerder gegeven advies buiten het paleis weer bijstelden. Wat kon Beatrix anders? Zelf een beetje met een blocknote en Politiek24.nl de communis opinio construeren? De Kamer had minimaal een kameruitspraak moeten doen. En daar heeft Tjeenk Willink zonder meer een punt.

Dat geldt ook voor zijn bespreking van het inmiddels bejaarde voorstel om meteen na de verkiezingsuitslag een openbaar debat te houden om richting te geven aan de formatie. ‘De vraag rijst of een openbaar debat over de betekenis van de verkiezingsuitslag en de richting van de kabinetsformatie direct na de verkiezingen, dus voorafgaande aan de onderhandelingen, meer kan opleveren dan het (opnieuw) markeren van de eigen positie en de verschillen van mening,’ schrijft Tjeenk Willink.  ‘Anders geformuleerd: zal het debat bijdragen aan de altijd moeilijke omslag van campagnevoeren over wat partijen scheidt, naar onderhandelingen over wat partijen bindt?’

Zij het, dat de vraag naar het nut wel erg bureaucratisch-bedrijfsmatig klinkt.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: