Afwijkend gedrag

door LD op 02/10/2009

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Afwijkend gedrag

De Eerste Kamer houdt er niet van: bepalingen in formele wetten die een lagere regelgever machtigen om van de wet afwijkende regels te stellen. Dergelijk bepalingen staan volgens de Kamer op bijzonder gespannen voet met de constitutie, in het bijzonder met artikel 81 Grondwet. De discussie over dit onderwerp met de regering is niet van gisteren. Na een stevig debat in mei 2007 – het zoveelste – nam de Eerste Kamer een motie-Jurgens aan, waaruit duidelijk bleek dat zij het zat was: de regering werd opgeroepen deze vorm van wetgeving niet meer te gebruiken, en de Kamer sprak het voornemen uit om wetsvoorstellen waarin ‘afwijkingsbepalingen’ voorkomen niet langer te aanvaarden. De boodschap aan het adres van de regering was duidelijk en de minister van Justitie beloofde beterschap. Daarnaast beloofde hij de Kamer op de hoogte te houden van de uitvoering van de motie en haar een overzicht toe te sturen van bepalingen in vigerende wetten die afwijken van de wet bij lagere regeling toestaan.

Bij brief van 1 september 2008 heeft de bewindsman zijn belofte gestand gedaan. Naast de brief mocht de Eerste Kamer een dik pak papier in ontvangst nemen met daarin het gevraagde overzicht van zondigende wetsbepalingen. In de 77 pagina’s tellende bijlage treft men oude en nieuwe wetten aan, inclusief rariteiten als de Stoomwet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en de Locaalspoor en tramwegwet. De minister had alle afwijkingsbepalingen laten indelen in drie verschillende categorieën. Als er sprake was van ‘echt’ afwijken (categorie 1) dan zou de afwijkingsmogelijkheid worden geschrapt en eventuele afwijkende lagere regelgeving worden ingetrokken. In het geval van ‘pseudo-afwijken’ (categorie 2) zou enkel de wettelijke terminologie worden aangepast. Daarmee kon volgens de minister worden volstaan aangezien de wettekst weliswaar van ‘afwijken’ spreekt, maar eigenlijk alleen maar als ‘hardheidsclausule’ voor individuele gevallen beoogt te fungeren, of alleen maar nadere regels mogelijk wil maken. De laatste categorie is die van afwijken bij wijze van experiment, of in een noodtoestand (categorie 3). Hier is afwijken uit de aard er zaak gerechtvaardigd.

De Eerste Kamer heeft na ontvangst van de brief met bijlage ruim een jaar uitgetrokken om alles grondig te bestuderen. De vakcommissies zijn op de bijlage gezet, en de als coördinator optredende vaste commissie voor Justitie heeft zorggedragen voor een uitgebreide aanbiedingsbrief. Deze is op 8 september j.l. aan de minister verstuurd, volgens goed gebruik vergezeld van een 104 pagina’s tellende bijlage. Uit de brief en de bijlage blijkt dat de Kamer niet zonder meer overtuigd is van de analyse die de minister een jaar eerder gaf. Vooral de categorie ‘pseudo-afwijken’ gaf aanleiding tot uitvoerig commentaar. Maar er was meer: aan het eind van de brief constateert de commissie voor Justitie dat wetsvoorstellen de Kamer blijven bereiken waarin de lagere regelgever gemachtigd wordt de wet opzij te zetten. Als voorbeeld noemt de commissie twee sunset clauses die bij algemene maatregel van bestuur of (klein) koninklijk besluit kunnen worden uitgeschakeld. De regering kan dus rekenen op een Eerste Kamer die met een waakzaam oog wetsvoorstellen blijft doorspitten op zoek naar bepalingen die de motie-Jurgens geweld aandoen.

En dat de Kamer en haar commissies waakzaam zijn, bleek afgelopen dinsdag, toen de vaste commissie voor Justitie een nader voorlopig verslag bij wetsvoorstel 31 358 over elektronische polissen en andere documenten uitbracht. Ook in dit voorstel had zij weer een afwijkingsbepaling aangetroffen. Sterker nog: de huidige wet (Boek 7 BW) kende reeds een afwijkingsbepaling, en die werd hier nog enigszins uitgebreid in plaats van geschrapt. De commissie was echter mild voor de regering: er was slechts sprake van ‘pseudo-afwijken’. Dat riep niettemin de vraag op waarom niet voor een andere terminologie gekozen was. Voor het antwoord op die vraag zullen we de nadere memorie van antwoord moeten afwachten.

Wetsvoorstel 31 358 is overigens nog maar een ‘kleine jongen’. Het echte werk komt eraan met de Crisis- en herstelwet. Die bepaalt in artikel 2.4, eerste lid, dat bij algemene maatregel van bestuur bij wege van experiment kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de Wet ammoniak en veehouderij, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet geurhinder en veehouderij, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Dat is nogal wat: hier is zeker geen sprake van ‘pseudo-afwijken’. De regering heeft wijselijk de bevoegdheid van de amvb-gever (zijzelf dus) in de overige leden van het artikel strak geclausuleerd en uitdrukkelijk toegevoegd dat het gaat om experimenten (categorie 3 afwijken dus). Echter, de duur van afwijking mag bijvoorbeeld weer in de algemene maatregel van bestuur zelf worden bepaald (zij het dat de Crisis- en herstelwet per 1 januari 2014 vervalt). Of de Eerste Kamer overtuigd kan worden zullen we spoedig weten. Het is immers de bedoeling de Crisis- en Herstelwet per 1 januari 2010 in werking te laten treden. Wordt dus vervolgd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 RML 05/10/2009 om 15:44

Waar de Tweede Kamer zich vaak niet laat horen maar wel erg zichtbaar is, is de Eerste Kamer niet erg zichtbaar maar laat ze wel van zich horen. Gelukkig is er tenminste één Kamer waar we iets aan hebben.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: