Alaska als gidsstaat?

door JWvR op 16/11/2010

in Buitenland

Vijf miljoen Amerikanen keken zondag via de beeldbuis toe hoe Sarah Palin via een zorgvuldig georkestreerde reality show rond haar gezin een eerste gooi deed naar het Amerikaanse presidentschap in 2012. Plaats van handeling van deze show: het verre Alaska, de thuisstaat van Palin en tevens de staat waar deze zelfverklaarde ‘hockeymom’ en voormalige schoonheidskoningin gedurende een halve termijn gouverneur was totdat zij door John McCain werd opgepikt als ‘running mate’ voor het presidentschap in 2008. Terwijl Palin omringd door grizzlyberen voor de camera demonstreerde hoe ‘tough’ vrouwen uit deze contreien kunnen zijn – een essentiële eigenschap om geloofwaardig als Commander in Chief over te komen – vonden er elders in Alaska echter ontwikkelingen plaats die een schaduw wierpen over de kansen van Palin in 2012 en, met die kansen, ook over het transformerende karakter van de Tea Party waar zij één van de aanvoerders van is.

Elders in Alaska was – en is nog steeds – de telling aan de gang van de stemmen die zijn uitgebracht in de recente verkiezingen voor één van de twee Senaatszetels die de noordelijke staat in het Amerikaanse Congres heeft. De aanvankelijke favoriet voor het winnen van deze zetel was de door Sarah Palin en de Tea Party gesteunde Republikeinse kandidaat Joe Miller, een veteraan uit de eerste Golfoorlog en vader van maar liefst acht kinderen. Deze Miller had tijdens de voorverkiezingen voor de Republikeinse kandidatuur, de ‘primaries’, voor een verrassing gezorgd door de kandidaat van het Republikeinse establishment, zittend senator Lisa Murkowski, te verslaan. Aangezien de Democratische kandidaat niet als een grote kanshebber werd gezien, leek de weg naar Washington hiermee voor Miller open te liggen.

Leek, want wat schetste ieders verbazing, de verslagen gewaande Lisa Murkowski knokte zich terug in de strijd. Dit deed zij via de zogeheten ‘write-in’ procedure. Op grond van deze procedure kunnen kandidaten die eerder uitgesloten zijn van de verkiezingen hier toch aan meedoen. Nadeel is wel dat zo’n kandidaat niet met zijn naam op het verkiezingsticket verschijnt, maar moet hopen dat kiezers bereid zijn deze op het ticket in te vullen. Normaal gesproken maken ‘write-in’ kandidaten geen schijn van kans om gekozen te worden. (De laatste keer dat een senator op deze manier verkozen werd was in 1954.) Murkowski bleek daags na de verkiezingen echter behoorlijk wat afstand genomen te hebben van de gedoodverfde winnaar Miller. Zoals het een goede Amerikaan betaamt, besloot Miller niet bij de pakken neer te zitten en stapte hij naar de rechter om de uitslag aan te vechten. (Voorwaarde voor een geldige ‘write-in’ stem is dat de naam correct is gespeld; met ‘Murkowski’ niet op voorhand zeker.) Alles wijst er niettemin op dat Murkowski als uiteindelijke winnaar uit de bus zal komen.

In welk opzicht werpt deze affaire nou een schaduw over de kansen van Palin als presidentskandidaat? Om te beginnen kan worden gewezen op het gezichtsverlies dat Palin lijdt doordat een door haar zeer openlijk gesteunde kandidaat het aflegt tegen een ‘write-in’ kandidaat. Daarnaast is het ook een teken aan de wand dat dit gebeurt in Palins eigen staat Alaska, waar de mensen haar het beste kennen. Belangrijker nog echter is dat de waarschijnlijke zege van Murkowski mogelijk het resultaat is van een onder Amerikanen groeiende afkeer van het zeer gepolariseerde en giftige politieke klimaat in de Verenigde Staten waarvan Palin en de Tea Party exponenten zijn.

Eén van de voornaamste redenen dat dit klimaat zo goed kan gedijen is het ‘primary’-systeem dat de meeste staten hebben. Dit systeem, dat aan het begin van de 20e eeuw zijn intrede deed als onderdeel van een democratiseringsgolf die toen over de VS trok, doet inmiddels anachronistisch aan. Voorwaarde om in een – presidentiële dan wel congressionele – ‘primary’ te mogen stemmen is doorgaans dat kiezers vooraf als Republikein of Democraat geregistreerd staan. Steeds meer potentiële kiezers laten dit echter na. Dit leidt er toe dat de kandidaten die hun partij na afloop van de voorverkiezingen vertegenwoordigen tijdens algemene verkiezingen in toenemende mate een scherp conservatief of vooruitstrevend profiel hebben. Zoals het succes van de Tea Party illustreert, zullen fanatieke aanhangers van een partij door het wegblijven van grote groepen kiezers tijdens die voorverkiezingen namelijk hun stempel kunnen drukken.

Het succes van Murkowski in Alaska kan echter een aanwijzing zijn dat onafhankelijke, zwevende en gematigde kiezers dit niet langer pikken. Veelzeggend in dit verband is ook een recente wijziging in het electorale stelsel van de staat Californië. Daar werd, tegen de uitdrukkelijke wens van de Republikeinse en Democratische partij in, deze zomer in een referendum gekozen voor een ‘open primary’ systeem waarbinnen alle kandidaten voortaan op het verkiezingsticket staan en het niet langer nodig is om je vooraf als kiezer van een bepaalde partij te registreren. Als een dergelijke stelselwijziging ook in andere staten wordt doorgevoerd, zou dat de meer radicale elementen van beide partijen veel wind uit de zeilen nemen. De kans dat iemand als Palin dan nog komt bovendrijven, lijkt in dat geval aanmerkelijk kleiner.

Ironisch genoeg zou huidig president Obama, die zo vaak het mikpunt is van de woede van Palin en de Tea Party, er overigens waarschijnlijk geen baat bij hebben als het ‘primary’ systeem plotseling in veel staten ingrijpend op de schop zou gaan. Een kandidaat als Palin wekt bij zwevende kiezers vermoedelijk zoveel weerzin op dat Obama in 2012 van haar relatief gemakkelijk zal winnen. Tegen een meer gematigde Republikeinse kandidaat zal hij het daarentegen erg lastig gaan krijgen.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 RvdW 16/11/2010 om 20:41

Een leuk stukje. Toch heb ik wel wat moeite met enkele beweringen.

Ten eerste gaf Palin haar gouverneurschap niet op toen ze door John McCain werd opgepikt als running mate. Ze bleef daarna nog bijna een jaar aan. Pas in de zomer van 2009 trad ze terug.

Het is ook niet helemaal juist dat write-in kandidaten normaal gesproken geen schijn van kans maken om te winnen. Zeker, het is 56 jaar geleden dat een write-in kandidaat won. Maar normaal gesproken gaat het dan ook om randfiguren en cartoonhelden die worden ingeschreven; voor zover ik weet heeft echter nog nooit een zittende senator zich als write-in kandidaat gemeld. Voor hen is er inmiddels dus een 100% slagingskans als write-in kandidaat.

Ook de stelling dat de naam van een write-in kandidaat juist gespeld moet zijn om te tellen, is niet zomaar juist: dit is nou juist onderwerp van geschil (http://en.wikipedia.org/wiki/Miller_v._Campbell). De lieutenant governor, die de telling leidt, vind namelijk dat niet de juiste spelling, maar de bedoeling van de kiezer bepalend moet zijn.

Dan is daar het genoemde Proposition 14 (2010). De stelselwijziging die door dit referendum is bewerkstelligd, geldt – anders dan de bijdrage doet vermoeden –uitdrukkelijk niet voor de presidentsverkiezingen. Zie de tekst van het voorstel (http://www.ballotpedia.org/wiki/index.php/Text_of_Proposition_14,_the_Top_Two_Primaries_Act_(California_2010)). Daarmee is de angel eigenlijk ook uit de bijdrage. Dat Sarah Palin bang zou moeten worden van een plotse wijziging van primary-regelingen in een hele rits staten is namelijk echt niet zo.

Ten slotte de stelling: “Een kandidaat als Palin wekt bij zwevende kiezers vermoedelijk zoveel weerzin op dat Obama in 2012 van haar relatief gemakkelijk zal winnen.” Deze opmerking hoor je wel vaker in Nederland, waar Obama als heel gematigd wordt gezien. Maar het klinkt nogal vreemd in de oren van wie de Amerikaanse politieke ontwikkelingen wat nauwer volgt: Ook Obama roept namelijk veel weerzin op en wordt gezien als extreem. Een strijd met Palin zou dan ook best eens een gelijkopgaande strijd kunnen worden (http://www.rasmussenreports.com/public_content/politics/general_politics/september_2010/52_of_voters_say_their_views_are_more_like_palin_s_than_obama_s, http://publicpolicypolling.blogspot.com/2010/07/pretty-bad-2012-numbers-for-obama.html).

2 JWvR 17/11/2010 om 10:57

@RvdW

Een aantal terechte tikken op mijn vingers. Met name het punt dat Proposition 14 niet geldt voor presidentiële voorverkiezingen. Dat heb ik over het hoofd gezien. Neemt niet weg dat het nieuwe systeem nog steeds wel als katalysator voor verandering kan dienen.

Dan het punt van de write-in procedure. Het klopt dat het geen uitgemaakte zaak is of de naam van een write-in kandidaat per se correct moet worden geschreven. Volgens mij laat ik dat in mijn stukje echter ook in het midden. Feit is in ieder geval dat de kieswet van Alaska dit wel voorschrijft. (Dat write-in kandidaten normaliter geen schijn van kans maken is verder inderdaad wellicht wat te sensatiebelust opgeschreven, maar goed, het oog wil ook wat.)

Tot slot mijn stelling dat Obama het in 2012 relatief gemakkelijk zal hebben tegen Palin. De Rasmussen poll waarnaar je verwijst laat inderdaad zien dat een Obama-Palin strijd erg spannend zal worden. Persoonlijk geloof ik daar echter geen snars van – ook al zijn er steeds meer Amerikanen die juist Obama extreem vinden. Typ ‘Obama Palin 2012’ op Google in en je zult genoeg (recente) polls vinden die dat ook zullen onderschrijven. Het centrale punt van mijn stukje blijft namelijk nog steeds overeind staan: namelijk dat steeds meer Amerikanen ‘unaffiliated’ zijn. Deze groep kiezers wordt gemakkelijk overschreeuwd door de Tea Party, maar zal, als puntje bij paaltje komt, toch denk ik echt Obama boven Palin verkiezen. Onder andere om die reden maakt het Republikeinse establishment zich stiekem ook zo veel zorgen over een mogelijke kandidatuur van haar.

3 RvdW 17/11/2010 om 16:05

Over twee jaar diepen we deze post nog eens op en kijken we wie er gelijk had!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: