Alle klokken luiden IV

door JAdB op 13/07/2011

in Bestuursrecht, Rechtspraak

Post image for Alle klokken luiden IV

Vandaag deed de Raad van State uitspraak in de “alle klokken luiden”-zaak. Resultaat: een pastoor mag worden verboden om voor 7:30u zijn klokken al te hard laten luiden. De godsdienstvrijheid staat aan een dergelijk verbod niet in de weg. De Afdeling overweegt:

Redelijke uitleg van dit grondwetsartikel brengt met zich dat dit recht niet de vrijheid tot kerkklokgelui van elke duur en met elk geluidsvolume impliceert. De in artikel 10, tweede volzin, van de Wom omschreven bevoegdheid dient ertoe om excessen wat duur of geluidsvolume betreft te voorkomen. De met het oog daarop tot stand gebrachte gemeentelijke regelgeving kan, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en behoeften, worden afgestemd op de gelegenheden en tijdstippen waarop het klokgelui zal plaatsvinden. Dergelijke regulering van duur en geluidsniveau binnen redelijke grenzen, welke er niet toe leidt dat geen gebruik van betekenis om de klok te luiden meer resteert, moet geacht worden de vrijheid van godsdienst niet te beperken (Kamerstukken II 1985/86, 19 427, nr. 3, blz. 25, Kamerstukken II 1987/88, 19 427, nr. 21 en nr. 8, blz. 8 en Handelingen II 1987/88, blz. 48-49).

De rechtbank heeft, onder verwijzing naar deze totstandkomingsgeschiedenis, terecht overwogen dat de raad niet in strijd met artikel 10, tweede volzin, van de Wom handelt door het geluidsniveau van het klokgelui voor een deel van het etmaal aan banden te leggen. Uit de toelichting op artikel 109a van de APV blijkt dat de raad heeft gekozen om het in die bepaling opgenomen verbod te laten duren van 23:00 uur tot 7:30 uur, omdat dit de periode is waarin de meeste mensen nachtrust genieten. Deze nachtrust kan worden verstoord wanneer op luide wijze wordt opgeroepen tot gebed. Aangezien deze oproep een uiting is van ieders recht om zijn godsdienst vrij te belijden, moet enige overlast worden geaccepteerd en geldt het verbod alleen voor excessieve vormen van geluidsoverlast met een geluidsniveau dat meer dan 10 dB(A) boven de normen van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit en meer dan 10 dB(A) boven het omgevingsgeluid uitkomt, aldus de raad.

Zie over deze zaak overigens ook deze en deze bijdrage op dit blog.

Enige opmerkingen over de reikwijdte van de godsdienstvrijheid en de wijze waarop de Afdeling daar – blijkens bovenstaande overwegingen – mee omgaat  laat ik graag over aan de staatsrechtspecialisten van dit blog.  Ik wil twee andere opvallendheden van de uitspraak bespreken.

1. Zoals uit het bovenstaande al blijkt, verbood de Tilburgse APV het overschrijden van de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit met 10 dB(A), alsook het overschrijden van het omgevingsgeluid met 10 dB(A). Dat eerste verbod is vrij helder (hoewel het natuurlijk beter ware geweest als er een concreet aantal decibellen was genoemd). Dat tweede verbod vind ik echter erg vaag: hoeveel geluid ik mag produceren hangt er dus van af hoeveel geluid er op straat is. Moet de pastoor dan iedere ochtend decibellen in de omgeving gaan meten om vast te stellen hoe hard hij aan het touw mag slingeren, zodat dit  omgevingsgeluid niet met 10 dB wordt overschreden? De betekenis van de norm verschilt daardoor letterlijk per dag. Het is daardoor zeer moeilijk vast te stellen wanneer men nog binnen de norm handelt.

Wellicht zou daarom betoogd kunnen worden dat dit deel van de norm in strijd is met het rechtzekerheidsbeginsel. Aan de andere kant: APV’s kennen wel meer vage normen, die algemeen geaccepteerd zijn, zoals het verbod om “hinder voor de omgeving te veroorzaken”. Ten aanzien van die laatste soort normen kun je  echter weer betogen dat, hoewel de concrete invulling van die norm afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, deze norm in ieder geval niet per dag verschilt.

2.  In aansluiting daarop is verder nog interessant de volgende overweging:

Hoewel het Activiteitenbesluit niet rechtstreeks van toepassing is ten aanzien van het toegestane geluidsniveau, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling bij het bepalen van dat niveau aansluiting mogen zoeken bij de in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit neergelegde geluidswaarden, omdat hieruit blijkt wanneer in objectieve zin gesproken kan worden van geluidsoverlast.

Zoals ik zojuist al schreef, kennen vele APV’s vage normen over hinder. Als het gaat om geluidsoverlast, doen mensen daar pas een beroep op als er geen andere, concrete geluidsnormen bestaan. Zoals bijvoorbeeld de normen uit het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit kent echter uitzonderingen. Stemgeluid dat buiten wordt geproduceerd, telt bijvoorbeeld niet mee bij de beantwoording van de vraag of de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit worden overschreden (tenzij sprake is van een binnenterrein).

In dat soort gevallen moet men wel teruggrijpen op dit soort vage APV-normen.  Niemand weet precies hoe die ingevuld moeten worden. Wanneer men er een beroep op doet, slaan gemeenten een slag in de lucht, noemen ze wat omstandigheden die wel of niet onderbouwen dat sprake is van hinder (ik heb de indruk dat dat voornamelijk is ingegeven door de politieke wens in de concrete zaak) en er volgt een besluit.  Deze uitspraak kan daarin verandering brengen. De Afdeling zegt immers zelf dat uit het Activiteitenbesluit blijkt wanneer in objectieve zin kan worden gesproken van geluidsoverlast.

Daarmee wordt voor de invulling van vage geluidhindernormen in APV een handvat geboden om deze wat concreter te maken. In praktische zin zou dit zijn uitwerking kunnen krijgen door, wanneer een bepaalde geluidproductie de normen van het Activiteitenbesluit overschrijdt, er vanuit te gaan dat ook sprake is van hinder in de zin van de APV, tenzij het bestuur goed kan motiveren waarom niet van hinder mag worden gesproken. Die motivering zou aan zware eisen moeten voldoen.

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 RK 13/07/2011 om 16:40

Begrijp ik goed dat volgens de RvS geen sprake is van een inbreuk op de godsdienstvrijheid? Of is er weliswaar een inbreuk, maar een gerechtvaardigde inbreuk?

2 Joke Mizée 13/07/2011 om 20:36

“Dat eerste verbod is vrij helder (hoewel het natuurlijk beter ware geweest als er een concreet aantal decibellen was genoemd). Dat tweede verbod vind ik echter erg vaag: hoeveel geluid ik mag produceren hangt er dus van af hoeveel geluid er op straat is.”

Bij mij is het precies omgekeerd: natuurlijk is het omgevingsgeluid van invloed, en uiteraard fluctueert dat. Het Activiteitenbesluit (oftewel het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) geeft aan hoe dat bepaald kan worden. Dat is omslachtig (maar daar hebben we de Milieudienst voor), maar vaag is het niet.
Ook is het aantal decibellen concreet benoemd, voor verschillende tijdstippen van de dag. Wat ik echter vreemd vind, is om daar in alle gevallen 10 dB(A) bij op te tellen. (Iedere toename van 3 dB betekent nl. een verdubbeling van geluidsvolume – het is dus eerder een vermenigvuldiging dan een optelsom.)

3 JAdB 13/07/2011 om 23:45

Joke, dank voor je reactie.

Voor zover je bedoelt dat de term “vaag” hier ongelukkig gekozen is, moet ik je gelijk geven (ik verwijs kortheidshalve naar het proefschrift Wetsinterpretatie en rechtsvorming van Groenewegen voor de betekenis van het begrip vaagheid).

Ik bedoelde dat de norm variabel is, afhankelijk van niet vooraf te voorspellen omstandigheden. Je kunt je alleen om die reden al afvragen of dat niet reden is om strijd met rechtzekerheid aan te nemen. Nu moet die variabiliteit ook niet overdreven worden (het omgevingsgeluid zal waarschijnlijk nooit 100 dB(A) zijn), maar hij is wel zeker aanwezig, en in meerdere mate dan in de eerste norm, waarin de norm niet fluctueert.

Jouw kritiek begrijp ik wel: de omstandigheden van een geval worden op die manier wel meegenomen bij de beoordeling van geluidproductie (nadeel daarbij is de zojuist genoemde variabiliteit). De 10 dB(A) optel-truc is inderdaad vreemd. Niet alleen omdat 10 dB heel veel is, maar zoals je zegt ook omdat 10 dB bij verschillende “nulsituaties” (bijv. 45 dB + 10 of 50 + 10) niet hetzelfde is. Juristen willen dat nog wel eens vergeten (dat doet me denken aan een van mijn zaken waarin het bestuur durft te betogen dat vergroting van de afstand tussen de geluidproductie en de gevel van client geen verlaging van de geluidniveau’s op die gevel tot gevolg zou hebben).

4 Joke Mizée 14/07/2011 om 00:41

“Ik bedoelde dat de norm variabel is, afhankelijk van niet vooraf te voorspellen omstandigheden. Je kunt je alleen om die reden al afvragen of dat niet reden is om strijd met rechtzekerheid aan te nemen”
Dat geldt dan voor het Activiteitenbesluit als geheel, niet alleen bij deze uitspraak.
Iemand van een adviesbureau voor muziekcentra e.d. vertelde me eens dat hij verschillende malen bij het krieken van de dag had getracht 35 dB te meten op de gevel, maar het was niet gelukt. De ene keer deed een zuchtje wind de blaadjes ritselen, de andere keer begonnen er duiven te koeren, etc.

5 JADB 14/07/2011 om 10:13

Call it denial, maar er is niks variabels aan de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit.

6 Joke Mizée 14/07/2011 om 16:55

Volgens het besluit wordt het referentieniveau van het omgevingsgeluid als volgt bepaald: http://www.sonus.nl/dutch/begrippen/toelichtingen/achtergr.html. Er wordt een langdurig gemiddelde genomen van iets wat enorm fluctueert (en vaak geldt dus een omgevingswaarde die in de praktijk nooit voorkomt) maar toch wordt daar mee gewerkt.

Ik heb inmiddels begrepen dat de pastoor voor 7:30 uur maar liefst 80 dB(A) aan herrie mag produceren (70 + 10). Vaak zat hij echter rond de 83 (en dat is dus 2 x zo hard). Dat zal echt niet aan een toevallig passerende brommer gelegen hebben.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: