Alweer naar de stembus is alles behalve winst voor de democratie

door Ingezonden op 09/05/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Alweer naar de stembus is alles behalve winst voor de democratie

Nu het kabinet van VVD en CDA is gevallen, mogen we al in september weer naar de stembus: voor de vijfde keer in krap elf jaar. Dit is allesbehalve winst voor de democratie: wanneer volksvertegenwoordigers gemiddeld één keer per twee jaar terug naar de burger moeten, dreigt ons bestel te ontsporen. De reguliere regeerperiode van vier jaar maakt lange termijnbeleid al moeilijk. Het huidige politieke landschap dwingt dan ook tot constitutionele vernieuwing en het zoeken van alternatieven.

In Nederland ligt de uitvoerende macht bij de regering, terwijl de wetgevende macht wordt gedeeld door regering en parlement. Afgezien van het initiatiefrecht van de Tweede Kamer, is de gebruikelijke procedure dan ook zo dat de regering de wetten maakt en het parlement de wetten vaststelt. In de ideale situatie vormt het parlement, en dan vooral de Tweede Kamer, een stevige controle op van de regering afkomstige wetgeving en beleid.

Deze dubbele controlefunctie wordt echter in ernstige mate gehinderd door de praktijk van regeerakkoorden. Na verkiezingen is het gebruikelijk dat partijen proberen tot een coalitie te komen die kan rekenen op een ‘stabiele meerderheid’ in de Tweede Kamer. Daar blijft het helaas niet bij. De partijen spreken niet enkel af samen te werken (de eigenlijke ‘coalitie’), maar leggen bovendien in een regeerakkoord tot in de kleinste details hun onderlinge afspraken vast. De regering weet zich hierdoor verzekerd van een permanente meerderheid in de Tweede Kamer. Deze versmelting tussen regering en Kamermeerderheid zorgt ervoor dat de regering ongestoord kan beginnen met de ‘tenuitvoerlegging’ van het regeerakkoord: haar wetsvoorstellen worden immers consequent braaf afgestempeld door de aan het regeerakkoord gebonden meerderheid in de Tweede Kamer. De oppositie moet toekijken.

Conflicten vinden dan ook niet plaats tussen regering en Tweede Kamer, maar tussen de regeringspartners onderling, in de ministerraad. Het debat verplaatst zich daarmee van de openbaarheid en het hart van de democratie naar de geslotenheid en achterkamertjes van de regeringspartijen. De machteloze oppositie, en de daarmee tandeloze Tweede Kamer, rest veelal niets anders dan het cultiveren van incidenten, in de hoop de regeringspartners uit elkaar te drijven. De Tweede Kamer houdt zich door dit alles te veel met incidenten en randzaken bezig, en te weinig met haar eigenlijke, inhoudelijke taak: wetgeving en controle van het regeringsbeleid.

Met het minderheidskabinet Rutte-Verhagen ontstond er voor Nederland een geheel nieuwe situatie. Het kabinet werd slechts gedoogd door de PVV op bepaalde vooraf afgesproken punten. Dit had tot gevolg dat de regering, voor alle wetsvoorstellen die niet gedekt werden door het gedoogakkoord, op zoek moest naar wisselende meerderheden in de Tweede Kamer. De effecten daarvan zijn niet gemakkelijk te overschatten. De oppositie, en daarmee de Tweede Kamer, kreeg tanden. In plaats van enkel toekijken kon zij nu politiek wisselgeld eisen in ruil voor steun aan wetsvoorstellen. En, in tegenstelling tot voorheen, diende de regering ook daadwerkelijk te luisteren. Regelmatig diende zij nu daadwerkelijk in onderhandeling te treden met de verschillende partijen. Dit zorgde onder meer voor levendige debatten over de politiemissie in Kunduz en de financiële steun aan Griekenland, op de plaats waar die debatten thuishoren: de Tweede Kamer. Bovendien kreeg de oppositie – juist door die wisselende meerderheden – de mogelijkheid om hun kiezers wezenlijk te representeren. En hoe meer partijen participeren in het wetgevingsproces, hoe hoger het democratisch gehalte.

Toegegeven, de voordelen van de minderheidsconstructie werden nog niet altijd ten volle benut. Het gedoogakkoord met de PVV beperkte het aantal onderwerpen waarop naar wisselende meerderheden in de Tweede Kamer gezocht diende te worden. De democratische potentie van de minderheidsconstructie als zodanig is evenwel overduidelijk.

Het wegvallen van het gedoogakkoord met de PVV maakte de weg vrij om volledig als minderheidskabinet te functioneren. Wat dat kan opleveren, zagen we bij het begrotingsakkoord van de ‘Kunduz-coalitie’.

Een minderheidskabinet met een aantal sympathiserende fracties in de Tweede Kamer zou verrassend stabiel kunnen zijn. De ideologische verschillen tussen de coalitiepartners zullen logischerwijs minder groot zijn, hetgeen de kans op interne conflicten verminderd. Daarnaast heeft zo’n kabinet, door de wisselende meerderheden, steeds verschillende opties bij de uitvoering van haar beleid. Of een minderheidsconstructie in de praktijk ook daadwerkelijk stabieler zal zijn, valt nog te bezien, maar met de huidige gemiddelde zittingsduur van twee jaar ligt de lat alvast niet erg hoog. Het is dan ook betreurenswaardig dat deze constitutionele noviteit niet langer heeft mogen rijpen.

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden. Dit stuk verscheen eerder in de Trouw van 8 mei 2012.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 09/05/2012 om 16:37

Om maar even een term uit de VS en het VK te lenen, zou ik voor dit betoog onderscheid maken tusen “money bills” en de rest. Me dunkt dat een minderheidskabinet niet ideaal is als het gaat om de kern van het budget. Daarvoor is een zekere voorspelbaarheid toch wel wenselijk. (Om een voorbeeld uit mijn eigen onderzoeksgebied te pakken: als de regering zegt dat de komende jaren X, Y en Z miljard euro in het infrastructuurfonds zullen worden gestort, dan is het wenselijk dat dat zo zeker is als het staatsrechtelijk maar kan zijn.)

Voor niet-money bills ben ik het met je eens, al zou ik zeggen dat dat niet slechts een kwestie van meerderheids- en minderheidskabinetten is. In het VK werkt de dialoog tussen regering en oppositie veel beter, ondanks dat de regering daar altijd de meerderheid heeft. In Nederland heeft de regering nog wel eens de neiging om in het debat te volstaan met een verwijzing naar het regeerakkoord, en dat zou de oppositie nooit moeten accepteren.

2 Super De Boer 09/05/2012 om 22:02

Dat regeerakkoorden de controlefunctie van het parlement in enigerlei mate belemmeren, klopt wel, denk ik. Daar staat normaliter tegenover dat de slagkracht van de regering er juist door wordt vergroot, hetgeen volgens mij juist voorkomt dat het bestel ontspoort (het in bovenstaand stuk gesignaleerde dreigende probleem, als ik het goed begrijp).

Daarnaast zouden regeerakkoorden ervoor zorgen dat het debat ‘zich verplaatst van de openbaarheid en het hart van de democratie naar de geslotenheid en achterkamertjes van de regeringspartijen’. Dat is natuurlijk in elk geval gedeeltelijk waar, zo wijst de praktijk uit. Maar het pleidooi dat de auteur vervolgens houdt voor minderheidskabinetten met wisselende meerderheden in het parlement gaat er m.i. aan voorbij dat het….ehm….Lente-akkoord ook niet in de plenaire zaal tot stand is gekomen.

Ben het wel eens met de stelling dat het bestel (en dan ook het gehele bestel) aan een grote beurt toe is. Ben er zelf echter nog niet helemaal uit hoe dit vorm zou moeten worden gegeven. Enkele losse flodders die wel eens in me opkomen:
– samenvoegen provincies en waterschappen, met alleen nog enkele duidelijk afgebakende kerntaken, vrijwel uitsluitend op het gebied van I&M en RO (functionele decentralisatie, territoriaal vormgegeven; geen geneuzel over de maximale inhoud van woningen in het buitengebied)
– voortgaande herindeling van gemeenten tot ca. 200-300 stuks resteren (echter wel alleen op vrijwillige basis, stimuleren dus, niet afdwingen)
– niet- en blanco-stemmers een stem geven in het parlement door naar rato zetels leeg te laten (kiesdeler wordt dus anders berekend)
– Grondwetsherzieningen makkelijker maken (maar niet te makkelijk), ik denk hierbij wel eens aan het doorhalen van de versterkte meerderheid in de Eerste Kamer in tweede lezing; de Eerste Kamer hoeft ook niet meer te worden ontbonden en kan ook op dit punt anders behandeld worden dan de Tweede Kamer
– Verkiezingen op kortere termijn kunnen organiseren dan de minimaal 83 dagen die er nu voor staan

Maar goed, al deze punten hebben ongetwijfeld ook weer hun nadelen.

3 PB 10/05/2012 om 11:20

Precies de analyse die jij nu vaker ziet. Ik heb een maand voor het kabinet viel al een keer een stuk geschreven voor Christendemocraat.nl, samen met CDJA-voorzitter Arrie Vis. http://www.christendemocraat.nl/2012/02/geef-de-d-van-het-cda-weer-inhoud-arrie-vis-en-peter-boswijk/. Onze oplossingsrichting was:
– meer dualisme door gekozen minister-president voor 4 jaar en een presidentieler systeem (afschaffen vertrouwensregel). Een permanent minderheidskabinet dus…
– sterker individueel representatief vermogen individuele kamerleden door gemengd kiesstelsel
– stabiliteit door vaste tweejaarlijkse verkiezingen voor telkens de helft van de kamer (gelijk ook hogere kiesdrempel).

Maar ja voorlopig zal er wel niets veranderen. De geest is wel een beetje uit de fles. Dat zie je ook aan de eigenlijk nu gevestigde praktijk om lijsttrekkersverkiezingen te houden. Ook als je kijkt naar de wijze waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, gaat dat een stuk democratischer. Sommige CDA Afdelingen wilden ook primaries in provincies houden voor een plek op de lijst.

4 Super De Boer 16/05/2012 om 20:28

😕 Zag ik nou goed dat het NOS-journaal zojuist de uitgelekte volledige inhoud van het Lente-akkoord presenteerde, vergezeld van de logo’s van VVD, CDA, D66, GL en…..SP (i.p.v. CU)?? Ik wil geen mieren neuken, maar ik verwed er een blikje bier van een goed merk om dat dit iemand op een fikse reprimande zal komen te staan.

5 Super De Boer 16/05/2012 om 20:43

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: