Amsterdam en de Wet Bibob

door Redactie op 19/06/2009

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Amsterdam en de Wet Bibob

Het gemeentebestuur van Amsterdam timmert flink aan de weg met de Wet Bibob. Op grond van deze wet kunnen beschikkingen worden geweigerd en ingetrokken vanwege een ‘ernstig gevaar’ dat het verlenen van de beschikking zal leiden tot criminele activiteiten dan wel het benutten van voordeel behaald uit criminele activiteiten (zie art. 3 Wet Bibob). In het verleden behaalde het gemeentebestuur van Amsterdam eclatante successen, bijvoorbeeld door de Hell’s Angels dwars te zitten door een bouwvergunning voor hun clubhuis in te trekken en enkele leden in hun werkzaamheden te belemmeren. Recent maakte het gemeentebestuur van Amsterdam bekend de wet ook te gaan toepassen bij subsidieverlening.

Deze week behaalde het gemeentebestuur een nieuwe overwinning doordat de Raad van State de intrekking van de exploitatie- en de Drank en Horecawet-vergunning van de Thorbecke Bar en restaurant Baires in stand liet. Eerder had de rechtbank deze besluiten nog vernietigd, omdat de onderbouwing haar niet overtuigde. 

De intrekking is gebaseerd op een rapport van het Landelijk Bureau Bibob, waarin werd geconstateerd dat aan het Thorbeckeplein activiteiten werden verricht die het daglicht niet konden verdragen. Het rapport maakt melding van een tweetal oude veroordelingen (uit 1992 en 2001) wegens Opiumwetdelicten. In combinatie met informatie uit de registers van de Criminele Inlichtingen Eenheid, waaruit zou blijken dat deze delicten ook na de veroordelingen nog voortduren, was er voor het Landelijk Bureau Bibob, en vervolgens ook voor het gemeentebestuur, voldoende aanleiding om te veronderstellen dat de het in stand laten van de beschikkingen zou leiden tot een ernstig gevaar dat crimineel voordeel (behaald uit drugshandel) zou worden witgewassen. 

De rechtbank stelde zich, als gezegd, kritisch op: de veroordelingen waren al oud en de CIE-informatie kan geen zelfstandig bewijs vormen voor een ‘ernstige mate van gevaar’. Dit is in zoverre een logisch standpunt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder, in een tweetal uitspraken over de toepassing van de Wet Bibob in Groningen en Dordrecht nog had geoordeeld dat CIE-informatie slechts in combinatie met andere feiten grondslag kan vormen voor de conclusie dat sprake is van ernstige mate van gevaar. Interessant is dus dat de Raad van State nu concludeert dat een oude en een zeer oude veroordeling kunnen worden aangemerkt als zo’n ‘ander feit’. Meer in het algemeen rijst de vraag wanneer een oude veroordeling voor de Wet Bibob is verjaard? Wanneer ben je als gekende crimineel weer ‘schoon’?

 

Het grote probleem is dat de wetgever op deze vragen in de Wet Bibob geen antwoord geeft. We zijn dus aangewezen op bestuurspraktijk en corrigerende jurisprudentie. Over het algemeen lijkt het Landelijk Bureau Bibob een termijn van vijf jaar aan te houden. Dit is overigens neergelegd in een interne gedragslijn die angstvallig verborgen wordt gehouden voor de buitenwereld, terwijl er voldoende aanleiding lijkt te bestaan om dit soort kwalificatiebeleid vast te leggen en te publiceren in beleidsregels bijvoorbeeld.

 

Als we deze regel toepassen in de casus lijkt er dus sprake van een te oude veroordeling, en van CIE informatie die zelfstandig geen grond op kan leveren voor het vermoeden van een ‘ernstige mate van gevaar’. Twee keer niks dus. Bij de toepassing van de Wet Bibob is echter twee keer niks voldoende om een vergunning in te trekken.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JAdB 19/06/2009 om 16:03

Terecht punt. De ouderdom van de feiten speelt ook in de Yab Yum zaak. Daar gaat het echter om veroordelingen en vermoedens die zich veel meer dan vijf jaar geleden hebben voorgedaan en die aan de vergunningaanvrager worden tegengeworpen. Van de interne beleidslijn waar u over spreekt, is mij dus niets bekend. Misschien dat het LBB onder omstandigheden wel oudere veroordelingen gebruikt, namelijk wanneer het van mening is dat thans nog steeds strafbare feiten worden gepleegd. De oudere feiten worden dan aangedragen als bewijsmiddel voor het gepleegd zijn van feiten in het heden. Of het LBB daadwerkelijk aldus te werk gaat, is mij trouwens niet duidelijk. De adviezen (ik heb er meerdere gezien) zijn daarvoor doorgaans niet duidelijk genoeg. Die werkwijze zou de Bibob-toets naar mijn mening overigens al te ondoorzichtig maken.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: