Artikel 100-brieven en de betere politieke koehandel

door GB op 25/03/2011

in Haagse vierkante kilometer

Voor de bestudering van het functioneren van minderheidskabinetten zijn dit de betere tijden. En de artikel 100-brieven vormen de casus. Dergelijk brieven zijn, dat weet nu inmiddels iedereen, formeel mededelingen van de regering dat ze de krijgsmacht ergens gaan inzetten. De facto is min of meer noodzakelijk geworden dat een meerderheid in de Tweede Kamer met instemming kennis neemt van een dergelijke brief.

Artikel 100-brieven zijn een van de weinige punten waarop dit minderheidskabinet echt kwetsbaar is. De PVV vaart weliswaar een bijna tegengestelde politieke koers op het buitenlands beleid, maar meestal heeft de regering de kamer niet echt nodig op dit terrein. Zolang de begroting maar goedgekeurd wordt, gaat het goed. En voor het goedkeuren van de begroting heeft de PVV wel getekend. Voor artikel 100-brieven niet, en daarom zijn ze zo interessant.

Het volgen van het politieke schaken rond die brieven wordt bemoeilijkt doordat het onderwerp, de uitzending van militairen, veroorzaakt dat het spel niet al te openlijk gespeeld mag worden. Over de ruggen van onze jongens en meisjes ga je immers geen openlijke politieke punten scoren. Maar er valt wel het een en ander aan elkaar te knopen.

De eerste artikel 100-brief van dit kabinet werd vooral uitgespeeld door Sap van GroenLinks. Zij zette ‘Mark met zijn rug tegen de muur’ en deed harde zaken met hem aan de keukentafel. Andere partijen hebben dat gezien en zich gerealiseerd dat zij te vroeg ingestapt waren. Daarom is het niet toevallig dat juist D66 bij de tweede artikel 100-brief, het wapenembargo in Libië, zich meteen meldde. Wat had het kabinet voor hen in de aanbieding? Om zich te wapenen tegen het verwijt van politieke koehandel hadden ze iets gevonden wat dicht bij de missie lag: ontwikkelingshulp. Pechtold bleef ook, anders dan Timmermans van de PvdA, terughoudend in zijn opstelling. De PvdA verspeelde zijn politieke positie meteen al door de populistische tegenstanders te verwijten ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ te staan. Wie zich op zulke moral highground terugtrekt zet zich politiek muurvast en heeft niet veel meer te eisen.

Dat in het debat over de tweede artikel 100-brief serieuze politieke rolwisselingen plaatsvonden bleek wel toen Pechtold feitelijk informeerde waarom hem in de achterkamertjes nog geen deal was voorgesteld en Brinkman van de PVV begon te eisen dat de minister die hij zelf alleen gedoogt niets zou toegeven aan de oppositie. Rosenthal bleef proberen om de brief zelf het verhaal te laten vertellen, maar in de uren van schorsing heeft Pechtold volgens mij wel degelijk geprobeerd om Rutte weer ‘met zijn rug tegen de muur’ te zetten om vervolgens aan zijn keukentafel te kunnen komen incasseren.

Uiteindelijk leverde het in de openbaarheid niet meer op dan dat het kabinet zich extra gecommitteerd heeft aan democratie in die regio. Maar dan zonder dat dat extra geld kost. Dat klinkt op het eerste gezicht maar als een zeer marginaal succes van Pechtold. Maar hij was dan ook, anders dan GroenLinks bij Kunduz, niet strikt noodzakelijk voor een meerderheid omdat de PvdA reeds aan boord was gestapt.

Inmiddels heeft het kabinet de bel geluid voor de derde ronde. We gaan het zien. Voor het goed functioneren van een minderheidskabinet staan denk ik tenminste twee kritische factoren op het spel: het kabinet mag niet te zeer afhankelijk zijn van een gedoogpartij, en onderwerpen mogen niet al te zeer met elkaar verknoopt raken.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: