Asscher me nou

door GB op 03/09/2009

in Rechtspraak, Varia

De ‘rol van de rechter’ is een moeizaam te definieren begrip. Grijpen we terug op Montesquieu, dan zien we de rechter vooral optreden als een beslechter van burenruzies. Maar er is meer. Een aanknopingspunt is bijvoorbeeld te vinden in een stelling van Chief Justice Marshall in Marbury v. Madison (de classic case van constitutionele toetsing). Marshall schrijft: ‘It is emphatically the province and duty of the judicial department to say what the law is.’ Meer dan een conlflictbeslechter is de rechter – in laatste instantie – degene die de betekenis van de wet vaststelt.

Ook in Nederland trekt de rechter zich in laatste instantie de interpretatie van een wet aan. Wetsinterpretaties van bestuursorganen, bijvoorbeeld, worden vol getoetst door de bestuursrechters en desnoods vervangen door hun eigen interpretatie. Vaststellen wat de wet betekent is een taak van de rechter. Gebeurt dat niet naar tevredenheid, dan ligt het op de weg van de wetgever om de wet te wijzigen. Het is niet aan een willekeurig bestuursorgaan om een rechterlijke interpretatie terzijde te schuiven.

Niet iedereen heeft dat even scherp op het netvlies. De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher, bijvoorbeeld, heeft er duidelijk moeite mee. Want de hoogste relevante rechter (CBB) heeft zich recent uitgelaten over wat een ‘toeristisch gebied’ is in de zin van de Winkelsluitingstijdenwet. En dat is alles, behalve een hefboom om winkels in het algemeen op zondag open te stellen. Maar wat doet Asscher? Die trekt eerst het bestaansrecht van stadsdelen überhaupt in twijfel (‘Ik wil er een eind aan maken dat een winkel aan de ene kant van de brug wel open mag en aan de andere kant niet. Dat begrijpt niemand’) en verklaart vervolgens doodleuk dat de gemeente Amsterdam wel mag wat het stadsdeel Noord niet mocht: via de toerisme-bepaling winkelopenstelling mogelijk maken in gebieden die alles behalve toeristisch zijn. (zie ook zijn brief aan de raad)

Toegegeven: er ligt er een iets andere vraag voor, wanneer niet een stadsdeel maar de totale gemeente Amsterdam zichzelf tot toeristisch gebied verklaart. Het centrum van Amsterdam is namelijk buiten twijfel ‘toeristisch gebied’. Maar in de kern blijft het een actie waartegen de rechter zich verzet heeft: de betekenis van een bepaling oprekken voor een ander doel. Volgens mij heeft de advocaat van de ‘kleine ondernemers’ een mooie zaak. Hij mag namelijk aan de rechter gaan vragen zichzelf serieus te nemen. En Asscher door te verwijzen naar Den Haag om daar een wetswijziging te bepleiten.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Wybo 03/09/2009 om 08:27

Wat mij altijd intrigeert bij dit soort zaken is dat bestuurders klagen over het niet houden aan normen en regels door de burgers, maar dat ze als het puntje bij paaltje komt exact hetzelfde doen. Het voorbeeld dat ze op deze manier geven is dat regels alleen gelden voor anderen en niet voor hen.
Prima als je van de zondagssluiting af wil, maar dat moet dan wel via de weg die daar voor is. De wetgever dus. Wat daarnaast triest om te zien is is dat de bestuurder hier net zo min de rechter serieus neemt als vele burgers gezagsdragers niet serieus nemen. "Zo'n agent moet mij niet vertellen dat ik weg moet gaan. Ik doe niks verkeerd." "Zo'n rechter moet ons niet de wet voorschrijven, zondagsopening moet gewoon kunnen." Zoek de verschillen zou ik zeggen.

2 Ans Hengels 03/09/2009 om 14:34

Hopelijk neemt de burgemeester zijn taak serieus en draagt hij de boel voor vernietiging door de Kroon voor.

3 RML 05/10/2009 om 20:02

Toch ligt historisch deze Amsterdamse eigenwijsheid aan de basis van menig veranderd inzicht bij de hogere overheden.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: