Bakt onze rechtspraak er wat van?

door IvorenToga op 19/02/2013

in Rechtspraak

Post image for Bakt onze rechtspraak er wat van?

Binnen de rechtspraak is “kwaliteit” op dit moment het toverwoord. Op de voet gevolgd door “transparantie”. Transparant zijn over de kwaliteit is dan het minste wat van de rechtspraak verlangd mag worden. Ondanks de goede bedoelingen, de talloze jaarverslagen en de vele cijferoverzichten, is er maar beperkt inzicht in de kwaliteit onze rechtspraak. We weten eigenlijk nauwelijks of de rechtspraak er iets van bakt.

Kwaliteit begint met het terugkoppelen van zaken die niet goed zijn gegaan. Het geven en ontvangen van feedback is het begin van verbetering. Nu is dat in organisaties met autonome professionals en dus niet alleen in ziekenhuizen en universiteiten maar ook binnen de rechtspraak erg lastig. Het is nog niet zo lang geleden dat een rechter een feedbacknotitie retourneerde met de opmerking ‘dit doet me denken aan gemeenschap met insecten’. Ik kon die rechter niet eens ongelijk geven. Omdat voor een buitenstaander weinig tot niets te zeggen valt over datgene wat echt telt (het wel of niet schuldig verklaren, de strafoplegging en de mate waarin de overheid als rechtshandhaver wel of niet over de schreef is gegaan) blijft feedback noodgedwongen steken bij (laat ik de beestjes maar bij de naam noemen) mierenneuken.

Nu hebben we binnen de strafrechtspraak een systeem van feedback waar andere professionele organisaties jaloers op zijn. Bovendien ziet dat kwaliteitssysteem op de punten die echt belangrijk zijn: het bewijs, de straf en de rechtmatigheid van het overheidsoptreden. In elke zaak bestaat de mogelijkheid om tamelijk goedkoop tot tweemaal toe een second opinion aan te vragen. Na het oordeel van de rechtbank kan in hoger beroep de zaak nogmaals worden bekeken door 3 (!) collega’s bij het gerechtshof en daarna nog eens door 3 (en soms zelfs 5!) collega’s bij de Hoge Raad. Ondertussen kijkt bij elke fase een rechtsgeleerd raadsman mee en een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie, die geacht wordt niet alleen de maatschappij te vertegenwoordigen maar ook oog te hebben voor de belangen van de verdachte. Dit alles gebeurt grotendeels ook nog eens in de openbaarheid en alsof dat niet genoeg is, geeft in cassatie een onafhankelijke advocaat-generaal zijn opvatting over een zaak en bestaat zelfs na definitieve afdoening de mogelijkheid tot herbeoordeling in het kader van een herziening- of gratieprocedure.

In het geval dit kwaliteitssysteem voldoet (en daar ga ik vanuit), moet gezocht worden naar een alternatieve verklaring voor de voortdurende suggestie van kwaliteitsafname. Mogelijk is dat het gebrek aan transparantie over de resultaten van dit mooie kwaliteitssysteem. Ik bedoel dit: zou men nog steeds hardop durven te twijfelen aan de kwaliteit van rechtspraak wanneer blijkt dat uitspraken in hoger beroep of cassatie slechts mondjesmaat sneuvelen? Kennis daarvan zou dus de weinig onderbouwde stelling over het teloorgaan van de kwaliteit kunnen onderbouwen óf tegenspreken.

Het gekke is nu dat nauwelijks iets over het appel- en cassatiepercentage van de verschillende gerechten bekend is. Het jaarverslag van de Hoge Raad geeft inzicht in het totaal aantal vernietigingen, maar niet van de reden van die vernietigingen en evenmin van de aantallen per gerecht. Zelf weet ik, na handmatige telling, dat het afgelopen half jaar 11 % van de door de Arnhemse strafafdeling van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen arresten is vernietigd (8% vanwege schending van de redelijke termijn al dan niet veroorzaakt door het hof en 4 % om inhoudelijke redenen). Geen cijfers die duiden op minder kwaliteit (integendeel: ze zijn de afgelopen jaren nog nooit zo laag geweest), maar hoe deze cijfers zich landelijk verhouden weet ik niet. De jaarverslagen van de Raad voor de rechtspraak maken geen melding van de beroepscijfers. Kwaliteit wordt onder meer geduid in aantallen Promisuitspraken, opleidingsuren en ondernomen kwaliteitsinnovaties. In eerdere columns heb ik reeds betoogd dat dergelijke cijfers weinig zeggen over de kwaliteit van onze rechtspraak. Belangrijker is dat de resultaten van de kerntaak niet bekend zijn. We weten dus niet of onze rechtspraak er iets van bakt.

Natuurlijk omvat kwaliteit veel meer dan het wel of niet in stand blijven van een uitspraak in hoger beroep of cassatie en zegt vernietiging van een uitspraak ook niet altijd iets over de kwaliteit van het vernietigde oordeel. Gerechtshoven vernietigen nu bijvoorbeeld standaard en ook dat zou moeten veranderen. Dit alles neemt echter niet weg dat inzicht in de beroepscijfers het vooralsnog ontbrekende begin van inzicht is over de kwaliteit van onze rechtspraak.

Een cynicus zou kunnen zeggen dat bestuurders kennelijk niet geïnteresseerd zijn in de cijfers die echt iets zeggen over de kwaliteit van rechtspraak. Of dat zo is, laat ik in het midden, maar het zou schelen wanneer die cijfers wel bekend zouden zijn. Vanuit het oogpunt van transparantie én vanuit het oogpunt van kwaliteit. Voor de hand ligt namelijk dat de Raad voor de rechtspraak op grond van haar kwaliteitstaak naar aanleiding van deze informatie richting de gerechten actie onderneemt. Nu worden de gerechten op kwaliteit afgerekend aan de hand van cijfers die maar weinig vertellen over kwaliteit. Het is niet meer dan logisch dat dat (ook) gebeurt naar aanleiding van de vraag of het echte werk volgens een hogere instantie goed is verricht. Dan wordt bijvoorbeeld ook duidelijk of verschil in productie tussen de gerechten zich ook vertaalt in verschil in kwaliteit. Wanneer, zoals vaak gesteld wordt, meer productie leidt tot minder kwaliteit, zou dat hieruit moeten blijken. Er is kortom alle reden toe om meer inzicht te krijgen in de appel- en cassatiepercentages van de verschillende gerechten. Onze bakker kiezen we immers ook niet louter vanwege zijn mooie etalage. We willen ook weten of hij er iets van bakt.

Rick Robroek
Stafjurist gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 01/03/2013 om 16:10

Vermits politieke partijvertegenwoordigers, journalisten en anderen “transparantie” en “kwaliteit” als containerwoorden gebruiken in hun (vaak) gekleurde verhalen is het m.i. ten minste nuttig om antwoord te krijgen op de vraag wat de gebruiker(s) van deze twee woorden in concreto er onder verstaat(n) en aan welke criteria er moet worden voldaan .

De strafrechtspraak hanteert volgens de auteur “een systeem van feedback waar andere professionele organisaties jaloers op zijn “.
Een “vertegenwoordiger” van het OM die evenals het OM zelve onder het gezag en verantwoordelijkheid van een politieke partijvertegenwoordiger (minister) staat, “wordt geacht ook oog te hebben voor de belangen van de verdachte”. Het is m.i. onvoldoende gebleken om zeer langdurende “tunnelvisies” in grote “moordzaken” te corrigeren.
In het opgemelde systeem kan daarom m.i. een universitair opgeleide ervaren en niet-afhankelijke jurist als “advocaat van de duivel”.de plaats van de “vertegenwoordiger” van het OM innemen.

Het onderzoeksvoorstel van de auteur naar de in de media circulerende “kwaliteitsafname” is m.i. toe te juichen mits het wordt verricht door onafhankelijke onderzoekers buiten de gremia van politici, staatsbesuurders, media en rechters.
a.zecha

P.S, meer is te lezen op:
http://njblog.nl/wp-content/uploads/2013/02/V_26_Speelruimte_voor_transparantere_rechtspraak.pdf

http://njblog.nl/wp-content/uploads/2013/02/Paginas-van-NJB-4-2013.pdf
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: