Balkenende & Brussel II

door GB op 29/09/2009

in Haagse vierkante kilometer

Is de norm dat er na een vertrek van Balkenende naar Brussel verkiezingen moeten volgen op enige wijze hard te maken? De oogst van een korte ‘publieke discussie’.

Hans Goslinga betrok in Trouw een duidelijke stelling: ‘Wisseling van MP kan niet buiten de kiezer om’. Maar een harde uitspraak over het staatsrecht durft hij niet te doen. Zijn hoofdargument is dat ten tijde van de kwestie Mijer door de Tweede Kamer een ‘eis van zedelijkheid’ is geconstrueerd dat een ambtsdrager niet zomaar weg kan. Dat zou zijn af te leiden uit de reacties uit de Tweede Kamer op het vermoeden dat Mijer als formateur zijn benoeming in Indonesië zelf had bekokstoofd. Bovendien zou het accepteren van de ‘korte rokade’ betekenen dat de benoeming van bewindspersonen een schaakspel van de partijtop wordt, terwijl de Tweede Kamer die in 1866 juist op de Koning veroverd had. Daarmee is het argument volgens mij neergekomen op de stelling dat de Tweede Kamer een kabinet dat zijn naamgever verliest meteen met wantrouwen moet treffen, in verband met het schenden van een ‘eis van zedelijk’. Verkiezingen liggen in de praktijk dan vaak in het verlengde van zo’n blijk van wantrouwen.

Het Nederlands Dagblad liet twee experts opdraven. De hoogleraren Engels en Bovend’Eert zagen geen harde staatsrechtelijke bezwaren. Staatsrechtelijk is de wisseling van de premier immers vergelijkbaar met het wisselen van de minister voor Wonen, wijken en integratie. Maar ook Engels vroeg zich af of het ‘fatsoenlijk’ was dat te doen, en Bovend’Eert vond dat Balkenende zich kwetsbaar maakte voor verwijten van plichtsverzuim.

Afgelopen zaterdag trok de nestor van de Tweede Kamer, SGP-voorman Bas van der Vlies, op de opiniepagina van De Volkskrant de kaart van het ongeschreven staatsrecht. Volgens hem blijkt uit de parlementaire geschiedenis ‘dat er een soort norm is die voorschrijft dat je de rit uitzit’. Dat is uiteraard een moeizame redenering (want: uit feiten een norm afleiden) maar dat is op zichzelf niet geheel ongebruikelijk in het staatsrecht. Dus hoewel acceptabel, overtuigend is het nooit helemaal.

Het meest overtuigende vind ik het argument dat aanknoopt bij de rol van Balkenende bij de totstandkoming van het kabinet. Hij was immers de formateur en hij heeft de regeringsverklaring afgelegd, waarin duidelijk plannen voor vier jaar werden gepresenteerd. Ik vind dat een staatsrechtelijk aanknopingspunt voor een bijzondere positie van de minister-president als het om een vaandelvlucht gaat. Bovendien staat de handtekening van de minister-president onder de benoemingsbesluiten van alle ministers en staatssecretarissen, ook onder die van de minister-president zelf (artikel 48 Grondwet). De bedoeling daarvan is om de politieke verantwoordelijkheid van de zittende minister-president voor ‘zijn’ kabinet te benadrukken. Tegelijk is daar naar mijn smaak een soort constitutionele lotsverbondenheid uit af te leiden die meebrengt dat een kabinet collectief zijn ontslag moet aanbieden als de minister-president vertrekt. Een klein beetje zoals een staatssecretaris zijn minister volgt, als die zijn portefeuille ter beschikking stelt.

Uiteraard zal veel afhangen van de bereidheid van de Tweede Kamer om zich niet al te slaafs te onderwerpen aan de besluiten van een willekeurige partijtop. Hoopgevend is in ieder geval dat Van Geel zich nu beroept op een ‘Van der Vlies-norm’ om de schuld voor het falen van Balkenende tijdens de Algemene Beschouwingen over de hele kamer uit te smeren. Misschien dat hij dan ook op dit punt naar Van der Vlies wil luisteren.

UPDATE: prof. Van den Berg heeft een precedent gevonden: interpellatie van het kamerlid Betz in 1861: ‘De Kamer was het erover eens dat een kabinet dat zijn formateur is kwijtgeraakt, en daarmee de politieke leidinggevende, niet doodleuk kan aanblijven.’

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 FJJ 29/09/2009 om 11:36

Inderdaad lijkt me de constitutionele verantwoordelijkheid van de minister-president blijkend uit het contraseign een aanknopingspunt. Nu maar hopen dat de kamer de staatsrechtelijke rug recht houdt.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: