Barbara Oomen vs. ‘Hofbashers’

door RdG op 24/11/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

In de Volkskrant van vandaag een reactie van prof. Barbara Oomen (hoogleraar aan Roosevelt Academy en aan UvA, lid Staatscommissie Grondwet) op de recente kritiek op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Prof. Oomen begint met de erkenning dat de juiste reactie er misschien niet één is waarin alle juridische argumenten van stal worden gehaald om het gestelde ongelijk van Thierry Baudet c.s. te bewijzen. Wat heeft het publiek er aan als we het leerstuk van de margin of appreciation erbij gaan halen, of het EVRM als zogenaamd onomkeerbaar beschavingsmoment na de Tweede Wereldoorlog?

‘En al helemaal niet melancholiek terugdenken aan de tijd dat Nederland gidsland op dit gebied wilde zijn, of hameren op de holocaust en het nie wieder waar het EVRM in essentie voor staat. Laat allemaal maar even.’

Uiteraard wil ze hiermee de critici ook even fijntjes de oren wassen, maar ze komt, na een blijk van verbazing over de huidge tijdsgeest, snel tot de kern van de zaak. Nederland heeft zélf gekozen voor deze verhouding tussen de nationale en de internationale rechtsorde:

‘Er is immers in Europa geen land dat zó open staat tegenover de internationale rechtsorde, en waarin daarom bijvoorbeeld de uitspraken van het Hof zo belangrijk zijn.’

Ze haalt het rapport van de Staatscommissie Grondwet aan en schetst hoe de openheid van de Nederlandse rechtsorde in schril contrast staat tot de (parlementaire) betrokkenheid bij het aangaan van internationale verplichtingen. Niet zelden worden verdragen stilzwijgend goedgekeurd en al decennia zijn bepaalde EVRM-rechten niet opgenomen in de Grondwet.

Het toetsingsverbod, dat rechters alleen toelaat wetten aan internationale verdragen te toetsen, is nog een reden waarom de EHRM-jurisprudentie in Nederland zo belangrijk is.

‘Opheffing van dit toetsingsverbod zou dan ook niet – een algemene misvatting – de rechters versterken, maar wel de Grondwet. En hiermee leiden tot een eigen constitutionele jurisprudentie die Straatsburg zou moeten respecteren.’

Barbara Oomen legt de vinger op een zere plek en brengt de discussie over het EHRM terug binnen eigen landsgrenzen: in plaats van af te geven op het Straatsburgse Hof zouden we moeten erkennen dat we dit Hof én onszelf weinig keus laten. In plaats van Straatsburg te behandelen als boeman, zouden we de Nederlandse rechter en het Nederlandse parlement meer mogelijkheden kunnen geven.

Hiermee stelt prof. Oomen een welkom weerwoord op voor een breder publiek, zonder melancholisch te zijn (vooruit, een beetje dan) en zonder teveel juridische details. De moeite waard om te lezen!

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 JWvR 24/11/2010 om 15:52

Bravo Prof. Oomen! Het gaat, zoals Baudet en in het verleden ook Prof. Peters in verband met het voorstel Halsema suggereren, in de kern inderdaad niet om eigengereide Poolse en Russische rechters maar om de wijze hoe wij in Nederland tegenover internationaal en constitutioneel recht aankijken.

2 frozan 14/05/2011 om 13:02

kan iemand me vertellen welke rechten van het EHRM niet zijn opgenomen in het grondwet?

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: