Begin bij jezelf!

door IvorenToga op 12/02/2013

in Rechtspraak

Post image for Begin bij jezelf!

Het “Leeuwarder manifest” is ook in deze kolommen al meermalen ter sprake geweest. Ik heb collega-rechters horen zeggen dat we het uit solidariteit moeten ondertekenen. Solidariteit? Waarmee dan? Misschien met het onderdeel dat in de publiciteit weinig aandacht heeft gekregen: de wijze waarop onze nieuwe (nou ja, nieuwe …) leiders zijn benoemd en het ontbreken van een behoorlijke inspraakmogelijkheid voor ons daarbij. Maar dat is nu een gepasseerd station, al is het zorgelijk te zien hoe weinig naar vernieuwing is gestreefd en in welke mate toezeggingen dat niemand op zijn plek zou blijven zitten, kennelijk zijn vergeten.

Terug naar het aspect dat in de publiciteit wel uitvoerig is belicht: de vermeende werkdruk. Ik heb met de klachten daarover nooit zoveel solidariteit gevoeld. Dat is niet anders geworden sinds ook de president van de Hoge Raad zich erachter heeft gesteld. Zo wordt – en daarop hebben onze hoogste rechters doorgaans geen zicht – te weinig gekeken naar mogelijkheden die rechters zelf hebben, of kunnen bedenken, om het werk efficiënter te maken. Over de gemeenschappelijke voorbereiding van meervoudige kamerzittingen heb ik het in een eerdere column al eens gehad. (Tijdmanagement is so wie so iets waaraan het in onze opleidingen schromelijk schort.)

Maar ook op andere manieren kunnen wij ons tijd besparen. Een daarvan zit in de aanlevering van informatie door het OM. Wij accepteren nog steeds dat we – en dan heb ik het vooral over grotere strafzaken – enorme bergen informatie over ons uitgestort krijgen, waarvan uiteindelijk maar een klein hoopje werkelijk (voor het bewijs) wordt gebruikt. Zoek het maar uit, dames en heren! “Het is ook nooit goed,” zullen OM-ers zeggen, “want als wij stukken uit het dossier weglaten, worden wij ervan beschuldigd informatie achter te houden.”
Ook dat is waar. Het lijkt er echter geregeld op of wij in het kader van een bepaald strafbaar feit allerlei achtergrondinformatie krijgen toegediend die bijvoorbeeld dient om een bepaalde sfeer te scheppen, maar voor het bewijs niet nodig is en toch voor de verdachte belastend materiaal bevat. Je kunt het dus niet weten. Moet je dat als rechter dan allemaal aan verdachte voorhouden? En moet de verdediging zich daartegen verweren? Strikt genomen wel.

Maar wat als de officier van justitie toch niet van plan is dat materiaal voor het bewijs te gebruiken en de rechter het ook buiten beschouwing laat? Dan is het zonde van ieders tijd. Dat zou op twee manieren kunnen worden opgelost. Ofwel de officier van justitie neemt het niet in het dossier op (mogelijk ten koste van het hiervoor geciteerde verwijt), ofwel zij laat meteen weten dat ze het niet voor de bewijsconstructie zal gebruiken.
Dat laatste kan dan weer op twee manieren. De officier van justitie deelt het aan het begin van de zitting mee. Dan zal zich ongetwijfeld enige irritatie manifesteren, want verdediging en rechters hebben zich toch op een bespreking van het hele dossier voorbereid. Beter is het misschien, als de officier van justitie al enige tijd voor de zitting zijn kaarten op tafel legt, bijvoorbeeld door in een stuk, dat analoog aan de civiele procedure een conclusie van eis zou kunnen worden genoemd, zijn bewijsconstructie met de daarbij behorende bewijsmiddelen uiteen te zetten. In NJB 2013/05, p. 303, heb ik deze gedachte uitgewerkt en geprobeerd de voordelen van een dergelijke procedure op een rijtje te zetten (evenals de m.i. voor de hand liggende eis aan de verdediging daarop, ook voor de zitting en ook op schrift, te reageren).

Wat levert dit in het kader van de werkdruk op? Volgens mij een aanzienlijke verbetering. Waar wij als rechters bij grote dossiers nu nog zijn gedwongen de hele berg te verwerken, zouden we ons behoorlijk wat tijd kunnen besparen, als we de standpunten tevoren kennen. We weten dan welke onderdelen van het dossier werkelijk relevant zijn en kunnen ons daarop concentreren. Natuurlijk kunnen we ons niet helemaal op “civiele” wijze tot het speelveld van “partijen” beperken, maar een zekere afbakening zit er hoe dan ook in.
Een procedure als hier voorgesteld zou ook kunnen worden gebruikt, als de zitting eenmaal is begonnen, bijvoorbeeld bij een regiezitting, in grote zaken toenemend in zwang. Ook daarbij kan de officier van justitie worden gevraagd met het oog op de inhoudelijke behandeling (of misschien zelfs al in het kader van te nemen beslissingen over eventueel nader onderzoek) een “conclusie van eis” te nemen en kan van de verdediging worden verlangd dat zij daarop bij “conclusie van antwoord” respondeert. De argumenten ten gunste van onze werkdruk gaan hier dus evenzeer op.

Procedurele maatregelen die het werk makkelijker en minder tijdrovend zouden kunnen maken, kunnen op meer terreinen worden bedacht. Mijn boodschap is dat wij eerst eens goed daarover moeten nadenken, voordat wij een – zoals Steenhuis in deze kolommen al heeft opgemerkt – van behoorlijke cijfers gespeende alarmmelding de lucht in sturen.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter Rechtbank Amsterdam

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: