Beklagenswaardige beklagbeschikking

door MN op 14/11/2016

in Decentralisatie

Post image for Beklagenswaardige beklagbeschikking

Bij herhaling is gebleken dat de gemeente Delft de place to be is voor liefhebbers van het gemeenterecht. In weinig verheffende schouwspelen proberen lokale politici elkaar via de rechter het leven zuur te maken. De nieuwste aflevering in deze soap is geschreven door de beklagkamer van het Haagse Gerechtshof. Wanneer de door het Hof gevolgde redenering gemeengoed wordt, kan dat de informatiepositie van gemeenteraden schaden.

Aan de beslissing ging het volgende vooraf. Een raadslid van Onafhankelijk Delft heeft in maart 2014 aangifte gedaan tegen burgemeester Verkerk. De burgemeester had, zo stelde de aangever, geheime informatie openbaar gemaakt toen hij de gemeenteraad per brief (p. 2) informeerde over meerkosten van de renovatie van de Sint Sebastiaanbrug. De aangever veronderstelde dat openbaarmaking van de geraamde meerkosten een prijsopdrijvend effect zou hebben in de aanbestedingsprocedure. Hij meende dat de burgemeester, door met zijn openbare brief aan de raad de eerder overeengekomen geheimhouding te negeren, een ambtsmisdrijf had gepleegd. De officier van justitie (een sigaarrokend vriendje van Verkerk, aldus aangever) dacht daar anders over en seponeerde de aangifte. Het raadslid liet het daar niet bij zitten en deed over de sepot-beslissing beklag bij het Gerechtshof (de zogeheten art. 12 Sv-procedure).

Medio oktober beschikte het Hof op klagers verzoek door hem niet-ontvankelijk te verklaren. Met die uitkomst valt goed te leven. Dat geldt niet voor de redenering die het Hof aan de beschikking ten grondslag legde.

De beslissing van het Hof steunt op de Pikmeer-jurisprudentie. Het Hof stelde dat de burgemeester, handelend namens het college, met het verzenden van de brief aan de gemeenteraad uitvoering gaf aan de plicht tot actieve informatievoorziening als bedoeld in art. 169, tweede lid Gemeentewet. Als bestuursorgaan van een openbaar lichaam in de zin van art. 7 van de Grondwet (bedoeld zal zijn: hoofdstuk 7) geniet het college bij het voldoen aan deze wettelijke informatieplicht strafrechtelijke immuniteit. Had het college op eigen houtje en onverplicht de gemeenteraad geïnformeerd, dan zou het bij onrechtmatig handelen kennelijk bloot kunnen staan aan vervolging. Daarmee brengt het Hof een onaanvaardbare beperking op de immuniteitenregeling van de Gemeentewet aan. In art. 22 van de Gemeentewet is namelijk een generieke onschendbaarheid geregeld voor “leden van het gemeentebestuur en andere personen die aan de beraadslaging deelnemen”. Daarbij doet het er niet toe waarom iemand informatie aan de raad geeft. Voor het verstrekken van verplichte én onverplichte inlichtingen genieten betrokkenen onvervolgbaarheid. Aan deze immuniteitenregeling is het Hof geheel voorbij gegaan – ten onrechte, zou ik menen. Zou de redenering van het Hof gevolgd worden, dan kan dat voor voorzichtige colleges aanleiding zijn veel minder scheutig te worden met het verschaffen van informatie aan de raad. Het Hof bewijst de lokale democratie met deze beschikking dan ook geen dienst.

Deze uitkomst van de beklagprocedure heeft het klagende raadslid aangezet tot een filippica over klassenjustitie en perverse rechtspraak. Die kwalificaties laat ik voor rekening van de klager. Ik zou hem hoogstens adviseren zijn beschuldigingen als ingezonden stuk aan de raad aan te bieden, omdat hij dan ten minste het risico op vervolging voor smaad ontloopt. Tegen beklagbeslissingen kan geen gewoon rechtsmiddel worden aangewend. Het instellen van cassatie in het belang der wet is wel mogelijk. Daartoe zie ik wel aanleiding, al is de track record van de cassatierechter ten aanzien van art. 22 Gemeentewet niet geheel van vreemde smetten vrij.

Beeld: CC-licentie Thomas Hawk

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: