Bekrachtiging van initiatiefvoorstellen

door GB op 12/06/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Bekrachtiging van initiatiefvoorstellen

Wie Martin Bosma een plenaire zaal met enkel vrouwen wil zien runnen, kan terecht bij het debat tussen Veldhuijzen van Zanten en Leijten over een initiatiefvoorstel van de laatste. Wie een staatssecretaris haar vinger wil zien opsteken omdat ze wat wil zeggen, ook (op 1:05).

Inzet was het besluit van dit kabinet om een aangenomen initiatiefvoorstel van het SP-Kamerlid Leijten niet onmiddellijk te bekrachtigen, maar eerst aan de Europese Commissie voorlichting te vragen over mogelijke complicaties met Europees recht. Meer specifiek gaat het om de vraag of de huishoudelijke verzorging als een vorm van schoonmaken eigenlijk aanbesteed moet worden, of dat het als een vorm van zorg daarvan vrijgesteld is. Minister Van der Hoeven schoot ooit ook eens de Brusselse vluchtheuvel op, maar zij kreeg daar – bij mijn weten – niet zoveel kritiek op als Veldhuijzen van Zanten nu. In het debat werd in ieder geval met het nodige staatsrecht gesmeten.

Voor een deel waren de staatsrechtelijke argumenten onmiddellijke onzin, omdat het staatsrecht de regering evenveel ruimte geeft om niet te bekrachtigen als de Tweede Kamer heeft om een wetsvoorstel te verwerpen. Maar het grootste deel van het debat werd met subtielere argumenten geschermd over de vraag hoeveel ruimte er nog was voor een juridische toets.

Twee scholen tekenden zich af. Eén school vond dat het kabinet geen zelfstandig rechtsoordeel over de rechtmatigheid van het voorstel meer toekwam nu noch de Tweede noch de Eerste Kamer overtuigd waren geraakt door de juridische argumenten van het kabinet. Het alsnog verzamelen van nieuwe argumenten was helemaal uit den boze, want daarover zou de Staten-Generaal dan niet meer kunnen beslissen. Voor zover er verschil van mening was tussen regering en Staten-Generaal over dit rechtsoordeel had de eerste zich volgens deze school te voegen naar het oordeel van de laatste. Voorzover er nog nieuwe argumenten zouden zijn was Veldhuijzen van Zanten gewoon te laat. De volgorde op deze manier was ongepast en onfatsoenlijk, werd haar ingewreven. Wat tegen pleitte had op tafel moeten worden gelegd om door de volksvertegenwoordiging gewogen te worden. Daarmee zou de gegroeide deelname van de regering aan een parlementair debat over een initiatiefvoorstel uitmonden in een verplichting uiteindelijk de meerderheid te volgen.

De andere school vond juist dat het nog te vroeg was voor een juridische discussie. Eerst moest er maar eens bekrachtigd worden. Dan kon de Europese Commissie bedenken of ze Nederland een inbreukprocedure aan de broek wilden hangen en dan zou, jaren van hoor en werderhoor later, eventueel het Hof van Justitie van de Europese Unie wel laten weten of er inderdaad een probleem was. En aan dat Hof moest de staatssecretaris de toetsing overlaten. Deze argumentatie wordt ook wel ‘judicial overhang’ genoemd. Kamerleden die iets heel graag willen maken zich daar wel eens schuldig aan. Ze nemen dan niet zelf hun eigen verantwoordelijkheid, maar ‘horen het wel van de rechter’ als het niet mag.

Zo kwam de staatssecretaris klem te zitten tussen een deel dat vond dat ze zich moest voegen naar wat de Staten-Generaal ervan dacht en een deel dat vond dat ze moest afwachten wat de rechter er later van zou vinden. Ze trok onmiddellijk de vulpen uit de binnenzak. Ze had uitsluitend een zogenaamde ‘informatieve vraag’ willen neerleggen bij de Commissie om de implementatie van het voorstel zo soepel mogelijk te laten verlopen. Maar nu iedereen zo van leer trok zou ze het wetsvoorstel naar het Staatsblad leiden. Dat betekent voor het staatsrecht helaas een vroegtijdig einde aan een interessante confrontatie.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 MD 12/06/2012 om 10:49

Ligt een derde optie eigenlijk niet veel meer voor de hand? Namelijk dat de regering een zelfstandig oordeel over de rechtmatigheid van het wetsvoorstel toekomt en zij niet mag bekrachtigen als zij van oordeel is dat het voorstel onrechtmatig is?

2 Martin Holterman 12/06/2012 om 15:38

@MD: Dat lijkt mij ook. Net als in de VS (“see that the laws be faithfully executed”) volgt dit uit de koninklijke ambtseed, op z’n minst.

3 a.zecha 29/06/2012 om 23:35

De beschreven handelingen van partijvertegenwoordigers past m.i. in het gedateerd nationalisme uit de vorige eeuw, toen partijvertegenwoordigers in de overtuiging verkeerden dat zij boven wetten en verdragen stonden; zoals vandaag partijvertegenwoordigers met enige trots (en met publieke gelden) de uitvoering van het Scheldeverdrag traineren.
De roep om terug te keren naar een VOC-mentaliteit lijkt in Haagse kringen te worden beantwoord.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: