Beleefd debatteren

door MN op 25/06/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Tijdens de verkiezing van een nieuwe Voorzitter van de Tweede Kamer op 22 juni 2010 is door meerdere parlementariërs aan de kandidaten gevraagd hoe ze de debatten een beetje fatsoenlijk denken te houden. Een ook voor Nederland relevante uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba maakt aannemelijk dat parlementariërs niet bij de rechter te rade kunnen gaan om zich te verweren tegen onheuse bejegeningen tijdens het debat.

Om het geheugen op te frissen: in de zomer van 2009 oordeelde een Arubaanse rechter beledigende uitlatingen gedaan tijdens een parlementair debat onrechtmatig. Weliswaar kent Aruba net als Nederland immuniteit voor deelnemers aan het parlementaire debat, het Arubaanse recht geeft ook (net als Nederland en op grond van hetzelfde grondwetsartikel) voorrang aan een ieder verbindende bepalingen van het EVRM. Als onvervolgbaarheid wordt misbruikt om ongehinderd te kunnen beledigen zonder dat de uitlatingen iets van doen hebben met het onderwerp van de beraadslagingen, zou dat betekenen dat een gelaedeerde wordt afgehouden van de rechter die het EVRM hem toekent. In die omstandigheden is parlementaire onvervolgbaarheid in strijd met artikel 6 EVRM. De malicieuze minister werd dan ook veroordeeld tot het plaatsen van advertenties waarin hij zijn onheuse opmerkingen moest rectificeren.

De minister ging in hoger beroep. Vorige week dinsdag stelde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba hem in het gelijk. Het Hof maakt in een korte uitspraak duidelijk dat de rechter in eerste aanleg onjuiste conclusies heeft verbonden aan zijn (inderdaad nogal slordige) lezing van EHRM-rechtspraak. Straatsburgse rechters gaan uit van een ruime margin of appreciation bij de beoordeling van beperkingen op de toegang tot de rechter die herleidbaar zijn tot parlementaire onvervolgbaarheid. Een in rechtsvergelijkend opzicht beperkte vorm van parlementaire onschendbaarheid zoals in het Verenigd Koninkrijk, waarbij uitsluitend onvervolgbaarheid bestaat voor de tijdens de beraadslagingen gedane uitlatingen, is volgens het EHRM verenigbaar met art. 6 EVRM. Nu de Arubaanse (en de Nederlandse) regeling op dit onderdeel niet relevant anders is, moet het beroep dat de minachtende minister deed op zijn onvervolgbaarheid worden gehonoreerd. Exit rectificatieplicht (al schijnt er cassatie ingesteld te worden).

Het ordelijk houden van parlementaire beraadslagingen blijft dus in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de parlementariërs zelve. Mogelijk zag de Arubaanse rechter die het vonnis in eerste aanleg wees, dat al wel aankomen en beproeft hij andere wegen om debatten netjes te houden: twee dagen nadat het Hof zijn vonnis vernietigde werd hij lid van de Tweede Kamer. ‘k Ben benieuwd of hij ambitie heeft zijn fractiegenote Verbeet te zijner tijd op te volgen als Voorzitter.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Paul Kirchhoff 09/08/2010 om 10:53

Leden van de Staten Generaal en leden van de regering dienen onverkort zeker te zijn van volledige immuniteit zonder dat daar aan getornd kan worden door het EHRM.
In Nederland heeft de kamervoorzitter een effectief middel om op te treden tegen personen die zich middels hun uitlatingen of manier van bejegenen misdragen.
Van dat recht, tijdelijke uitsluiting van deelname aan het debat, is bij mijn weten nog nooit gebruik gemaakt.

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: