België: een nieuwe informateur

door WVDB op 03/02/2011

in België

Het staatshoofd heeft vandaag (2/2/11), na het afronden van consultaties van 9 partijvoorzitters, Didier Reynders (MR) aangesteld als informateur. D. Reynders is voorzitter – in lopende zaken n.b. (1) – van de Franstalige liberalen [mouvement reformateur], die met 18/150 kamerzetels de derde grootste partij van het land vormt. Van hem wordt verwacht dat hij 9 partijen bijeenbrengt; christendemocraten (CDnV en Cdh), socialisten (PS en SP.a), groenen (Groen! en Ecolo) en liberalen (Open Vld en MR) én de NVA.

( 1) Reynders wordt op 14 februari opgevolgd door Charles Michel, huidig minister in de ontslagnemende regering Leterme van ontwikkelingssamenwerking. Hijzelf [Reynders] staat al sinds 1999 aan het hoofd van het ministerie van financiën.

Tegelijkertijd vraagt de Vorst aan ontslagnemende premier Leterme een volwaardige begroting op te stellen en voor te leggen aan het parlement. Een regering van lopende zaken werkt normaliter met voorlopige twaalfden, een maandelijkse afspiegeling van het vorige begrotingsbeleid, dat door de Kamer wordt aangenomen. Een volwaardige begroting is hoegenaamd geen schending van de figuur van lopende zaken, of een bevoegdheidsuitbreiding (door de Koning?). Het parlement is hier immers bij betrokken, en behoeft aldus geen extra juridische bescherming, welke de ratio legis is van de figuur.  Of een meerderheid voldoende eenvoudig gevonden zal worden, is een ander – politiek – probleem. De ontslagnemende regering beschikt over 82 zetels, een meerderheid dus. Of de cohesie tussen partijen evenwel voldoende sterk is, laat zich raden.

Veeleer laat deze aanstelling vermoeden dat de mars naar verkiezingen onherroepelijk ingezet werd. Enig cynisme is steeds op zijn plaats wanneer politici goede voornemens proclameren. Na 235 dagen is “vooruitgang” niet zozeer het beoogde doel, maar de gelijkschakeling van de partijen. D.w.z. dat alle formaties zich aan deze institutionele onderhandelingen verbrand dienen te hebben, anders zou het comparatief voordeel tijdens een verkiezingscampagne onverdraagbaar zijn. Leuzes als “wij hadden schitterende voorstellen maar men liet ons de kans niet” verhogen het underdog-gehalte, in dit geval van de liberale familie, en blijken onverdraagbaar voor de andere partijen.

De regering Leterme II is aldus als ontslagnemende regering een langere levenstijd beschoren dan als volwaardige emanatie van het parlement. Dat zij nu terug een begroting zou voorleggen aan de Kamer, en aldus een aantal beleidskeuzes zou maken, brengt de NVA ook in een interessante positie: krijgen we een doorsijpeleffect van het leerstuk van gedoogsteun uit de noordelijke buurlanden? Open Vld en CDnV hebben immers geen Vlaamse meerderheid binnen de Nederlandstalige taalgroep in de Kamer (30/88). Tenzij voor bijzondere meerderheidswetten is dit niet juridisch vereist, doch politiek gebruikelijk.

Voor de geïnteresseerden is een Franstalige versie van de nota van bemiddelaar Johan Vande Lanotte beschikbaar hier. Eventueel kan deze dienen om in een later stadium input te leveren. Anderzijds lijkt het er momenteel op dat de Wetstraat zich voorbereid op een electorale campagne. De vraag is niet langer wie de spreekwoordelijke zwarte piet toebedeeld krijgt, maar wie hem niet zou ontvangen. Met de aanstelling van de liberaal Reynders is alvast die vraag beantwoord.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 WVDB 03/02/2011 om 11:36

en blijkbaar is prof. Behrendt het roerend oneens met de analyse van lopende zaken zoals ik hierboven gaf, (hoewel bronvermelding voor de citaten ontbreekt)
http://bruxelles.blogs.liberation.fr/coulisses/2011/02/-coup-detat-constitutionnel-en-belgique.html

2 GB 03/02/2011 om 12:19

Prof. Behrendt vliegt er wel heel fors in. (terwijl ik net zijn veel genuanceerdere proefschrift probeer te begrijpen) Hoe denkt de rest van het vakgebied ongeveer? In jouw richting of in die van prof. Behrendt?

Overigens lijkt het mij ook van belang dat de volksvertegenwoordiging juist wel fris en vers is.

3 WVDB 03/02/2011 om 14:19

GB, jouw overweging lijkt me terecht.

Ik durf geen uitspraken te doen over een ‘consensus’, want zulk een empirie kan door de geringste afwijzende stem al aan diggelen geslagen worden.

In 1992 was er nog een hoorzitting in de commissie waar een davies van constitutionalisten werd besproken, waren 3/4 professoren het eens met de stelling dat “de theorie van de ‘lopende zaken’ zich niet van toepassing [is] in aangelegenheden waarbij de bevoegdheden door Koning en de Kamer gezamenlijk worden uitgeoefend”.
(J. Velaers en Y. Peeters, “De lopende zaken en de ontslagnemende regering” in Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht 2008, nr 1, p. 16, vt. 96). In diezelfde zin pleit ook P Popelier, “Lopende zaken: over een regering zonder vertrouwen en een parlement zonder motor” in Cahiers de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken 2008, nr. 1, p. 94 ev).
Uyttendaele, Van Orshoven, verdedigen ook deze stelling.

Misschien kan een meer minimalistische theorie over lopende zaken zich steunen op de afwezigheid van consensus in de ministerraad. Of dit een inkorting van de bevoegdheden ingeval er wel een consensus gevonden kan worden gerechtvaardigd, valt te betwijfelen. (P. Popelier, lc, nr 14).

Bij Van der Hulst vind ik een ouder alternatief terug, dat de stelt dat een ontslagnemende regering niet in staat zou zijn haar grondwettelijk gewaarborgde amenderingsrecht uit te oefenen bij wetgevend werk. Daardoor zou een parlementaire stemming in plenum niet aan de orde zijn. In de praktijk wordt dit alvast niet gevolgd en m.i. biedt dit geen afdoende argument tegen een teleologische interpretatie: bescherming parlement en continuteitsbeginsel.

Ik vrees dat de huidige politieke discussie soms de interpretatie van de grondwet stuurt.
maar nogmaals de caveat, de link hierboven geeft geen bronvermelding voor de citaten van Behrendt.

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: