België: stand van zaken

door WVDB op 06/01/2011

in België

Post image for België: stand van zaken

De formatie sleept op moment van schrijven 207 dagen aan. Een analyse dringt zich op, doch is verre van evident. In de eerste plaats omdat een analyse een achterliggend grondplan veronderstelt. De aanwezigheid daarvan in hoofde van de hoofdrolspelers van deze formatie, aan beide zijden van de taalgrens, kan worden betwijfeld.

Heden eisen twee zaken de aandacht. Primo de nota van de koninklijke bemiddelaar, Johan Vande Lanotte, gewoon hoogleraar staatsrecht aan de UGent en senator voor de SP.a. Ten tweede de reacties en strategieën van de betrokken partijen.

Een uitgebreide en correcte versie van de nota is niet publiek beschikbaar. Een journalistieke reductie biedt onvoldoende grond tot staatsrechtelijke observatie, maar de strekking van het document zou als volgt zijn:
1. politieke vernieuwing
2. overdracht van bevoegdheden naar de deelstaten
3. kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde
4. Brussel
5. financieringswet

Voor de samenvattingen verwijs ik naar volgende bronnen: De Standaard; de VRT; La Libre Belgique; Le Soir.

De 7 partijen die onderhandelen, of althans de intentie daartoe verklaren – van echte onderhandelingen is er immers al 4 maanden geen sprake meer – zijn akkoord met deze perimeter, mits opmerkingen en amendementen. Althans, 5 van de 7. Voor CDnV en NVA is de nota onvoldoende en vereist aanpassing alvorens te kunnen dienen als kader. De redenen voor de weigering werden door CDnV slechts impliciet aangegeven, en strekken in grote lijnen ertoe dat de homogeniteit van de te overdragen bevoegdheden veel te laag ligt, de responsabilisering (versta: de budgettaire gevoeligheid van de consequenties van regionaal beleid) onvoldoende, en voor wat Brussel betreft er te veel naar een volwaardige derde regio zou worden gestuurd. Dit laatste is echter onvoldoende duidelijk (wordt de bevoegdheid als gemeenschap of gewest bedoeld? – gaat het over de institutionele samenstelling en verhouding Vlamingen – Franstaligen? quid taalwetgeving in het tweetalig gebied van de hoofdstad?).

Langs de ene zijde is de versnippering van beleid over verticale as inderdaad een argument, stemmend uit efficiënt bestuur, dat aandacht verdient. Anderzijds is dit een politieke strohalm, een vlag die de lading amper dekt. Beleid in een 21ste eeuws Europa, is nu eenmaal inherent multi-level van aard. Weinig tot geen bevoegdheden kunnen claimen dat ze geen externaliteiten (positief als negatief) veroorzaken op andere domeinen. Als dusdanig vereist deze redenering een dermate verregaande bevoegdheidsoverdracht dat van een volwassen federale staat geen sprake meer is. En dan laten we het Europese en internationale aspect buiten beschouwing.

Een en ander vindt oorzaak in het dominant vasthouden aan het exclusiviteitsbeginsel van bevoegdheidsverdeling. In tegenstelling tot vele andere federale staten, wordt in België nog in een uiterst dualistische logica van bevoegdheidscatalogi gedacht. Hoewel het Grondwettelijk Hof dit bij wijlen tempert: het evenredigheidsbeginsel vereist volgens het Hof aandacht en respect voor het beleid van een andere deelstaat; een verplichting tot samenwerking kan volgen uit een wettelijke bepaling, maar ook uit de aard van de materie (!). Dan zijn er nog uitzonderingen op de exclusiviteit in bevoegdheidsverdeling (ik vermeld hier het zorgverzekeringsarrest, voor meer uitleg zie hier en hier).

Terzijde: het voorstel van de bemiddelaar bevat ook de afschaffing van de Senaat als zelfstandig lichaam, en zou verworden tot een ontmoetingsruimte van de deelstaten. Het probleem met het Belgisch bicameralisme was inderdaad reeds lang de geringe differentiatie in samenstelling (rechtstreekse verkiezingen langs partijlijnen, coöptatie volgens diezelfde uitslag, en nog volgens diezelfde federale verkiezingslogica de aanduiding van gemeenschapssenatoren). Vanuit een democratisch oogpunt moet inderdaad vastgesteld worden dat de Senaat niet nuttig is in huidige vorm en dus, of afgeschaft, of voldoende gedifferentieerde grondslag moet krijgen (ik denk aan volwaardige deelstaten vertegenwoordiging, of een ander kiesstelsel om de preferentieheterogeniteit beter te vatten).Terug naar de politieke realiteit: door dit ‘njet’ is de impasse – alweer – totaal. Het laat zich raden welke stappen de Koning onderneemt, en tot welk resultaat enig overleg kan leiden.

Nieuwe verkiezingen zijn vooralsnog niet aan de orde, omdat (a) politieke partijen hier relatief avers tegenover staan, de campagne tegen oppositiepartijen schrikt af; (b) zulke campagne zeer duur is voor de in dit opzicht reeds gehavende partijen, (c) er bijgevolg geen meerderheid in het parlement bestaat – voorlopig – om zichzelf te ontbinden.

De cruciale vraag is of het overlegmodel dat volgt uit het idee van consensusdemocratie nog op voldoende steun en inzet kan rekenen vanuit de politieke actoren. Indien twee partijen een verschillend paradigma hebben hierop, en zo lijkt het, dan laat het einde zich raden.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Jurist-literator 07/01/2011 om 00:43

Geachte auteurs,
Uw website werkt zeer verhelderend voor studenten en is een plezier om te bezoeken. Hartelijk dank en gaat u zo door.

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: