Belgische toestanden?

door Ingezonden op 18/03/2011

in Haagse vierkante kilometer

De speculatie over de toekomstige samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is inmiddels in volle gang. Komt er wél of geen meerderheid voor de huidige coalitiepartijen? De premier heeft vlak voor de verkiezingen nog aangeven voor zogenaamde ‘Belgische toestanden’ te vrezen wanneer de coalitiepartijen geen meerderheid zouden behalen in de Eerste Kamer. Het is, aldus de premier, “dan ook belangrijk dat mijn kabinet de meerderheid krijgt in de Eerste Kamer”. Ik hoop voor Mark dat het hem gaat lukken om een meerderheid te behalen. Stel je voor… Belgische toestanden… in Nederland!

Opvallende afwezigen bij het debat over de provinciale statenverkiezingen waren de op het Caribische deel van Nederland woonachtige Nederlanders. Ook zij hebben op 2 maart een stem uitgebracht. Inzet daar was de toekomstige samenstelling van de eilandsraden op Bonaire, St. Eustatius en Saba. Dat deze verkiezingen op dezelfde dag als de provinciale statenverkiezingen plaatsvonden is niet toevallig. Bij gebreke van een provinciale bestuurslaag zullen de eilandsraden namelijk op termijn, samen met de provinciale staten, de leden van de Eerste Kamer kiezen. Hiervoor is nog wel een Grondwetswijziging nodig. De Grondwet bepaalt op dit moment immers dat de leden van de Eerste Kamer worden verkozen door de leden van de provinciale staten.

De Kieswet bepaalt thans in artikel Ya 22 dat de leden van de Eerste Kamer in de openbare lichamen worden gekozen door de leden van de eilandsraden. Voor deze verkiezingen zullen Bonaire, St. Eustatius en Saba worden beschouwd als één provincie. Ingevolge artikel III lid 2 van de wet van 17 mei 2010 tot wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, St. Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Stb. 2010, 347) kan deze bepaling echter pas in werking treden wanneer de Grondwet voorziet in het kiesrecht van de leden van de eilandsraden van Bonaire, St. Eustatius en Saba voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer.

Onze Caribische landgenoten lijken dus nog even geduld te moeten hebben.

Het feit dat de Grondwet bepaalt dat de leden van de Eerste Kamer worden gekozen door (enkel) de leden van de provinciale staten, brengt een interessant staatsrechtelijk dilemma met zich mee. De Grondwet bepaalt namelijk ook dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigt. Nu de leden van deze kamer worden gekozen door het Europese deel van de Nederlandse bevolking, doet zich de vraag voor of de Eerste Kamer ook slechts dat deel van de bevolking vertegenwoordigt. Mijns inziens is dat het geval. De leden van de Eerste Kamer zijn immers (indirect) gekozen door de (Europese) Nederlanders die tijdens de provinciale statenverkiezingen een stem hebben uitgebracht en niet door de Caribische Nederlanders die op de eilandsraden hebben moeten stemmen. Aldus ontlenen de leden van deze kamer hun bevoegdheid om als volksvertegenwoordiger op treden aan de in het Europese deel van Nederland woonachtige Nederlanders. Zij zijn niet (indirect) gekozen door het Caribische deel van de bevolking en kunnen dit deel van de bevolking dan ook niet vertegenwoordigen. Een en ander brengt met zich dat de Eerste Kamer, hoewel op een grondwettelijke wijze gekozen, niet het hele volk vertegenwoordigt, hetgeen in strijd is met het bepaalde in artikel 50 van de Grondwet.

Nu kan men, zoals dat elders op dit blog is gedaan, de stelling innemen dat vertegenwoordiging en verkiezing niet aan elkaar gelijk kan worden gesteld en dat de BES-burgers dus niet op een andere wijze worden vertegenwoordigd dan Friezen, Limburgers of Zeeuwen. Mijns inziens is deze opvatting niet juist. Friezen, Limburgers en Zeeuwen worden immers vertegenwoordigd door een orgaan met een politieke samenstelling welke een afspiegeling vormt van de politieke voorkeur van de “gemiddelde Europese Nederlander”. Het is niet gezegd dat deze politieke voorkeur ook heerst op de BES-eilanden. Alleen de stelling al dat de bevolking aldaar “niet op een andere wijze worden vertegenwoordigd dan Friezen, Limburgers en Zeeuwen” is dan ook  niet juist. Zou de stelling voor juist gehouden worden, dan zou het met zich brengen dat Friezen, Limburgers en Zeeuwen ook vertegenwoordigd kunnen worden door een orgaan dat (indirect) wordt gekozen door enkel de “Caribische Nederlanders”, want wat maakt het uit als verkiezingen en vertegenwoordiging niet aan elkaar gelijk gesteld kunnen worden?

Wanneer de Eerste Kamer niet het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigt kan zij moeilijk vol blijven houden dat zij wel over de bevoegdheid beschikt om namens het gehele volk op te treden. Dit leidt ertoe dat zij ook niet in staat is om haar rol als medewetgever te vervullen. Gevolg is dat er (binnenkort) geen wetgeving in formele zin meer kan worden vastgesteld. De Grondwet stelt in artikel 81 dat de vaststelling hiervan geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. Omdat de Eerste Kamer óók een rol speelt bij Grondwetsherziening(en), kan ook de Grondwet niet (meer) worden herzien om uit de bestaande impasse te geraken.

Door de Grondwet niet tijdig aan te passen is er nu, gelet op het bovenstaande, dan ook een situatie ontstaan waarin het niet langer meer mogelijk is om wetgeving op legitieme wijze vast te stellen. Elke wet die zal worden aangenomen door de Eerste Kamer is immers in strijd met het bepaalde in de Grondwet tot stand gekomen en daarmee niet geldig. Daarnaast is het niet meer mogelijk om de Grondwet te wijzigen. Ook Grondwetsherzieningen zijn immers in strijd met de Grondwet en daarmee niet geldig.

Of de coalitie een meerderheid in de Eerste Kamer weet te behalen lijkt, gelet op het bovenstaande, volstrekt irrelevant. Deze meerderheid kan immers niets meer betekenen. Moeten we dan ook bang zijn voor mogelijke “Belgische toestanden” of zijn die er al?

Martijn Linnartz. Lid van de juridische commissie van de Stichting Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN)  en als Phd-fellow verbonden aan eLaw@Leiden, centrum voor recht in de informatiemaatschappij, Universiteit Leiden.

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 MD 18/03/2011 om 10:55

Is dit niet heel erg van dik hout zaagt men planken? De Nederlandse Grondwet kent geen Demokratieprinzip of iets dergelijks, dus kan ik niet inzien waarom er een rechtstreekse band tussen verkiezing en vertegenwoordiging zou bestaan. De link tussen de vertegenwoordingsopdracht en het niet meer tot stand kunnen brengen van wetgeving kan ik nog minder volgen. De kritiek kan hooguit zijn dat dergelijke wetgeving niet vreselijk democratisch is. Maar als dat een constitutionele crisis waard zou zijn, dan is de relevante vraag eerder ‘heb je even?’ dan ‘echt waar?’. Dan zou je immers ook moeten menen dat het huidige art. 89 lid 2 Gw. een grof schandaal is om maar eens een dwarsstraat te noemen.

2 MN 18/03/2011 om 11:15

Ik vind Linnartz’ verhaal vindingrijk, maar bepaald niet overtuigend. Naast wat MD al aanvoert heb ik nog de volgende bedenkingen:

“Aldus ontlenen de leden van deze kamer hun bevoegdheid om als volksvertegenwoordiger op te treden aan de in het Europese deel van Nederland woonachtige Nederlanders.”

Dat is niet waar. Kamerleden en de Kamers ontlenen hun bevoegdheden aan de Grondwet.
De vertegenwoordigingsopdracht is precies dat: een opdracht en geen streven. De Grondwet creëert in art. 50 een rechtsfeit. Opkomstcijfers, bijvoorbeeld, doen niet terzake. Het streven naar representativiteit ligt besloten art. 54, over de omvang van het kiezerscorps.
In het verlengde hiervan: de onlangs gehouden verkiezingen voor provinciale staten hadden een opkomst van iets meer dan 55%. Linnartz vindt waarschijnlijk daarom dat de nieuw te kiezen Eerste Kamer straks

“een orgaan [is] met een politieke samenstelling welke een afspiegeling vormt van de politieke voorkeur van de “gemiddelde Europese Nederlander”.

Doet de opvatting van de overige 45 procent stemgerechtigde kiezers er niet toe? Samen met de niet-stemgerechtigde Nederlanders vormen ze ongetwijfeld de ruime meerderheid van de Nederlanders. Zo bezien hebben verkiezingen sinds, grofweg, de afschaffing van de opkomstplicht steeds geleid tot ongrondwettig gekozen Kamers. Wie die stelling betrekt, heeft ofwel duizenden consciëntieuze bestuurders, ambtenaren en wetenschappers afgetroefd, ofwel een onhoudbare redenering. Ik houd het vooralsnog op het laatste.

3 RvdW 18/03/2011 om 13:00

In aansluiting op de twee voorgaande commentaren:

De opdracht dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen staat al sinds 1814 in vrijwel ongewijzigde vorm in onze Grondwet. Toch heeft dat deel van het Nederlandse volk dat zich niet in een Nederlandse provincie maar in het buitenland (van Baarle-Hertog tot Australië)heeft gevestigd, nog nooit enige invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer gehad. Begrijp ik de schrijver van deze bijdrage goed, dan meent hij dat alle grondwetswijzigingen (inclusief die wijzigingen waarin het kiesrecht werd ingevoerd resp. uitgebreid) ongrondwettig zijn geweest. Maar in dat geval hoeft hij zich ook niet op te winden over de niet-tijdige aanpassing van de Grondwet om de eilandsraden kiesrecht te geven voor de Eerste Kamer. Immers, ook die grondwetswijziging zou, zoals alle voorgaande, in zijn visie ongrondwettig zijn… Vergeef mij dat ik een visie die tot dergelijke absurde conclusies leidt niet kan delen.

4 JU 18/03/2011 om 17:10

En dan weer in aansluiting daarop.

Die conclusie op het eind, dat elke wet die door de Eerste Kamer wordt aangenomen, van rechtswege ongeldig is lijkt mij ook wat te kort door de bocht. Als het al zo zou zijn dat de gebrekkige samenstelling van de Kamer er toe zou leiden dat de wetgeving op procedureel minder legitieme wijze tot stand is gekomen (wat, zoals de commentaren hiervoor laten zien, al sterk de vraag is), dan leidt dat nog niet zonder meer tot de conclusie dat sprake is van nietige wetgeving. Daarvoor zou vereist zijn dat de “geschonden” bepalingen van de Grondwet constitutief zijn voor de totstandkoming van wetgeving en zo zijn zij door de Grondwetgever noch de rechter ooit uitgelegd. Met andere woorden: ook een gebrekkig samengestelde Kamer, blijft de Eerste Kamer. Van een ‘ultra vires’-achtige redenering (strijd met de Grondwet betekent: geen rechtsgrond; betekent: moet als niet geschreven worden beschouwd), zoals zij in de ons omringende landen wel gangbaar is, heeft men zich in Nederland nooit bediend.

5 Yoeri Roosendaal 18/03/2011 om 22:06

Nog meer aansluiting:

Omdat de Eerste Kamerleden niet (indirect) gekozen zijn door het deel van de bevolking dat jonger is dan 18 jaar en dus over geen enkel kiesrecht beschikt, kunnen zij dit deel van de bevolking niet vertegenwoordigen. Met andere woorden: we moeten onmiddellijk een discussie aanzwengelen over kiesrecht voor provinciale staten vanaf de geboorte, zoals bij onze oosterburen voor de Bondsdag het geval was in 2008-2009 (zij het dat het kiesrecht daar door de ouders zou moeten worden uitgeoefend, dus meer macht voor mensen met veel kroost).

Kunnen we niet nog creatiever zijn? In onze moderne, geglobaliseerde wereld vol interculturele dialogen moet een provinciaals aandoend artikel als “het parlement vertegenwoordigt het gehele NEDERLANDSE volk” toch in strijd met het gelijkheidsbeginsel worden geoordeeld? Waarom zou het parlement niet ook de hier woonachtige EU-burgers, Amerikanen en Zambianen vertegenwoordigen? Artikel 50 wordt gewoon wegens strijd met EVRM en IVBPR buiten toepassing gelaten. Probleem opgelost.

Overigens kan de auteur zich troosten met de gedachte dat het kiesrecht van de leden van de eilandsraden voor de Senaat er nu echt aankomt. Het voorstel tot grondwetsherziening ligt bij de Raad van State:

http://www.rijksoverheid.nl/regering/het-kabinet/ministerraad/persberichten/2011/03/18/in-de-toekomst-ook-kiesrecht-eerste-kamer-voor-bonaire-st-eustatius-en-saba.html

6 MN 19/03/2011 om 08:08

Mijn reactie van gisterochtend, 11:15 uur was, zo bedacht ik op deze lenteochtend, niet echt uitnodigend voor scribenten die net als Linnartz een inzending naar dit weblog overwegen. Ik heb mijn reactie daarom ontdaan van wat ongepaste ad hominem-argumenten (met excuus aan Linnartz). Mijn bezwaren heb ik zakelijk gehandhaafd.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: