Benno Baksteen

door IvorenToga op 11/10/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Benno Baksteen

Onlangs bezocht ik de Dag van de Rechtspraak die was georganiseerd in de Passagiers Terminal te Amsterdam, waarbij het in grote getale toegestroomd publiek voornamelijk bestond uit leden van de zittende en staande magistratuur. Ik was daar om aan de hand van een aantal stellingen in debat te gaan tijdens een workshop getiteld “De debatterende rechter”. Zelf had ik op voorhand de stelling ingebracht dat rechters door hun vonnissen moeten spreken en ook alleen maar door hun vonnissen, met als opzet een discussie uit te lokken over de omgang van rechters met de media.
Paul Schnabel had in zijn inleidende Rechtspraaklezing er al op gewezen dat de samenleving steeds dichter bij de rechtspraak komt; qua afstand is dat natuurlijk hetzelfde als de rechtspraak die steeds dichter bij de samenleving komt maar Schnabel koos voor de formulering waar een element van dreiging in zit, pas op, als jullie niet naar “hun” toegaan komen “zij” naar jullie.

Een week later zat ik in debat met Theo de Roos en Bart Nieuwenhuizen tijdens de avond “Het Volk en zijn Recht” in de Stadsschouwburg in Amsterdam; het thema was daar de vraag of er sprake is van een toenemende invloed van de publieke opinie op de rechtspraak. In de uitverkochte schouwburg kwam echter vooral het optreden van het openbaar ministerie in de media aan de orde.
De avond werd ingeleid met een keynotespeech van professor Paul Frissen die meteen de toon al zette door er van uit te gaan dat de zaal vol met professionals erop zat te wachten die avond gepijnigd te worden, waarmee zijn mening over het onderwerp direct duidelijk was. Paul Frissen had niet zoveel op met het populaire begrip “transparantie” en hij legde uit dat je op een transparante plaat juist de dingen ziet waar niet doorheen gekeken kan worden. De Amsterdamse Deken Germ Kemper verzuchtte in de slotbeschouwing met Herman Bolhaar dat hij steeds meer een hekel aan het begrip transparantie kreeg. Opvallend was dat Kemper de avond beschreef als een gemiste kans omdat het meer had moeten gaan over de manier waarop de rechterlijke macht moet reageren op de toenemende (media)aandacht voor de rechtspraak. Kemper had gelijk.

Mijn observatie, die op beide dagen, ook in de wandelgangen, werd bevestigd, is dat er binnen de zittende magistratuur zeer verschillend wordt gedacht over de vraag of en zo ja hoe er in de externe communicatie anders te werk gegaan moet worden.
Het plaatsnemen van een officier van justitie aan de desk bij Albert Verlinde roept bij sommige rechters weerstand op (“dat zou absoluut niet moeten”) terwijl andere rechters vinden dat de rechter daar zo snel mogelijk naast moet gaan zitten.

Bij het openbaar ministerie ligt dat anders, daar is er in ieder geval voor gekozen om een meer actieve rol in de media te spelen; voor rechters is dat nuttig omdat officieren van justitie en anderen ook met regelmaat laten zien hoe het niet moet. Voorlopig dieptepunt is het optreden van een plaatsvervangend advocaat-generaal die in het televisieprogramma Debat op 2 in discussie ging met de ouders van verkeersslachtoffertje Donny. De discussie vond plaats voordat vonnis was gewezen en diende maar één doel, de rechtvaardiging van de eis (taakstraf, maar de rechtbank kwam tot een gevangenisstraf). De moeder van Donny sloot passend af: “U begrijpt er helemaal niets van”.

Paul Frissen wees ook op andere wezenlijke vragen: Wat is “het volk”? Bestaat “het volk”? En waar staat het begrip “publieke opinie” eigenlijk voor?

De zittende magistratuur lijkt zeer te worstelen met het omgaan met de kritiek – terecht of onterecht – die van vele kanten klinkt. Zelfs de elementaire vraag of er publiekelijk op gereageerd moet worden blijft nog onbeantwoord.
De materie is complex en gevoelig. De materie is ook potentieel gevaarlijk omdat kritiek op de rechterlijke macht ook als middel misbruikt kan worden om hele andere belangen na te streven, daaronder begrepen directe eigen belangen.

Voorlopig zal het debat voortduren en de uitkomst is ongewis. Moeten rechters stelling nemen, hoe moet dat dan, waar moet dat en wie moet het doen, het zijn zomaar wat vragen.

De vraag wie het gaat doen is urgent. Rechters gaan niet hun eigen vonnis van commentaar voorzien. De persrechters dan maar? Die komen en gaan en hun optreden is ook niet altijd gelukkig. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak kan een toevallige voltreffer zijn maar zal ook niet uitverkoren zijn omdat hij of zij het zo aardig in de media doet.
Er is dringend behoefte aan een paar stevige figuren die zonder mediatraining in staat zijn om in duidelijke taal aan “het volk” uit te leggen hoe het werkt in de rechtspraak en waarom dat in een concrete zaak tot dat concrete resultaat kan leiden. Ook zullen zij waar nodig onbevreesd als rechter het debat moeten kunnen aangaan.
Ze zijn vast wel te vinden en dat moet snel want ook wanneer rechters ondanks alles het toch verstandiger vinden stil te blijven moet dat in heldere taal worden uitgelegd.

Daarom deel ik de conclusie die één van de rechters (en niet de eerste de beste) op de Dag van de Rechtspraak zo treffend trok: wat we nodig hebben is een Benno Baksteen van de rechtspraak.

Peter Plasman
Strafpleiter

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: