Besnuffelingen tussen Straatsburgse waakhond en Brusselse bulldog (I)

door RdG op 16/11/2010

in Buitenland, Grondrechten, Rechtspraak

Post image for Besnuffelingen tussen Straatsburgse waakhond en Brusselse bulldog (I)

Op het moment wordt getracht een belangrijk gat in de bescherming van de Europese burgers te dichten. In Brussel en Straatsburg wordt al een klein half jaar onderhandeld over de technische details omtrent de toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Deze toetreding volgt uit het Verdrag van Lissabon en het aannemen van het 14e Protocol door de 47 lidstaten van de Raad van Europa.

Na de toetreding kunnen burgers klachten over het handelen van EU-instellingen voorleggen aan het EHRM. Daarnaast zal het EHRM communautair recht, dat (al dan niet geïmplementeerd) van invloed is in de lidstaten, meer uitgebreid kunnen toetsen. Voorheen mocht een lidstaat er namelijk in beginsel vanuit gaan dat het bij de tenuitvoerlegging van communautair recht het EVRM niet met de voeten zou treden (“Bosphorus”-zaak, App. no. 45036/98).

Een uitbreiding van de mogelijkheden om op te komen tegen “Brussel” maakt het Straatsburgse Hof plotsklaps een stuk interessanter voor euro-sceptici (ook voor euro-fielen overigens). Er moeten echter nog wat technische hobbels worden genomen voordat de zoveel grotere en meer invloedrijke Europese Unie zich onderwerpt aan controle vanuit Straatsburg. In deze eerste bijdrage zal ik het kort hebben over het zgn. co-respondent mechanisme en over de allocatie van verantwoordelijkheid tussen de EU en de lidstaat in kwestie.

Ten eerste de introductie van een zgn. co-respondent mechanisme, waarover op dit moment wordt gesproken. Dit mechanisme zou ervoor moeten zorgen dat, in belangrijke zaken, een verdragspartij bij de lopende procedure kan worden gevoegd. Het zal dan met name gaan om het betrekken van de Europese Unie als slechts tegen de lidstaat is geklaagd, maar de lidstaat uitvoering gaf aan communautair EU-recht. Andersom kan ook voorkomen.

De vraag is hoe precies invulling te geven aan dit mechanisme? Hoe neemt Brussel kennis van de relevante zaken? Is de (juridische dienst van de) Europese Commissie volledig vrij te beslissen of zij aan een procedure deelneemt of niet? Men zou zich kunnen voorstellen dat de EU-juristen een zekere keuzevrijheid willen behouden, om te voorkomen dat zij bij teveel procedures worden betrokken. Aan de andere kant is het, vanuit het EHRM bezien, moeilijk voor te stellen dat er geen enkele vorm van dwang uitgeoefend kan worden als het de EU te heet onder de voeten wordt. “Brussel” zou zich dan kunnen onttrekken aan directe toetsing, puur en alleen omdat de klager “vergeten” was de EU te adresseren.

Hoe dan ook, als er tegen lidstaat én EU wordt geklaagd, of als één van beide zich bij de procedure voegt, zal het Hof tegen twee partijen uitspraak doen: de EU én de betreffende lidstaat. Bij een procedure tegen twee of meer lidstaten is een dergelijke allocatie relatief gemakkelijk voor het Hof. Zij wijst de oorzaken van de schendingen aan, die zich voordoen op twee of meer territoria, onder het gezag van verschillende autoriteiten. Die oorzaken leiden tot verantwoordelijkheid voor een (deel van een) schending en dat brengt een veroordeling met zich mee.

Bij een geschil over (de implementatie van) EU-recht duikt nu een nieuw probleem op: in hoeverre mag het Straatsburgse Hof EU-recht aanwijzen als oorzaak van het mensenrechtelijk probleem? In andere woorden: mag het Hof verantwoordelijkheden tussen de EU en de lidstaat verdelen?

Het zal voor de lidstaat moeilijk te verkroppen zijn als die als enige wordt veroordeeld terwijl er, zoals steeds vaker, grotendeels uitvoering werd gegeven aan de wensen van Brussel. Dit zal er ook niet toe leiden dat er minder wordt gewezen naar de EU als boeman: Brussel was weer eens de oorzaak en Nederland zit met de gebakken peren.

Aan de andere kant zullen de Europese Commissie en het Luxemburgse Hof het moeilijk te accepteren vinden als het Straatsburgse Hof gaat treden in de verhouding van EU-recht tot nationaal recht. Toch ben ik er voorstander van het EHRM de vrijheid te geven dit te beoordelen, van geval tot geval. Het zou namelijk raar overkomen als iedereen weet wat de oorsprong is van de veroordeelde nationale wetgeving, maar het EHRM dit vervolgens niet daadwerkelijk zou mogen benoemen en hier geen consequenties aan zou mogen verbinden. Dan sluit Brussel de ogen voor de juridische werkelijkheid, om politiek profiel te behouden.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 4 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: