Boekreview: De Formatie

door EB op 08/09/2010

in Recensies

Het Nederlandse politieke systeem bevindt zich aan de randen van de nacht. Hijgerig rennen politici van incident naar incident, elkaar overschreeuwend in platvloers taalgebruik, de belangrijke zaken uit het oog verliezend. Nee, dit is niet mijn persoonlijke opvatting. Het is de constatering die Ed van Thijn doet in het eerste hoofdstuk van zijn nieuwe boek: De Formatie. Volgens Van Thijn is de coalitiepolitiek in Nederland ongeloofwaardig geworden. Ter illustratie van deze stelling gebruikt hij het spoeddebat dat de Tweede Kamer hield na de commotie die was ontstaan naar aanleiding van het rapport van de commissie Davids en de persverklaring die minister-president Jan Peter Balkenende slechts enkele uren daarna heeft gegeven. Tijdens het spoeddebat deed de minister-president een poging om duidelijk te maken welke opmerkingen hij als minister-president van de toenmalige regering (Balkenende IV) heeft gedaan, en welke opmerkingen namens zijn eerdere kabinetten. Een schier onmogelijke missie. En daarom moet, aldus Van Thijn, ons staatkundig systeem op de helling. Alleen daarom? Een tussenzinnetje op bladzijde 29 verraad ook een ander motief: “Veertig jaar haat en nijd tussen sociaaldemocraten en christendemocraten.” Deze veertig jaren worden in de eerste hoofdstukken van het boek beschreven (2 t/m 4). Het CDA wordt daarin afgeschilderd als een onbetrouwbare partij; de PvdA als eeuwig slachtoffer. En Wouter Bos? Die wordt regelmatig foutief geciteerd door de media (p. 70).

Nederland is dus onbestuurbaar aan het worden. Maar wiens schuld is dat? Uiteraard niet van de kiezer. Maar (gek genoeg) ook niet van de politici. Nee, het ligt allemaal aan ons kiesstelsel. Het door artikel 53 van onze Grondwet voorgeschreven kiesstelsel met evenredige vertegenwoordiging, legt volgens de auteur een bom onder de stabiliteit van ons bestuur. Daarom zou het Nederlandse kiesstelsel zodanig gewijzigd moeten worden dat stembusakkoorden niet langer worden afgestraft, maar beloond. De suggestie die Van Thijn in zijn boek wekt dat partijen in Nederland met een kwart van de kiesdeler nog een zetel kunnen bemachtigen (p. 89), is een onzorgvuldigheid die ik op dit weblog maar even over het hoofd zal zien. Wij weten immers allen dat de auteur het daar niet heeft over het winnen van zetels, maar over de toebedeling van zetels aan de personen op een kieslijst die met voorkeurstemmen gekozen zijn. Dat is toch even iets anders. Het doet echter niets af aan de verzuchting dat in dit land “in principe elke burger zich voor een drol en een knikker tot gemeenteraadslid kan laten zegenen.” (p. 108) Een weinig flatteuze opmerking voor mensen die hun vrije tijd opofferen en inzetten om naar eer en geweten vanuit een visie op de samenleving een bijdrage te verlenen aan het (lokaal) bestuur.

Maar wat is de oplossing? In hoofdstuk 9 vraagt Van Thijn aandacht voor het Noorse model, maar hij constateert ook dat het onvoorstelbaar is dat dit model in Nederland zal werken. In hoofdstuk 11 lees ik tussen de regels door dat meer kennis van en respect voor het staatsrecht en de instituties bij politici en beleidsmakers noodzakelijk is. Daar kan ik natuurlijk niet op tegen zijn. Sterker: het lijkt mij een prima voorstel, maar Van Thijn lijkt dit niet te beschouwen als een afdoende oplossing voor het door hem geconstateerde probleem. Even verderop (p. 139) schrijft hij: “Het grootste probleem is en blijft toch de afgrendeling van het vrije debat door coalitieafspraken en regeerakkoorden.” Ook de sterk doorgeschoten fractiediscipline hekelt hij. Het is mijns inziens echter de vraag of ons kiesstelsel daar allemaal de schuld van moet krijgen. Temeer, omdat het voorgestelde alternatief (p. 217) – een gematigd districtenstelsel met 12 à 15 districten met elk minimaal 10 zetels – geen oplossing biedt voor de in dit boek gesignaleerde problemen. Het geschetste probleem van Jan Peter Balkenende was er niet anders door geworden. Het taalgebruik in het parlement zal er niet parlementairder door worden. Coalitieafspraken en regeerakkoorden zullen er niet onnodig door worden. En het wantrouwen van sociaaldemocraten jegens christendemocraten wordt er evenmin door weggenomen. De auteur lijkt dit zelf ook te beseffen als hij schrijft dat niet de kleinste partijen het probleem zijn, maar de grootste partijen die weigeren vóór de verkiezingen duidelijkheid te geven. De voorgestelde kiesstelselwijziging zal die grootste partijen echter alle drie (of vier) nog iets groter maken en allerminst tot duidelijkheid dwingen. De noodzaak tot de vorming van coalities zal blijven bestaan. Wellicht is onze politieke structuur wel goed, maar behoeft de politieke cultuur hier en daar verbetering?

Aan het eind van het boek worden nog enkele regels gewijd aan een pleidooi voor de invoering van een gekozen formateur en de gekozen burgemeester. Zo kort, dat ik er hier niet op in zal gaan. Ik meen op bladzijde 171 nog een staatsrechtelijke verschrijving te hebben gevonden, waar Van Thijn schrijft dat de informateur – in tegenstelling tot de formateur – zijn opdracht altijd in beraad houdt. Volgens mij is het andersom (vgl. C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Heilig Landstichting: Deventer, 2008 p. 153). Maar verder is het boek leuk geschreven door de beschrijving van dialogen die plaatsgehad zouden kunnen hebben. De voorgestelde oplossingen overtuigen mij echter niet. Maar ook daar heeft de auteur al rekening mee gehouden. “Wie in Nederland de euvele moed heeft een discussie over het kiesstelsel op te starten is óf een hobbyist, óf een verzamelaar van spijkers op laagwater, óf een louche belangenbehartiger van de heersende elite, óf iemand die blind is voor het echte probleem: het falen van dé politiek.” (p. 108) En daarmee is iedere kritiek op de voorgestelde oplossing en dit boek ook bij voorbaat gepareerd, want de schrijver dezes heeft het – net als anderen – gewoon (nog) niet begrepen.

Boekgegevens:
Titel: De formatie
Auteur: Ed van Thijn
ISBN: 978 90 457 0438 8
Uitgeverij: Augustus (Amsterdam • Antwerpen)
Eerste druk: 2010

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 AT 08/09/2010 om 10:07

Was de auteur niet de man die de laatste poging tot herziening van ons staatsbestel vakkundig afschoot in zijn hoedanigheid als senator? De gekozen burgemeester, die Van Thijn toen blokkeerde, lijkt mij een uitstekende mogelijkheid om de failliete coalitiepolitiek open te breken. Gekozen bestuur versus gekozen volksvertegenwoordiging leidt immers tot een nieuw machtsevenwicht en resulteert ongetwijfeld in meer debat dat zich niet laat beperken door coalitie-akkoorden. Kortom: Van Thijn betoont zich – weer eens – een ongrijpbaar vat vol tegenstrijdigheden. Dit land heeft in ieder geval geen tekort aan orakels…

2 EB 11/09/2010 om 17:23

Dat klopt. Maar áls wij nadenken over een gekozen burgemeester, dan moet de hele opzet van het gemeentebestuur herbezien worden. De proeven die nu zijn gehouden met een ‘gekozen’ burgemeester, hebben wat mij betreft wel aangetoond dat invoering van een gekozen burgemeester zonder aanpassing van het systeem kansloos is.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: