Boekreview: de gekroonde republiek

door GB op 28/03/2011

in Recensies, Uitgelicht

Post image for Boekreview: de gekroonde republiek

Je weet ongeveer wat je van een boek van Fasseur, een van de Koninklijke Rechtzetters, kan verwachten. Je hoeft zo’n boek niet te lezen, dus eigenlijk moet je dan niet zeuren als je het toch leest. Desalniettemin: Fasseur maakt het in zijn meest recente boek wel erg bont met zijn pogingen om de Oranjes solide op het schild te zetten.

De eerste taak die Fasseur op zich neemt is het corrigeren van de beeldvorming van Koning Willem I, II en III. Sinds het boek Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren hangt het imago van deze Oranjevorsten er toch enigzins rafelig bij. Beatrix had al laten weten afstand van het boek te nemen, maar de televisieserie De Troon deed het boek nog eens dunnetjes over. En nu rukt Fasseur uit om de boel recht te zetten, zonder overigens het boek of de serie te noemen. Willem I was geen machtswellusteling maar een hardwerkende koning, ‘met nobele bedoelingen bezield’; de troon en het koningschap werden hem ook maar aangeboden. En de arme man maar honderden stukken lezen op Eerste Kerstdag, zoals Fasseur beschrijft.

Willem II, die inmiddels vooral herinnerd wordt vanwege zijn marginale militaire carrière en zijn getroebleerde seksleven, heet bij Fasseur ‘immens populair’. Waar al die rare verhalen vandaan komen? ‘Hij werd als prins en koning doelwit en dankbaar slachtoffer van samenzweerders, afpersers en intriganten. Zijn persoonlijke charme en goedhartigheid hielpen hieraan mee.’ Met andere woorden: hoe meer bizarre verhalen, hoe sympathieker de man moet zijn geweest.

Bij Willem III, ‘Koning Gorilla’, is er zelfs voor Fasseur weinig meer van te maken, dus schakelt hij terug naar vergoelijkend beschrijven. Willem III verveelde zich en had zo zijn ‘slechte buien’, waardoor ‘sommigen aan zijn geestelijke vermogens twijfelden’. En jawel, het lijkt erop alsof hij in Zwitserland op een balkon inderdaad zijn koninklijk geslacht aan derden getoond heeft. Maar ook Abraham Kuyper schijnt ooit in zijn blote tokus voor een open hotelraam in Brussel zijn ochtendoefeningen gedaan te hebben. Met andere woorden: het was een min of meer gebruikelijk verschijnsel bij toenmalige gezagsdragers.

Abraham Kuyper is wel vaker in het boek de gebeten hond. Terloops heet hij een ‘gereformeerde volkstribuun’ en nog meer terloops wordt hij weggezet als de grote polarisator die gelovigen en niet-gelovigen tegen elkaar wilde opzetten. De hoofdreden voor de weerzin tegen Kuyper zal wel zijn dat Wilhelmina en deze geweldenaar elkaar niet zo lagen. Want voor Wilhelmina gaan de registers van het charmeoffensief pas echt open. Dat zij na de Tweede Wereldoorlog het land onder direct koninklijk bestuur wilde brengen? Dat was omdat de Engelandvaarders haar permanent voedden en bevestigden in dat idee.

Een van de meest controversiële punten in de nagedachtenis van Wilhelmina is de vraag waarom zij met de haar ten dienste staande middelen de Holocaust nauwelijks aan de orde heeft gesteld toen die zich voltrok. Had zij dat gedaan, dan had zij daarmee mogelijk levens kunnen redden. De kwestie zelf laat Fasseur in dit boekje liggen. Maar hij sneert nog wel even naar de Deense koning die niet vluchtte, en wiens koninkrijk een vazalstaat van nazi-Duitsland werd.

Aldus gaat het dichtsmeren en afschuiven door tot aan de huidige tijd. Dat Beatrix in de Knesset de Jodenreddende Nederlanders als uitzondering wegzette, moeten we vooral op het conto van Van Mierlo schrijven. De ambassade in Amman, die wij volgens hardnekkige geruchten aan koninklijke interventie te danken hebben? Inmiddels een onmisbaar knooppunt in de diplomatieke belangen van Nederland. Werd Van Agt gepasseerd bij de benoeming van De Gaay Fortman tot informateur? Van Agt had zelf gezegd dat hij zich er ‘niet tegen zou verzetten’ (alsof dat zou kunnen). Bestond er een koninklijke voorkeur voor Paarse samenwerking? Welnee, destijds in 1994 vonden de vicevoorzitter van de Raad van State en de Kamervoorzitter het ook een goed idee, en dat waren CDA’ers.

Zo bereikt Fasseur de huidige discussies over het koningshuis, waarin hij meteen maar even de kamerleden die over het staatsinkomen van de Oranjes durven te discussiëren een hypocriete kruideniersmentaliteit aanwrijft. Werd namelijk niet tegelijkertijd ook het inkomen van de kamerleden geïndexeerd? Het hoogtepunt van de Umwertung is toch wel als het erfelijk koningschap door Fasseur wordt neergezet als eigenlijk de enige positieve uitzondering op de huidige praktijk waarin politieke partijen onderling de baantjes verdelen.

Kortom, het boekje is geschikt als tegengif wanneer Ineke van Gent weer eens uithaalt naar het koningshuis. En het gaat wellicht gelden als een vaste verwijsplaats ter herstel van de mythe dat Beatrix van Willem van Oranje afstamt. Een van de vele kleindochters van Willem van Oranje is immers ingetrouwd in de Friese tak van de Nassaus en daarmee de overgrootmoeder van stadhouder Willem IV. Hoewel dit ongetwijfeld waar is, is dit soort lapwerk niet de erfopvolging waar de Grondwet het over heeft.

Toch nog een hoop gezeur dus, in deze post. Maar niemand was verplicht het te lezen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: