Boekreview: De rechtsstaat moet je leren

door LD op 19/01/2015

in Recensies, Rechtspraak

Post image for Boekreview: De rechtsstaat moet je leren

Geert Corstens was tot 1 november 2014 president van de Hoge Raad. Hij is ook officier van justitie geweest en tevens voormalig hoogleraar strafrecht. Corstens kan ons dus wel iets vertellen over het belang van de rechtsstaat. In oktober vorig jaar verscheen van zijn hand een leerzaam en lezenswaardig boekje met de titel “De rechtsstaat moet je leren. De president van de Hoge Raad over de rol van rechter”. Volgens Corstens kun je dikke en moeilijke boeken schrijven over de instituties in een rechtsstaat en hun onderlinge rolverdeling, maar in zijn boekje kiest hij bewust voor een andere, eenvoudigere insteek. Corstens richt zich vooral op de rol van de rechter en behandelt aan de hand van veel concrete voorbeelden hoe de rechter opereert en wat zijn verhouding tot de wetgever en het bestuur is. Je hoeft dus zeker geen doorgewinterde jurist te zijn om dit boekje te kunnen lezen. Het is ook uiterst toegankelijk voor de niet juridisch gevormde lezer.

Corstens bespreekt allereerst wat een democratische rechtsstaat is en licht een en ander toe aan de hand van de Little Rock Nine, Nazi-Duitsland, het Hongarije van premier Orbán en de Italiaanse oud-premier Berlusconi, die aanklagers en rechters de ‘kanker van de democratie’ noemde. Vervolgens gaat de auteur in op de rol van de rechter in de democratische rechtsstaat en op de verschillende ‘verhoudingen’ waarin de rechter verkeert: de verhouding tot de wetgever, de verhouding tot Grondwet en internationaal recht, de verhouding tot de uitvoerende macht en de verhouding tot de samenleving. Een hoofdstuk over het waarborgen van de kwaliteit van de rechtspraak besluit het boekje. Hier komen rechterlijke dwalingen als de zaak van Lucia de B. aan de orde, evenals rechterlijke zorgen zoals verwoord in het Leeuwarder manifest (zie ook hier). Maar ook een meppende rechter passeert in het slothoofdstuk de revue. En nee, daar is niet deze magistraat mee bedoeld en ook niet deze. Het blijkt te gaan om een rechter die al in 1995 een klap verkocht aan een controleur van de NS. Vreemd genoeg meldt Corstens nergens of haar een sanctie is opgelegd.

Aardig is dat het boekje ook in kijkje geeft in de persoonlijke gedachten van Corstens. Zo ziet hij liever geen rechter in de Eerste Kamer of in een gemeenteraad (p. 128), ook al is dat formeel niet verboden (behalve voor leden van de Hoge Raad; artikel 57, tweede lid, Grondwet). Daarmee gaat hij verder dan de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties van de rechter uit januari 2014. Die ontraadt expliciet het lidmaatschap van Eerste en Tweede Kamer, maar noemt de gemeenteraden niet. Die vallen onder de algemene regel voor politieke nevenfuncties: wees je ervan bewust dat zo’n functie je onpartijdigheid kan beïnvloeden. Het standpunt dat rechters geen lid van de Eerste Kamer zouden moeten zijn wordt overigens gedeeld door de Group of States against Corruption van de Raad van Europa. In een rapport uit juni 2013 heeft Nederland de aanbeveling gekregen te bewerkstelligen “that a restriction on the simultaneous holding of the office of judge and that of member of either Chamber of Parliament be laid down in law”.

Corstens is begrijpelijkerwijs enthousiast over het initiatiefwetsvoorstel-Halsema (p. 78-79), dat al sinds 2002 beoogt een beperkte vorm van toetsing aan de Grondwet mogelijk te maken. Uit de mededeling dat het nog niet gekomen is tot een tweede lezing van dit voorstel leid ik af dat de oud-president van de Hoge Raad nog wel kansen ziet voor dit wetsontwerp. Ten tijde van het schrijven van dit stukje stond het tweede lezingsvoorstel, inmiddels verdedigd door het lid Van Tongeren, geagendeerd voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer in week 6 (2-6 februari 2015), maar het is eerder al eens doorgeschoven omdat het voorstel niet echt prioriteit heeft. Veel kansen heeft het voorstel niet meer, nu de VVD-fractie (in 2004 nog unaniem voorstander) er de handen vanaf getrokken heeft en met een eigen voorstel is gekomen. Dit initiatiefwetsvoorstel-Taverne wijzigt artikel 94 van de Grondwet en beoogt de rechter voortaan te verbieden formele wetten te toetsen aan een ieder verbindende bepalingen van verdragen. Het zal niemand verbazen dat Corstens niet enthousiast is over dit laatste voorstel, dat hij als een ‘verzwakking van onze rechtsstaat’ karakteriseert, met als toevoeging (p. 86-87):

“Als Taverne schrijft dat het niet nodig is dat de rechter nog toetst als het parlement dat al heeft gedaan, klinkt mij dat in de oren als Lance Armstrong die zegt dat we die dopingcontrole wel aan hemzelf kunnen overlaten.”

Dat is wellicht een tikje te scherp, maar de boodschap is duidelijk.

Het boekje is slechts een kleine 150 pagina’s dik en leest gemakkelijk weg. Juist doordat je het in een avondje uit kunt hebben, valt op dat de opbouw soms wat slordig is en er nogal wat herhaling in het boekje zit. Op p. 9 wordt bijvoorbeeld uitgelegd wat telephone justice is: een partijfunctionaris belt een rechter en dicteert hoe diens uitspraak moet luiden. Op p. 14 legt Corstens het dan nóg een keer uit. Onnodig. Op p. 81 gaat Corstens in op “de genoemde rechterlijke terughoudendheid: judicial restraint“, om vervolgens tien bladzijden verderop uit te leggen dat de bescheiden, terughoudende opstelling van de rechter ook wel judicial restraint wordt genoemd. Misschien zijn deze herhalingen wel eigen aan een boekje dat meer overkomt als de ervaren magistraat die een verhaal vertelt aan de hand van zijn eigen rijke ervaringen dan als een strak opgezet betoog waarin de positie van ieder woord tot op de millimeter nauwkeurig is berekend.

Ook inhoudelijk is er soms wel wat op het boekje aan te merken. Op p. 62 bespreekt Corstens bijvoorbeeld de “diefstal” van elektriciteit en van virtuele objecten. Hier gaat het om het beroemde Elektriciteitsarrest van de Hoge Raad uit 1921 en de zogenaamde Runescape-uitspraak van diezelfde Hoge Raad uit 2012, waarin het ging om de diefstal van een virtueel masker en dito amulet in een online spelomgeving. In beide gevallen meende de Hoge Raad dat sprake was van het wegnemen van een “goed” als bedoeld in de diefstalbepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Corstens daarover:

“Een Hoge Raad die geconfronteerd met bijvoorbeeld nieuwe technische ontwikkelingen er stelselmatig het zwijgen toe zou doen en eenvoudigweg zou vaststellen dat bijvoorbeeld het stelen van elektriciteit en van virtuele objecten niet door de wetgever is voorzien en dus buiten het bereik van de strafwet valt, zou zijn opdracht miskennen. Misschien zou hij dan wel in strijd met de geest van dat art. 17 van de Grondwet handelen.”

De verwijzing naar artikel 17 Grondwet – “Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent” – lijkt me gekunsteld. Een rechter die bepaalt dat een gedraging buiten de strafwet valt, houdt niemand van de rechter af, noch formeel, noch materieel. De bepaling schrijft ook niet voor dat de rechter tot een bepaald resultaat moet komen. Degene die daadwerkelijk voor de rechter staat – de verdachte – is bovendien alleen maar gebaat bij een rechter die niet al te extensief wetsbepalingen interpreteert en scherp het legaliteitsbeginsel en het verbod van analogie in het strafrecht bewaakt. Ook dat past in een rechtsstaat. Verderop, op p. 68, is Corstens overigens veel genuanceerder en merkt hij op dat de rechter ook de (straf)wet heel strikt uit kan leggen om zo de wetgever tot snel ingrijpen te bewegen om een onrechtvaardige situatie waarmee nog geen rekening was gehouden in het strafrecht te redresseren. Die insteek lijkt me beter dan die op p. 62.

“De rechtsstaat moet je leren” is al met al een leuk boekje, dat in sneltreinvaart voert langs Perikles, the Federalist Papers, The West Wing, Kafka, euthanasie, de SGP-zaak en de Schipholbrand, maar ook langs de biografie van Mike Tyson, de strafrechtelijke beoordeling van tongzoenen en de fiscale behandeling van peepshows. Het hele boekje is te zien als een pleidooi voor het in ere houden van de deugd van gematigdheid. In gepolariseerde tijden is zo’n pleidooi natuurlijk altijd welkom.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JAdB 20/01/2015 om 13:51

Het verhaal over de slaande rechter passeerde de revu tijdens mijn beroepsopleiding advocatuur om te illustreren wat betamelijk gedrag buiten de professionele omgeving is; het kwam op mij over alsof men deze anekdote graag vertelde. Of het tot een sanctie is gekomen weet ik niet; via via heb ik mij dan weer wel laten vertellen dat dit akkefietje uiteraard zeer vervelend is geweest voor de rechter in kwestie.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: