Boekreview: De romantische boekhouder

door PWdH op 13/04/2009

in Recensies

Er zijn gelukkige huisvrouwen en – sinds het verschijnen van Gerrit Zalms handboek voor Ministers van financiën – ook romantische boekhouders. De titel dekt de lading heel behoorlijk: Zalms boek behandelt de belangrijkste rijksbegrotingstheorie en -geschiedenis van Nederland, en wisselt die af met anekdotes en inkijkjes achter de schermen. Het bevestigt ook het bekende beeld van Zalm: de degelijke Minister van financiën, die tegelijkertijd van zijn hart geen moordkuil maakt en een voorliefde heeft voor flauwe en ‘zwarte’ grappen.

Als in de ministerraad het wetsontwerp aan de orde is dat het klonen van mensen verbiedt, spreek ik mijn teleurstelling uit dat van alle aanwezigen dan alleen Ad Melkert zich mag laten klonen (p. 224).

Lees verder

1. Het politieke belang van grappen

Het boek bevestigt het belang van grappenmakerij in de politiek. Zalm hanteert het als tactisch wapen bij (begrotings-)onderhandelingen. Hij barst in lachen uit als Brinkhorst uiterst serieus dreigt met opstappen als hij geen extra geld krijgt. Hij laat zich ‘wurgen’ en zoenen door de Luxemburger Juncker om als Il Duro het Groei- en Stabiliteitspact en de korting op de Nederlandse afdracht aan de Unie veilig te stellen. Typisch is ook de reactie op staatssecretaris Joop Wijn, als deze opbiecht zonder toestemming te hebben gepleit voor een verlaging van de vennootschapsbelasting.

‘Joop, er zijn twee mogelijkheden: of ik ontsla je, of ik ben het met je eens.’
Achteraf denk ik dat ik de spanning had moeten opvoeren door vervolgens te
zwijgen. Maar daar ben ik te goed voor met Joop en ik voeg er snel aan toe: ‘Ik
denk dat ik het maar met je eens ben.’ (pp. 197-198)

In het boek besteedt Zalm veel aandacht aan persoonlijke verhoudingen. Eerder pikte GB op dit weblog al de krent van de joodse nalatenschappen uit de pap (Zalm concludeert dat je de erfzonde niet kunt toepassen in het staatsrecht). Zalm raakt daarbij bevriend met Markens, de voorzitter van het Centraal Joods Overleg, en leert van hem de inmiddels in de media breed uitgemeten mop ‘De Koe uit Minsk’. Mede door de goede persoonlijke verhoudingen wordt overeenstemming bereikt.

We vergaderen in de Treveszaal, waar elke vrijdag de ministerraad samenkomt. Het
wordt geen vreugdevolle bijeenkomst. Wim Kok wil geen enkele verwachting wekken. Hij is knorrig en geeft de aanwezigen na afloop geen hand. Dit wordt als shockerend ervaren. Als we later weer in het lelijkste gebouw van Den Haag
vergaderen, op het departement met het hardste imago, vindt iedereen het weer
gezellig. (p. 394)

Gezelligheid met een grap: Zalm kan niet zonder. In Duidelijkheid en daadkracht, het boek over 5 jaar crisis in de VVD van de journalisten Schulte en Soetenhorst, mochten we al lezen hoe de erkende ‘patatliberaal’ Frits Huffnagel door campagneleider Hoogervorst weer eens werd ‘binnengereden’ om Zalm gerust te stellen, zenuwachtig geworden voor een campagnespeech.

Bekend was ook al dat Zalm zeer leunde op het ondersteunend personeel (in de media gecontrasteerd met Ella Vogelaar). Hij heeft geen mobiele telefoon: zijn secretaresse weet waar hij is en filtert de belangrijke zaken er tussenuit. Zijn chauffeurs halen hem ’s ochtends niet alleen op maar bellen hem ook uit bed omdat hij moeite heeft met opstaan. Interessant is ook zijn theorie waarom chauffeurs liever voor VVD- dan voor PvdA-bewindslieden rijden. De laatsten hebben alleen oog voor het heil van de mensheid en verliezen daardoor de mensen om zich heen uit het oog. Ze zijn blijkbaar erg bot voor hun chauffeurs.

2. ‘Geef mij maar een tabel’

Is Zalm een patatliberaal? Hij houdt van grappen en het door hem beleden liberalisme is van het kaliber dat zo redelijk is dat je het er moeilijk mee oneens kunt zijn. Beter lijkt toch de stelling dat Zalm geen ideoloog is, en ook geen politicus, maar een technocraat. Ook naar (herhaaldelijk) eigen zeggen is hij eerst en vooral vakminister, dienaar van de kroon, en handelend in het landsbelang. Partijbelangen zijn daaraan ondergeschikt.

De rode draad door zijn loopbaan is dan ook weinig opwindend en in elk geval anti-politiek: het voeren van een goed begrotingsbeleid. Als jong ambtenaar op financiën en economische zaken, als directeur van het CPB en als minister: steeds is het doel hetzelfde. Hij weet de Zalmnorm bovendien te exporteren naar de EMU, waarin het wordt (grotendeels) wordt vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact.

Overigens: dé Zalmnorm bestaat niet, aldus Zalm in het voetspoor van Maxima. Het is een door journalisten geintroduceerde term waaronder de begrotingspelregels van 1994 worden begrepen. In het deel ‘Beleid’ zet Zalm een en ander tamelijk uitputtend uiteen. Kort samengevat: strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven, een uitgaven-‘plafond’, behoedzaam ramen (inmiddels verlaten door Minister Bos) en slechts één maal per jaar besluitvorming, en – omgekeerd – niet meermalen per jaar prognoses aanpassen.

Jammer is dat in het hoofdstuk over De Nederlandsche Bank en het toezicht op de financiële sector een analyse van de crisis ontbreekt. Zalm beschrijft uitgebreid de totstandkoming van de Wet financieel toezicht, een monsteroperatie waarbij talloze verschillende wetten zijn samengevoegd. De vraag is – achteraf – of dat nu een bruikbare wet heeft opgeleverd; in elk geval wel een lawyer’s paradise. Hetzelfde geldt wellicht voor de organisatie van het toezicht, verdeeld over DNB (prudentieel toezicht, het voorkomen van ‘omvallen’ en bewaken ‘systeemrisico’) en AFM (gedragstoezicht).

3. Van Paars tot post-Fortuyn

Wat in het boek ook ontbreekt is een antwoord op de hamvraag bij de politicus Gerrit Zalm. Hoe kan het dat hij vrijwel als enige de ondergang van Paars weet te overleven en terugkeert als minister in het post-Fortuynse Balkenende II (en III)? Zalm weet het blijkbaar zelf ook niet. Meermalen beschrijft hij in zijn boek zijn verbazing als hij buiten schot blijft in de zaaltjes waar op de VVD-top wordt ingehakt door de leden, rondom de Fortuynrevolte. En als hij door Fortuyn in De puinhopen van acht jaar Paars als enige minister wordt geprezen.

Ik zou voorzichtig twee verklaringen willen formuleren. De eerste ligt voor de hand. Zalms gezag staat garant voor overheidsfinanciën die op orde zijn en voor politieke rust rondom de begroting. Wie zou hem niet als Minister van financiën willen?

Ten tweede is het Fortuynse adagium ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’ wonderwel van toepassing op Zalm. Een voorbeeld is de val van Balkenende I. Zalm gaat de geschiedenis in als de man die de stekker er uit heeft getrokken. Terwijl Verhagen na het besluit om er mee op te houden maar wat mompelde, antwoordt Zalm met een volmondig ja als journalisten hem vragen of hij het vertrouwen heeft opgezegd. Eigenlijk had hij zelfs willen zeggen: ‘Ja, ik heb de stekker eruit getrokken en ik heb er geen spijt van, want ze hebben er een zootje van gemaakt.’

Daar komt bij dat Zalm natuurlijk ook inhoudelijk erg op zijn plaats was in Balkenende II, vanwege diens hervormingsagenda. De WWB, de WIA, de verlaging van de vennootschapsbelasting en het nieuwe zorgstelsel figureren in prototype al in de publicaties waaraan hij als jong ambtenaar meeschrijft en als directeur van het CPB uitgeeft.

Tenslotte is Zalm een sympathiek figuur, met – zeker voor een beroepspoliticus en nog meer voor een beroepspoliticus ten tijde van Paars – menselijk voorkomen. Zijn grappen, zenuwen voor toespraken, en ruiterlijke erkenning van zijn fouten, zoals de ‘OZB-blunder’.

4. ‘Er schijnt ook nog iemand te gaan zingen vandaag’

Het commentaar dat Zalm soms wat saai schrijft, deel ik niet. Wel zijn de begrotingstheoretische delen droog. Maar dat lijkt me inherent. Erger me wel aan vele zinnen zonder onderwerp. Overigens: het boek is door de auteur handgeschreven, en vervolgens uitgetikt en gecorrigeerd door diens kinderen.

Tot besluit en ter falsificatie van de vermeende saaiheid deze anekdote. In 1994 wordt Zalm op de ALV worden gepresenteerd als nieuwe Minister.

Kom terecht in een kleedkamer. Daar is nog iemand en als opening voor het
gesprek zeg ik: ‘Er schijnt ook nog iemand te gaan zingen vandaag.’ ‘Ja’, zegt
de ander. ‘Dat ben ik.’ ‘O’, zeg ik. ‘En ik heet Gordon’, zegt hij. ‘En wie ben
jij?’ ‘Ik ben Gerrit Zalm, de nieuwe minister van Financiën.’ We voelen ons
beiden gegeneerd. Twee verschillende werelden. (p. 257)

Gerrit Zalm, De romantische boekhouder, Amsterdam: Balans 2009 (402 pp.), prijs: € 19,50

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: