Boekreview: Koning Willem I 1772-1843 (deel 1)

door LD op 19/01/2014

in Recensies

Post image for Boekreview: Koning Willem I 1772-1843 (deel 1)

Het plezierige aan de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden is dat het feest gepaard gaat met de verschijning van prachtige publicaties. Daarbij moeten vooral de recent verschenen biografieën van de eerste drie Nederlandse koningen uit het Huis van Oranje genoemd worden. Initiatiefnemer Joost Dankers van het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht constateerde enkele jaren geleden dat goede wetenschappelijke biografieën van Willem I, II en III ontbraken. Met financiële steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds werd een project gestart om deze leemte op te vullen. Het resultaat mag er zijn: eind november vorig jaar verschenen drie kloeke boeken, ieder geschreven door een vooraanstaand historicus. Voor het deel over Koning Willem I tekende Jeroen Koch, bekend van zijn biografie over Abraham Kuyper. Het is dit deel dat in deze recensie centraal staat, de andere delen volgen later.

De biografie van Koning Willem I telt in totaal 704 pagina’s en daar ben je niet in een paar uurtjes doorheen. Het zou overigens ook zonde zijn om door het boek te racen, want het bevat zoveel gedetailleerde informatie over de eerste Willem en de tijd waarin hij leefde, en waarin belangrijke politieke beslissingen over Nederland en Europa werden genomen, dat je veel van die informatie zou kunnen missen bij te haastig lezen. In het boek wordt Willem I meestal met zijn volledige naam ‘Willem Frederik’ aangeduid en dat gebruik zal ik in deze recensie doorgaans overnemen, tenzij het specifiek om Koning Willem I gaat. Koch heeft ervoor gekozen het leven van Willem Frederik aan de hand van vijf thema’s te beschrijven. Omdat het boek chronologisch is opgezet, wordt regelmatig van het ene naar het andere thema overgeschakeld, overigens zonder dat dit het begrip compliceert of de leesbaarheid van het boek vermindert. Integendeel, de thema’s gaan naadloos in elkaar over.

Persoonlijk leven

In de eerste plaats richt het boek zich op het persoonlijke leven van Willem Frederik. Daarbij gaat het om de verhoudingen binnen de familie, maar ook met ministers als Felix van Maanen en ondernemende burgers, die altijd de diepe bewondering van Willem Frederik hebben gehad. Binnen de familie komen uiteraard zijn vader, erfstadhouder Willem V, en zijn moeder, Wilhelmina van Pruisen, aan de orde. Voor zijn besluiteloze vader heeft de ambitieuze Willem Frederik op een gegeven moment alle respect verloren. De stadhouder blijkt dan ook een buitengewoon zwak bestuurder. “Niet in staat knopen door te hakken had hij zijn onmiskenbare intellect bij voorkeur aangewend om de complexiteit van zijn stadhouderlijke positie toe te lichten en zich aansluitend te ontslaan van alle verplichting”, aldus Koch bij de passages over het overlijden van de inmiddels verjaagde erfstadhouder in 1806 (p. 160). Uiteraard komt ook zijn verhouding met zijn eerste echtgenote Mimi aan de orde. Die beschrijving wordt gecompliceerd door het feit dat Willem Frederik na haar dood in 1837 opdracht heeft gegeven al hun persoonlijke correspondentie te vernietigen. Die opdracht is echter niet geheel uitgevoerd, waardoor de auteur af en toe gebruik kon maken van brieven van Mimi aan Willem Frederik (de brieven van Willem Frederik aan Mimi zijn wel alle vernietigd; p. 585). De auteur staat tevens stil bij de relatie van Willem Frederik met zijn broer Frederik, zijn zus Louise en natuurlijk zijn kinderen, waaronder zijn oudste zoon en opvolger, de latere Koning Willem II. Koch maakt bij deze beschrijving weer optimaal gebruik van de beschikbare privé correspondentie, wat een zeldzaam gedetailleerd en intiem inkijkje in de Oranjefamilie geeft.

Tot de interessante en voor mij nieuwe details over het persoonlijke leven van Willem Frederik behoort het gegeven dat de Oranjes zeer vooruitstrevend waren op het gebied van vaccinaties. Stadhouder Willem V en zijn vrouw lieten hun kinderen en hun hovelingen inenten tegen pokken, een ziekte die in die dagen vaak dodelijk was of in elk geval nare littekens achterliet (p. 28; zie tevens p. 333). Religieuze bezwaren tegen vaccinatie koesterden de Oranjes dus – anders dan sommige van hun moderne gereformeerde bewonderaars – niet, wat tekenend was voor de relatief ontspannen godsdienstige sfeer binnen het gezin waarin Willem Frederik opgroeide. Ook in andere opzichten is het boek een ware mijn aan opvallende persoonlijke informatie. Zo heeft Koch ergens uit een archief een ‘Gewigtslijst’ op weten te diepen, een lijst waarop – voor onduidelijke doeleinden – het lichaamsgewicht van de leden van de koninklijke familie en van de hofhouding is bijgehouden. Koning Willem I blijkt een zware jongen te zijn geweest, die in 1828 113 Nederlandse ponden woog, wat gelijkstaat aan 113 kilogram (p. 298). Dit was allemaal in de periode dat de Oranjevorst veilig op de Nederlandse troon zat. In de periode dat hij als wanhopig dolend vorst door Europa trok nadat zijn bezittingen bij Fulda (zie hierna) hem waren afgenomen, was hij ongetwijfeld niet alleen jonger en knapper, maar ook slanker. Voor deze periode onderzoekt Koch gedetailleerd het tweede gezin dat Willem Frederik erop nahield. ‘Gezin’ is eigenlijk niet het goede woord. De Oranjevorst verwekte tussen 1807 en 1812 vier kinderen bij een andere vrouw, van wie de auteur de identiteit weet te achterhalen. Op zichzelf paste een buitenechtelijke relatie bij de losse huwelijksmoraal in aristocratische kringen, waar men sowieso doorgaans niet uit liefde trouwde (p. 187). Willem Frederik was dus bepaald geen uitzondering.

De rivaliteit tussen Willem Frederik en zijn oudste zoon en opvolger komt op meerdere plaatsen in het boek prominent naar voren. Het boek maakt duidelijk dat Willem Frederik geen goede militair was. Zijn militaire carrière bestond uit een aaneenschakeling van mislukkingen op het slagveld, van de mislukte Russisch-Britse inval in Noord-Holland in 1799 (p. 110) tot zijn capitulatie bij Erfurt in 1806 als generaal in Pruisische dienst na de slagen van Jena en Auerstedt (p. 169 e.v.). Ook in Oostenrijkse dienst in 1809 kon hij op militair vlak geen indruk maken (p. 201). Willem Frederik was vooral een papieren generaal. Hij was streng tegen de manschappen, wist zich niet met hen te verbroederen of hun respect te winnen en leek wel erg graag het echte slagveld te vermijden. Eind achttiende en begin negentiende eeuw werd echter van generaals verwacht dat ze dapper voor de troepen uitgingen en het liefst werden er zoveel mogelijk paarden onder hun vandaan geschoten. Broer Frederik en zoon Willem presteerden op dat vlak heel wat beter, maar daarbij moet wel aangetekend worden dat de eerstgenoemde al op 24-jarige leeftijd mede als gevolg van in de strijd opgelopen en nooit geheel geheelde wonden kwam te overlijden. Bovendien merkt Koch op dat Willem Frederik dan wel geen leiderschapskwaliteiten op het slagveld demonstreerde, maar wel verstand had van logistiek. En logistiek is ‘niet minder noodzakelijk’, zoals de auteur terecht stelt. Sterker nog, een militair aforisme luidt dat amateurs study tactics, professionals study logistics!

Een militair onbenul was Willem Frederik dus ook weer niet. Die relativerende opmerking mag gemaakt worden, maar logistiek was simpelweg niet de manier om roem te vergaderen op de contemporaine slagvelden van Europa. Zoon Willem toonde zich wel een bekwaam aanvoerder van soldaten. Hij raakte ook gewond, en vanwege het feit dat hij dapper streed bij Waterloo en een belangrijke bijdrage leverde aan de nederlaag van Napoleon werd hij een militaire held. Niet alleen in het Noorden, maar ook in het Zuiden, waar immers de veldslag werd uitgevochten. Willem Frederik was zwaar jaloers op zijn zoon vanwege diens heldenstatus (p. 333). Omgekeerd eiste zoon Willem op den duur ‘zijn’ troon op, wat zich uitte in tegenwerking van het tweede huwelijk van zijn vader met de katholieke gravin Henriëtte d’Oultremont. Eerst door informatie naar de pers te lekken (p. 524) en na de troonsafstand van de eerste Oranjekoning met allerhande juridische scherpslijperij, waarbij minister van Justitie Van Hall zelfs de voormalige koning en zijn wederhelft door de politie liet schaduwen (p. 559). Willem Frederik was ongetwijfeld een moeilijke man, ook voor zijn zoon, maar het gevoel bekruipt je dat hij dít niet had verdiend.

Europese vorstenhuizen

Het tweede thema betreft de relaties tussen de verschillende Europese vorstenhuizen op politiek, economisch, cultureel en familiaal niveau. De relaties tussen de verschillende koninklijke families zijn ingewikkeld, maar gelukkig heeft de auteur voorin het boek een informatieve stamboom opgenomen waarin de precieze familierelaties met bijvoorbeeld het Britse Huis van Hannover, de Pruisische Hohenzollerns en de Russische Romanovs duidelijk worden aangegeven. Als het boek iets duidelijk maakt, dan is het wel dat deze internationale context vele facetten kende. De Britse koningen waren bijvoorbeeld als keurvorsten van Hannover ook vorsten binnen het Heilige Roomse Rijk, terwijl hetzelfde gold voor stadhouder Willem V, die tevens prins van Nassau-Dietz was. In het Britse geval speelt overigens nog een zekere ‘Nederlandse link’ een rol. De George I die in 1714 de Britse troon besteeg, was een nazaat van keurvorst Frederik van de Palts, beter bekend als de Winterkoning, die op zijn beurt weer een neef van de stadhouders Maurits en Frederik Hendrik was. Doorslaggevend voor de transfer van de Duitse Hannovers naar Groot-Brittannië was echter dat Frederik van de Palts was getrouwd met Elizabeth Stuart, dochter van de Engelse koning James I. Zij heeft lange tijd in ballingschap in Den Haag gewoond.

De biografie van Koning Willem I maakt duidelijk dat dynastieën niet per se aan een bepaald land gebonden hoefden te zijn. Leopold van Saksen-Coburg werd bijvoorbeeld de eerste Koning der Belgen, maar had evengoed op de Griekse troon kunnen belanden. Willem Frederik zwierf als (erf)prins van Oranje na de Franse inval in 1795 door Europa en bewoog zich van Engeland naar Pruisen totdat hij in 1802 als gevolg van de Vrede van Amiens en het Verdrag van Parijs de voormalige bisdommen Fulda en Corvey, de rijksstad Dortmund en de heerlijkheid Weingarten toegewezen kreeg. Gebieden die honderden kilometers uit elkaar lagen. Willem Frederik kon hier bestuurlijke ervaring opdoen, totdat hij Napoleon Bonaparte voor het hoofd wist te stoten. Bij diens ontbinding van het Heilige Roomse Rijk in 1806 was er vervolgens geen plaats meer voor Willem Frederik, die een ‘marionet in Napoleons Europese poppentheater’ werd, aldus Koch (p. 164). Fulda en de andere bezittingen werden hem ontnomen en een terugkeer naar de Nederlanden zat er al helemaal niet meer in. De Bataafse Republiek was weliswaar ter ziele gegaan en vervangen door een monarchie, maar op de troon plaatste Napoleon zijn broer Lodewijk Napoleon, die daarmee de eerste Nederlandse koning werd. Willem Frederik was weer een vorst zonder land geworden en doolde verder, op zoek naar gebieden waar hij de dynastie van het Huis van Oranje voort kon zetten, ergens in Europa, waar dan ook (p. 217).

Deel 2 van deze recensie volgt morgen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: