Boekreview: Van abdicatie tot Zetelroof (herziene druk)

door Redactie op 21/01/2011

in Recensies

In maart 2010 verscheen op dit weblog een recensie van het staatsrechtelijk lexicon Van Abdicatie tot Zetelroof. In deze (gratis) uitgave van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties legt oud-parlementair journalist Max de Bok zo’n 300 begrippen uit het staatsrecht uit. En dat deed hij niet zo best, aldus de voornoemde recensie. De jubelreactie van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken was dan ook onterecht. De Bok heeft zich echter van zijn sportieve kant laten zien en zich de geuite kritiek (niet alleen van dit weblog) aangetrokken. In mei 2010 verscheen de tweede herziene druk van zijn boekje, in oktober zond hij het de redactie van dit weblog toe. Tijd voor een nieuwe bespreking dus.

De belangrijkste vraag is of de tweede druk als een verbetering moet worden beschouwd. Het antwoord luidt kort en krachtig: ja. Veel van de in de vorige recensie geconstateerde fouten zijn hersteld. Wetten worden nu niet meer bij koninklijk besluit bekend gemaakt (de last tot bekendmaking is wel een kb), de beide Kamers hoeven niet meer over ieder wetsvoorstel te stemmen (het hamerstuk is in ere hersteld), de Europese Unie heeft weer rechtspersoonlijkheid, prejudiciële beslissingen zijn weer bindend en Europese verordeningen worden weer gewoon door de Raad en – in de meeste gevallen – het Europees Parlement vastgesteld. Ook diverse andere begrippen worden aanzienlijk beter omschreven dan in de eerste druk het geval was.

Tot zover niets dan complimenten. Toch zitten er ook minder geslaagde definities bij. Vooral in die gevallen waarin reeds in de eerste recensie kritiek was geleverd, is dat jammer. Een voorbeeld is de definitie van het inderdaad niet gemakkelijke begrip ‘wet in materiële zin’. De eerste zin van de verklaring (“besluiten van bevoegde organen waarin algemeen verbindende voorschriften worden gegeven”) is prima, maar de tweede zin (“anders dan bij een wet in formele zin is er geen rol voor de Staten-Generaal”) slaat de plank mis. Ook de formele wetgever – regering en Staten-Generaal gezamenlijk – kan wetten in materiële zin vaststellen. Er zijn legio voorbeelden te verzinnen, variërend van het Wetboek van Strafrecht tot de Algemene wet bestuursrecht, en van de Wet economische delicten tot de Telecommunicatiewet. Veel wetten in formele zin zijn tevens wet in materiële zin, sommige zijn dat niet omdat zij het algemene, voor herhaalde toepassing vatbare karakter missen (begrotingswet, toestemmingswet koninklijk huwelijk).

Ook de uitleg van het verschil tussen ‘bij de wet’ en ‘(bij of) krachtens de wet’ komt nog steeds niet overtuigend over. Het onderscheid zit hierin dat in het eerste geval de Grondwet de gewone wetgever niet toestaat te delegeren, en in het tweede geval wel. Je zou bij het begrip ‘bij de wet’ daarom een voorbeeld verwachten waarin die term voorkomt. De auteur verwijst echter, net als in de vorige druk overigens, naar de tweede volzin van artikel 7 lid 3 Grondwet, “De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden”. Daar staat dus niet ‘bij de wet’. Wel staat er regelen. Die term geeft aan dat delegatie geoorloofd is, iets wat de auteur over het hoofd ziet.

Concluderend kan de tweede druk van Van Abdicatie tot Zetelroof worden beschouwd als een beter product. Auteur Max de Bok verdient vooral lof voor de professionele wijze waarop hij met de stevige kritiek (wederom niet alleen van dit weblog) is omgegaan. Het boekje is handig voor quick reference. Juist daarom zou het voor de derde druk misschien een aardig idee zijn als de auteur per begrip een aantal literatuursuggesties op zou nemen voor lezers die verder de diepte in willen gaan en meer willen leren over bepaalde staatsrechtelijke termen en leerstukken.

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Filip S. 21/01/2011 om 13:08

Laat ik voorop stellen dat ik het boek nog niet gelezen heb en dat het altijd goed is als auteurs (terechte) kritiek ter harte nemen. Ik blijf mij echter wel verbazen over de gemaakte fouten.

Onderwerpen als het verschil tussen materiele/formele wet en de terminologie ‘bij de wet’ of ‘(bij of) krachtens de wet’ worden toch in de inleidende colleges bestuursrecht behandeld en staan in alle handboeken genoemd in de eerste paar hoofdstukken. Je hoeft dus geen bestuursrecht gestudeerd te hebben (dat heb ik in de verste verte ook niet) om toch deze begrippen goed te kunnen duiden.

Dat je dan moeite heb met de rechtspersoonlijkheid van de Europese Unie (immers pas echt gecodificeerd in het VvL en vooral onderwerp geweest van een puur academische discussie) kan ik mij dan, als Europees bestuurskundige, wel weer voorstellen.

2 JADB 24/01/2011 om 14:58

Ik ben niet op mijn scherpst vandaag, maar ik zie niet zo goed in wat er echt fout is aan de definitie van wet in materiële zin.

De Bok zegt daar volgens mij: de Staten-Generaal hebben alleen een rol bij het vaststellen van wetten in materiële zin, als het tevens een wet in formele zin betreft. Dat klopt ook, als je de voorbeelden bekijkt die in het stukje worden genoemd. (Je zou je dan weer wel kunnen afvragen of het woord “rol” goed gekozen is. De Staten-Generaal kunnen immers wel een rol spelen bij bijvoorbeeld een voorhangprocedure van een AMvB, waarin volgens mij ook algemeen verbindende voorschriften kunnen zijn neergelegd).

3 LD 24/01/2011 om 18:00

Ik lees de frase “anders dan bij een wet in formele zin is er geen rol voor de Staten-Generaal” als: bij een wet in materiële zin is er geen rol voor de Staten-Generaal, bij een wet in formele zin wel. Zo interpreteer ik althans het “anders dan”. Als er iets had gestaan in de trant van “anders dan bij een wet in formele zin is er niet per definitie een rol voor de Staten-Generaal” of “tenzij er tevens sprake is van een wet in formele zin is er geen rol voor de Staten-Generaal” had ik de definitie beter en helderder gevonden.

4 JADB 24/01/2011 om 18:34

Zo had ik er nog niet naar gekeken. Nu ik het zo lees is de frase op zijn minst poly-interpretabel te noemen.

5 RLK 27/01/2011 om 22:11

Zojuist heb ik die .pdf eens vluchtig doorgenomen en, hoewel aardig opgesteld, vallen mij toch nog wel een paar dingen op. Het begrip Decentralisatie wordt alleen beschreven aan de hand van territoriale decentralisatie en niet functionele decentralisatie, bijvoorbeeld de bedrijfschappen.
De motie van wantrouwen ontbeert het stukje ‘ongeschreven staatsrecht’, essentieel gezien de truuk van Rita Verdonk.
Het quorum is ook enigszins kort door de bocht uitgelegd. Alleen ‘voor aanwezig getekend hebbende’ hoeft te worden toegevoegd in de laatste zin.

Maar het kan wellicht beroepsdeformatie zijn, dat een jurist deze zaken tot in de puntjes verzorgd wil zien hebben.

6 Filip S. 28/01/2011 om 13:30

@RLK

Ik was even benieuwd naar de definitie van quorum, vanwege de kritiek die u er op geeft. Eerder in het boekje wordt wel uitgelegd dat er een presentielijst getekend moet worden, maar voorts heeft u gelijk, al is het een kleinigheidje.

Mijn oog viel echter op het naastgelegen lemma over de Raad van Europa. Tot mijn verbazing laat de auteur deze organisatie oprichten via het verdrag van Den Haag in 1949.
Het oprichtingsverdrag van de RvE is echter in 1949 getekend in Londen (en het verdrag is ook zo genoemd) . Wel is het plan voortgekomen vanuit een internationale conferentie in Den Haag, maar die was een jaar eerder.
Blijkens een google-search is er ook een Verdrag van Den Haag in 1949, maar die regelde de soevereiniteit van de Indonesische federatie.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: