Boekreview: Vertrouwen is goed, begrijpen is beter

door GB op 13/07/2013

in Recensies, Uitgelicht

Post image for Boekreview: Vertrouwen is goed, begrijpen is beter

Alexander Pechtold deed het. Jan Marijnissen deed het. En ook Gerdi Verbeet heeft het gedaan: een boek schrijven. Anders dan in Duitsland weleens voorkomt, leggen de Nederlandse politici-auteurs nauwelijks enige claim op de intellectuele eigendom. Pechtold liet Henk en Ingrid aan het woord. Marijnissen ververste zijn boek Tegenstemmen met deskundige meningen over het neoliberalisme. En Verbeet toerde langs veertien meer of minder interessante opinieleiders om van hen te vernemen ‘hoe het vertrouwen in de parlementaire democratie versterkt kan worden’. Deze opinieleiders berijden op haar verzoek meer of minder interessante stokpaardjes waarna Verbeet het boek afsluit met enige vergelijkende overpeinzingen. Zelf ziet zij haar project als een persoonlijke voorzet voor een vervolg op het rapport Parlementaire Zelfreflectie.

Staatsrechtjuristen van de meer precieze soort zullen aanslaan bij kleine foutjes. De woorden ‘algemeen belang’ staan bijvoorbeeld niet letterlijk in artikel 50 Grondwet. De minder precieze constitutionalisten zullen nog altijd moeten slikken bij de grote-stappen-snel-thuis weergave van de Trias Politica. En degenen die destijds De Wereld van Sofie niet doorkwamen vanwege het ‘Oh! Nu snap ik het!’ en ‘Vertel meer!’ van Sofie, zullen het in de wereld van Gerdi ook niet breed hebben. Verbeet doorspekt het hoofdbetoog van haar gasten vaak met tussenwerpsels als ‘Pardon?’, vragen als ‘Ja, Saskia, en waar staan wij?’ en opmerkingen van geïnterviewden als ‘Spaar jij Douwe-Egberts punten?’ Zeker van die laatste categorie is niet geheel zeker of het wel de bedoeling was dat ze in het boek terecht zouden komen. Wie echter een soepel geschreven dwarsdoorsnede van een aantal belangrijke bijdragen aan het publieke debat over het functioneren van onze parlementaire democratie op prijs stelt, kan prima in dit boek terecht.

De keuze van de geïnterviewden is gevarieerd, maar kan grofweg worden verdeeld in drie groepen: een groep denkers die voornamelijk het goed begrip verbetert, een groep denkers die vooral verbetervoorstellen doet en een groep-Peper. Tot de eerste groep behoren de analyses van Van Gunsteren over het zelfsturend vermogen van groepen (apen), van Schnabel over de reeds lang aanwezige voedingsbodem voor de PVV-agenda, van Van Baalen over de wanverhouding tussen de hoeveelheid klachten over het parlement en de mate waarin daar dan iets aan gedaan wordt en de interessante vergelijkingen van Van Zoonen over ‘fan zijn’ in de popcultuur en politieke associatie. Tot de tweede groep behoren de pleidooien van Luyendijk voor meer transparantie over nevenfuncties van parlementariërs, van Herweijer voor het daadwerkelijk betrekken van de samenleving bij de planvorming en van Ankersmit voor het herwaarderen van de ideologie. Tot de derde groep behoort Bram Peper met een onduidelijk verhaal over de noodzaak van de invoering van een districtenstelsel omdat er anders revolutie uitbreekt. Bij de verschillende groepen toont Verbeet verschillende eigenschappen. Bij de analytici blijkt ze een optimist, op zoek naar een lichtpuntje in de analyse. Bij de groep verbeteraars blijkt ze een zeer praktische denker, op zoek naar een mogelijke aanpassing van het Reglement van Orde. En bij de derde groep betoont ze zich een fan.

Inhoudelijk is de rode draad van boek het verstevigen van het vertrouwen in de parlementaire democratie. Niet duidelijk wordt echter waar dat vertrouwen precies uit bestaat en hoe het (gebrek eraan) gemeten kan worden. Duidelijk is wel dat Verbeet zoekt naar een zeer positieve vorm van vertrouwen die blijkt uit een hoge opkomst bij verkiezingen, enthousiaste reacties in de mailbox van de Kamervoorzitter en veel aanmeldingen voor de rondleiding door het Kamergebouw. Of, zoals ze in de slotbeschouwing schrijft, ‘het streefpunt: een eigendomsgevoel’. Duidelijk is ook dat Verbeet sterk leunt op de gedachte dat meer transparantie, beter uitleggen en burgers te woord staan in de supermarkt sleutels tot succes zijn. Niet dat Verbeet ontkent dat de Kamer nog veel aan zichzelf verbeteren kan, maar de wortel van alle wantrouwen lijkt toch vooral een gebrek aan kennis. Daarom biedt begrijpen een meer solide basis voor het voortbestaan van de parlementaire democratie dan enkel vertrouwen, zoals de titel van het boek uitdrukt.

Dit is bekende reflex uit het Haagse. Een coalitie die laag in de peilingen staat, trekt het land in om het beleid uit te leggen en wie het waagde om tegen de Europese Grondwet te stemmen las de volgende dag in de krant dat hij het kennelijk niet begrepen had. Nu zal ik zeker niet beweren dat het allemaal onzin is om te denken dat meer kennis van het functioneren van de parlementaire democratie tot meer legitimiteit leidt. Maar desondanks: wat is er eigenlijk mis met de jongere die via RTL-Boulevard beoordeelt welke politicus ‘wel oké’ is? Of met de afzijdige burger die braaf belasting betaalt maar zich zeker geen eigenaar voelt van het parlement en uitsluitend op de politiek reageert als hij het tijd vindt om een proteststem uit te brengen? Met digitale schandpaaljournalistiek die bestuurders niet zozeer vooraf bindt aan een positief kiezersmandaat, maar wel aan het besef dat ze genadeloos door de gehaktmolen van de sociale media zullen gaan als blijkt dat ze met hun handen in de staatskas hebben gezeten? In het verlengde van de zeer interessante analyses van de Franse politiek filosoof Rosanvallon: vertrouwen is goed, wantrouwen ook.

Het aardige van het boek van Verbeet is dat voor deze gedachtegang ook aanknopingspunten zijn te vinden in het verzamelde materiaal. Een boek dat zijn eigen kritiek faciliteert, getuigt daarmee van zijn kwaliteit.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: