Boekreview: Welke democratie?

door GB op 10/03/2017

in Recensies

Post image for Boekreview: Welke democratie?

De Nederlandse rechtsorde wordt regelmatig als één groot complot ontmaskerd. Hoe absurd die conclusie ook klinkt, de achterliggende redenering is doorgaans nog niet zo gemakkelijk gedemonteerd. Zo ook het boekje Welke democratie van Jan Storm. Storm verdeelt zijn publiek in drie groepen. Met ‘ons’ bedoelt hij de gewone burgers die zuchten onder ‘de voogdij van beroeps-volksvertegenwoordigers’. Dan is er een ‘zij’, de ‘heersende klasse’, een ‘kleine mysterieus samengestelde minderheid’ die als een maffiabende ‘de baas speelt over de grote, zeer grote meerderheid’. Die tegenstelling is wel zo’n beetje bekend. Maar bij Storm is er een derde groep: de Nederlandse staatsrechtgeleerden. Zij ‘spelen het klaar om de burgers in onderdaanschap te houden.’ U leest het goed. De Staatsrechtkring is in de vuurlinie van het democratiedebat terecht gekomen.

Het verwijt van Storm gaat ongeveer als volgt. Grondwetten zijn ‘in essentie een zoektocht naar een systeem waarmee de massa op een nette manier getemd kan worden.’ Doordat staatsrechtgeleerden uitdragen dat de Grondwet alleen volgens de Grondwet gewijzigd kan worden, onderwerpen ze heel Nederland anno 2017 aan de 474 notabelen die op 29 maart 1814 in de Nieuwe Kerk akkoord gingen met de Grondwet 1814 en zijn ze de hogepriesters van de bestaande orde geworden. Storm, zelf toch ook jurist, schuwt het betere complotdenken daarbij niet. Dat Nederlandse constitutionalisten slecht uit de voeten kunnen met het abstracte concept ‘soevereiniteit’, is waarschijnlijk ‘een geheime afspraak’ om te verbloemen hoe het eigenlijk zou moeten zijn: het volk de baas.  Het lastverbod uit artikel 67 lid 3 Grondwet is vermoedelijk bedacht door luie regenten die zelfs voor die paar kiezers van toen geen tijd wilden vrijmaken. En dat Koekkoeks Grondwetscommentaar, ‘dit toch waarachtig zeer grondige standaardwerk’, niet uitlegt waarom de Grondwet in artikel 93 en 94 de eigen rechtsorde zo klakkeloos aan het internationale recht uitlevert, doet het vertrouwen van de geïnteresseerde buitenstaander ook geen goed. Wie zich zorgen maakt over de ingedutte indruk die men van de staatsrechtbeoefening kan hebben, heeft er een probleem bij: Storm denkt niet dat het staatsrecht saai is, maar dat wij de slapende cel van een complot zijn.

Zijn inhoudelijke argument is hiermee ondertussen nog niet gepareerd. Het is ook niet onzinnig. Storm wil best accepteren dat wij niet één grote directe democratie zullen worden, maar verlangt daarvoor dan wel meer directe democratische legitimatie. Want waarom zijn wij eigenlijk een representatieve democratie met volksvertegenwoordigers? Omdat artikel 50 Grondwet dat voorschrijft. Maar wie bepalen wat de Grondwet voorschrijft? Precies, de volksvertegenwoordigers. Wij zijn dus van WC-eend, omdat WC-eend dat bepaalt. En dat WC-eend dit mag bepalen, dat adviseert het staatsrecht.

Storm stuit hier op de bodem van het staatsrecht. Een rechtsorde kan zichzelf inderdaad niet meer legitimeren dan de baron van Münchausen zichzelf uit het moeras kan trekken. Uiteindelijk moet een Staat niet alleen macht hebben maar ook gezag verwerven. Gezag is de morele acceptatie van macht. De ultieme democratische legitimatie van de representatieve democratie ligt dus in de feitelijke acceptatie van de besluiten van de volksvertegenwoordigers. Dat is niet de vraag of wij het eens zijn met alle besluiten of juichend het Staatsblad lezen.  Dat is de vraag of wij ons uiteindelijk conformeren aan de wet door belasting te betalen en voor rood te stoppen. Storm legt de lat echter hoger. Hij meent dat alle kritiek op de inhoud van de politiek recht evenredig is aan de invloed die burgers daarop hebben en dat alles stukken beter en blijer zal gaan als de burgers maar meer te zeggen zouden hebben. Daar zit volgens mij de denkfout van Storm.

Zijn geloof in democratic redemption is altijd wijd verspreid geweest onder vernieuwers. Thorbecke vond Koning Willem I bevoogdend en eiste meer invloed voor de burgerij. Kuyper vond Thorbecke bevoogdend, en eiste meer invloed voor zijn kleine luyden. Van Mierlo vond Kuyper bevoogdend, en eiste meer invloed voor autonome burgers. In deze lijn staat Storm met zijn stelling dat het hele idee van vertegenwoordiging in principe bevoogdend is. Maar het antwoord op de problemen in de democratie kan echter niet altijd méér democratie blijven. Zo lang er schaarste is, zal er ontevredenheid zijn over de wijze waarop die wordt verdeeld. Het grote voordeel van een representatieve democratie is dat zich telkens weer kandidaten als boksbal opwerpen om discussie mogelijk te maken over wat wij eigenlijk willen. Dat is ook iets om een keer te koesteren.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Martin 13/03/2017 om 14:04

Zo, dat is nog eens pareren. Omdat het niet altíjd een antwoord is, is het altijd níet een antwoord?
Het is fijn dat er mensen zijn die zich als boksbal opwerpen, maar bij meer directe democratie zou dat niet nodig zijn; dan zou de mens die strijd intern moeten voeren.

2 GB 14/03/2017 om 09:59

Ik zeg toch niet dat meer democratie nooit een antwoord is/was? Ik zeg alleen dat dat niet altijd de oplossing kan blijven. En dat is wel wat Storm doet. Niet in zijn pleidooi voor een paar extra referenda, maar in zijn principiële afwijzing van de legitimiteit van de Grondwet.

Maar de kernvraag is inderdaad of ons stelsel beter af is als de publieke politieke discussie niet meer geïnstitutionaliseerd is met vertegenwoordigers waarmee je het oneens kunt zijn en die je ter verantwoording kunt roepen. Deliberatie en verantwoording blijken juist in directe vormen van democratie in de verdrukking te komen.

3 Martin Van de Wardt 14/03/2017 om 10:12

Deliberatie en verantwoording zijn een individuele aangelegenheid in een directe democratie. In hoeverre zouden deze in de verdrukking komen? Door een gebrek aan vertrouwen?

4 GB 14/03/2017 om 11:27

Politicologen concluderen met regelmaat dat de inhoudelijke kwaliteit van het debat (worden er relevante argumenten gebruikt? hebben die argumenten betrekking op de vraag die voorligt? zijn die argumenten beslissend enz.) in de aanloop bijvoorbeeld een referendum niet overhoudt. Ook het vragen verantwoording is lastig. Na een referendum moet ik op zoek naar mensen die anders hebben gestemd en als ik ze vind, zijn ze niet verplicht om zich jegens mij te verantwoorden. In een vertegenwoordigende democratie is juist dat goed geregeld. Hoe lang blijft die referendumuitslag eigenlijk geldig? Wat doe je met tegenstrijdige referendumuitslagen?

Vertegenwoordigede democratie scoort goed op deliberatie en op verantwoording. Directe democratie scoort goed op inclusiviteit (meer mensen doen mee) en op invloed (belanghebbenden hebben meer te zeggen).

Het gaat er mij om, dat het onzinnig is om de voordelen van de directe democratie te vergelijken met de nadelen van die van de vertegenwoordigende. Beter is het om voordelen met voordelen vergelijken en nadelen met nadelen.

5 Martin Van de Wardt 14/03/2017 om 11:34

Evenzozeer wordt telkenmale geconcludeerd dat het inhoudelijk debat in onze parlementaire omgeving niet overhoudt en ondergeschikt gemaakt wordt aan andere belangen. Ook de verplichting tot verantwoording is minimaal, als het gaat om het stemgedrag. Slechts een maal in de vier jaar, en dan gaat het nog minder over afrekenen dan over vooruitblikken.

Het is niet onzinnig om de twee met elkaar te vergelijken en te zoeken naar een juist evenwicht. Mits geaccepteerd kan worden dat de mens ten principale vrij is, zal de onvrijheid van het voegen naar en systeem beloond dienen te worden met voordelen die opwegen tegen de nadelen. Onze huidige parlementaire democratie schurkt tegen het randje aan.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: