Boem is ho

door GB op 14/09/2009

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Boem is ho

In de Eerste Kamer vond vorige week een interessante confrontatie plaats. De regering had namelijk een verdrag opgezegd, en kwam daar achteraf de staatsrechtelijk vereiste toestemming voor vragen. Dat betekent het uur van de waarheid voor de Senaat: lam of leeuw?

Aanleiding is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die zijn hakken in het zand zette toen Minister De Geus in een straf tempo de sociale zekerheid op een meer hardvochtige leest schoeide. (Een dergelijke uitspraak kunnen we op dit blog voortaan aanduiden als ‘Correctie-Spier’.) De Centrale Raad deed dat door een aantal bepalingen uit deel VI van de Europese Code inzake sociale zekerheid te activeren. In de regel blijven die bepalingen buiten het bereik van de rechter omdat ze als niet ‘een ieder verbindend’ worden aangemerkt. Maar soms worden ze ‘geactiveerd’ (inroepbaar gemaakt), zoals de Hoge Raad zelf liet zien zijn arrest Collectieve Acties Spoorwegen.

De CRvB overwoog dat de betrokken verdragsbepalingen ‘helder omschreven normen’ bevatten, met duidelijke aanspraken. Zeker ‘op het punt van eigen bijdragen’ moeten de verdragsbepalingen door individuen kunnen worden ingeroepen, zodat het betrokken recht ‘een ieder verbindend’ was. Geruststellend voegde de CRvB er nog aan toe dat ‘in algemene zin het instructiekarakter van de Europese Code doorgaans in de weg zal staan aan de mogelijkheid van het inroepen van een rechtens afdwingbare aanspraak op een concrete prestatie in een individueel geval.’ Maar de CRvB had in dit geval een rechtsgrond gevonden om een streep te zetten door sommige eigen-bijdrageregelingen in de AWBZ.

Het kabinet reageerde met grof geschut en zegde eenvoudigweg het complete deel van de Code op. Dat is technisch gecompliceerd, omdat dat in dit geval maar eens per vijf jaar kan, en dan alleen als dat een jaar van te voren is aangekondigd. Omdat de tijd drong, kondigde het kabinet maar meteen aan het verdrag met ingang van het jaar erop te willen opzeggen. In dat jaar zou dan aan de wetgever de door de Grondwet vereiste goedkeuring worden gevraagd. Stemde de wetgever toe, dan zou de opzegging automatisch doorlopen. Kwam er geen goedkeuring, dan zou de aankondiging weer kunnen worden ingetrokken.

Maar het jaar verliep, zonder dat de Eerste Kamer aan zet was geweest. De regering en de Tweede Kamer hadden te veel tijd genomen om de senatoren nog een zinvolle stem te gunnen in de goedkeuringsprocedure. Terwijl de aankondiging van de opzegging niet werd ingetrokken. De Senaat interpelleerde verontwaardigd, maar dat leverde niet veel meer op dan ‘excuses voor het plichtsverzuim’ en een googelende minister Donner die de stelling betrok dat de Grondwet niets regelde over de situatie dat een verdrag al is opgezegd voordat de Eerste Kamer er iets over kon zeggen. Er was in zijn ogen ‘geen sprake van een ongrondwettelijke situatie maar van een ‘niet grondwettelijke situatie.’

En dan. Het voorstel voor de goedkeuringswet moest nog wel worden behandeld. Om de pijn een beetje te verzachten deed het kabinet tegelijk een een voorstel om de ratificatie van een in 1990 herziene Europese Code inzake sociale zekerheid goed te keuren. Woordvoerders van alle fracties hadden daar kritiek op, aldus een verslag van de Eerste Kamer zelf. Waarom iets juridisch willen verankeren terwijl het al verankerd was? Een voor de hand liggend motief lijkt mij dat de regering de Centrale Raad weer wil wegstoppen achter het begrip ‘een ieder verbindend’ doordat het in het nieuwe verdrag om andere formuleringen gaat.

In ieder geval heeft de Senaat zich gebogen over de vraag of het verdrag nu wel of niet opgezegd is. Er schijnt namelijk nog van alles te mankeren aan de opzegging. Als dat het geval is, dan zou het probleem grotendeels uit de wereld zijn. Na Prinsjesdag volgt de Eerste Kamer met een derde termijn – waarmee ze terecht hun positie in het staatsbestel serieus nemen. Tegelijkertijd zal wellicht slechts de door de regering aangevallen Centrale Raad van Beroep in staat zijn om de vraag te beantwoorden of het verdrag nu al wel of niet rechtsgeldig is opgezegd. Als zij op hun beurt de regering in de wielen willen rijden, dan moeten ze concluderen dat deel VI inderdaad rechtsgeldig is opgezegd…

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Khalid 14/09/2009 om 15:07

Regelt de Grondwet niet iets over de ratificatie van verdragen? Zou je niet kunnen zeggen dat op het opzeggen van een verdrag (de omgekeerde ratificatie, als het ware) dezelfde regels van toepassing zijn? Dat lijkt me wel voor de hand te liggen.

2 GB 14/09/2009 om 16:29

Zeker. Opzeggen en aangaan van verdragen zijn aan gelijke regels gebonden ('niet dan met voorafgaande goedkeuring'). (art. 91 lid 1 GW)

De positie van Donner lijkt me daarmee al onzinnig te worden.

Probleem hier is wel dat parlementaire goedkeuring niet constititutief is. Met andere woorden: een regering die het Koninkrijk bindt aan een verdrag zonder dat daar toestemming voor is gegeven, die heeft een nationaal probleem. Maar internationaal gezien is het kalf verdronken, en is het verdrag wel degelijk tot stand gekomen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: