Britse verkiezingsopwinding

door JWvR op 07/05/2010

in Buitenland

Wat zich al enkele weken aandiende, is vanochtend bewaarheid. Het Verenigd Koninkrijk is wakker geworden met het vooruitzicht van een ‘hung parliament’. Hoewel nog niet alle 650 kiesdistricten hun uitslagen hebben bekendgemaakt – op moment van schrijven zijn de stemmen in 627 districten geteld – is de kans nihil dat één van de partijen een absolute meerderheid van het aantal zetels in het Lagerhuis zal behalen. Zo’n meerderheid is binnen het Britse constitutionele systeem nodig om van de Koningin groen licht te krijgen om meteen tot regeringsvorming over te gaan.

Ondanks het feit dat ze niet de gehoopte absolute meerderheid hebben behaald, lijken de Conservatieven van David Cameron als grote winnaars van de verkiezingen uit de bus te komen. Met ongeveer 37 procent van de ‘popular vote’ en naar verwachting 310 zetels hebben de Tories zittend prime minister Gordon Brown en diens Labour partij een fikse stembusafstraffing gegeven. Toch gedraagt de trotse Schot zich als morele winnaar van de avond. Niet alleen is de nederlaag voor Labour minder groot uitgevallen dan vooraf werd gevreesd, ook staat nog niet op voorhand vast dat zijn rol als premier is uitgespeeld. Grote verliezers lijken vooral de LibDems van Nick Clegg te zijn. Met 23 procent van de stemmen en rond de 55 zetels, heeft de derde partij van het VK het onverwacht slecht gedaan – slechter zelfs dan bij de verkiezingen van 2005. De ‘Cleggmania’ die naar aanleiding van de Tv-debatten was ontstaan, heeft geen vruchten afgeworpen.

Hoe nu verder? Hoewel de peilingen al een tijdje op een ‘hung parliament’ en daarmee op het voor de Britten ongebruikelijke perspectief van coalitievorming wezen, laat het resultaat van de verkiezingen een nog complexer plaatje zien dan waar vooraf rekening mee werd gehouden. Omdat de Liberalen rond de 50 zetels zijn blijven steken, zal het vormen van een coalitie niet gemakkelijk worden. De meest voor de hand liggende coalitie – één tussen Labour en de LibDems – kan namelijk niet op een meerderheid rekenen. Nog los daarvan kan de vraag gesteld worden of zo’n coalitie gezien de uitslag van de verkiezingen wel door de beugel kan. De Tories lijken met hun grote overwinning immers het mandaat van de kiezer te hebben gekregen. Hier staat tegenover dat Brown het Britse constitutionele recht aan zijn zijde weet. De conventie bepaalt namelijk dat een zittende regeringspartij het recht heeft om na verkiezingen het initiatief tot regeringsvorming te nemen. En Brown heeft al laten weten dat hij er niet voor zal weglopen om van dit recht gebruik te maken. Clegg aan de andere kant heeft vanmorgen naar buiten gebracht dat hij vindt dat het oordeel van de kiezer moet worden gerespecteerd en dat Cameron als eerste de kans moet krijgen om een regering te vormen.

Grote politieke en constitutionele onzekerheid dus bij onze overzeese buren. Eén van de belangrijkste vragen die de komende uren en dagen zal moeten worden beantwoord is of het Britse staatsrecht werkelijk toestaat dat een partij die nadrukkelijk de gunst van de kiezer heeft verloren de politieke teugels in handen neemt. Verder wordt interessant om te zien of de Conservatieven bereid zullen zijn om een verbinding met Clegg en zijn Liberalen te overwegen. Wil zo’n verbinding kans van slagen hebben, dan zal de eerstgenoemde partij namelijk waarschijnlijk concessies moeten doen op het punt van het kiesstelsel. Tot slot is voor de staatsrechtjurist aardig om in de gaten te houden of de Koningin nog een bijzondere rol zal vervullen. Formeel is het namelijk het staatshoofd dat een politiek leider zal vragen het eerste ministerschap op zich te nemen. Normaal gesproken zijn de marges waarbinnen de Britse monarch kan optreden erg smal – smaller dan in bijvoorbeeld onze eigen monarchie. Maar wat als er een politieke patstelling ontstaat? Is zij dan wel bevoegd om handelend op te treden? Wordt ongetwijfeld vervolgd.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 GB 07/05/2010 om 15:50

Zat me af te vragen hoe dit zich eigenlijk verhoudt tot de gang van zaken die bij ons tot de zogenaamde ‘conventie van 1922’ (geloof ik, al beweren sommigen dat die pas compleet was toen ook Wilhelmina zich erbij neerlegde). Sindsdien bieden bij ons bewindslieden aan de vooravond van de verkiezingen hun ontslag aan als ze dat nog niet gedaan hebben (Jan-Kees?). Valt uit die ontwikkeling bij ons (met name dan de bevestiging van deze conventie na 1922) nog iets te leren voor de Britten?

2 JU 07/05/2010 om 16:44

Ik begrijp je denk ik niet helemaal. Maakt dat in dit geval uit? In het Britse stelsel biedt de premier zijn ontslag aan op het moment dat het hem duidelijk is dat hij niet meer kan rekenen op ‘the greatest possible majority in the Commons’. Normaal gesproken is dat onmiddellijk na de verkiezingsuitslag, maar dat ligt nu dus anders. Die duidelijkheid is er nu niet. Zou daaraan wat veranderen als Brown zijn ontslag eergisteravond al had aangeboden? In de Nederlandse situatie zou de Koningin het verzoeknummer in beraad houden. Daaraan doet haar Britse tegenhangster, voor zover ik weet, niet. Die ontslaat gewoon en dan zou het land even zonder premier zitten, wat staatsrechtelijk overigens wel kan maar wel een beetje ongebruikelijk is.

Vraag me wel af of die conventie (de Britse dan wel te verstaan) dat Brown het initiatief toekomt nu zo duidelijk is als hij in de media wordt afgeschilderd. Uit de handboeken komt een veel minder scherp beeld naar voren. Zo concluderen Turpin & Tomkins dat het bestaande precedent en de conventies maar weinig indicatie geven. Het enige wat de precedenten van 1923, 1929 en 1974 duidelijk maken is dat Her Majesty niet zelf moet gaan aandringen op de ontslagaanvraag van de zittende premier als geen sprake is van een duidelijke alternatieve meerderheid.

3 GB 07/05/2010 om 20:34

Weet ik eigenlijk ook niet. Het is inderdaad alleen maar zinvol als dat ontslag dan ook een soort formatie-procedure activeert. Als die er niet is, dan schiet een ontslag van een minister-president ook niet op.

4 JU 08/05/2010 om 10:26

Zou trouwens wel een mooie variant zijn van transnationale constitutionele dialoog. Staatshoofden die naar elkaar gaan zitten kijken (en verwijzen?): “Wat er ook zij van de praktijk van de Britse Koningin…”

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: