Bureau Bibob: Over Supermannen en KB’tjes

door JAdB op 09/12/2009

in Rechtspraak

Eerder op dit blog besteedde ik aandacht aan het feit dat het Landelijk Bureau Bibob – blijkens sommige uitspraken – door rechters wel lijkt te worden gezien als een soort supermannen: bijna bovenmenselijk onfeilbaar. Dat is – net als Superman – echter een fictie, zoals steeds vaker blijkt. Niet alleen omdat de inhoud van de door het LBB uitgebrachte adviezen de toets der kritiek steeds minder vaak kunnen doorstaan omdat het LBB bijvoorbeeld te snel oordeelt dat een ondernemer banden met de onderwereld heeft, maar ook omdat de organisatie van en rondom het LBB dubieuze trekjes vertoont.

Op deze dubieuze trekjes wees ik in eerdergenoemde bijdrage al. De advisering geschiedt bijvoorbeeld anoniem. Daarnaast: de commissie die in het leven is geroepen om het LBB te begeleiden, vervult al lang al niet meer de bij wet (!) en bij ministeriële regeling (!) vastgestelde taken die zij zou moeten uitoefenen. Sterker nog: het is maar de vraag of de commissie nog bestaat. Geen kamerlid dat ernaar kraait, hoewel de brief van de minister omtrent de eigenhandig vastgestelde wijziging van het takenpakket van deze commissie toch vragen had moeten oproepen.

Er is meer, zo bleek onlangs. Artikel 21 lid 2 van de Wet Bibob bepaalt: “De dagelijkse leiding [van het Bureau] berust bij de directeur van het Bureau”. Artikel 22 bepaalt: “Benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Bureau geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Ministers”.

“Toch maar eens opvragen, dat KB’tje”, bedacht een amice (Rolf Verduijn) van mij. Bij het Ministerie van Justitie werd lang gezocht. “Heeft u het al?” vroeg mijn amice na een week of wat. “Nee, we zijn nog bezig met zoeken”. Uiteindelijk werd er wat gevonden: op 11 november 2009 kwam het ministerie met het gevraagde document op de proppen. Jawel, er was een KB waarin de directeur van het Bureau werd benoemd.

“Gelukkig maar”, dacht mr. Verduijn bij zichzelf. “Als het Ministerie van Justitie toestaat dat het LBB geleid wordt door iemand die niet eens is benoemd volgens de wettelijk voorgeschreven procedures, dan is het hek van de dam. Dat zou gelijk staan aan het passeren van het instemmingsrecht van de Eerste Kamer bij de goedkeuring van koninkrijkbindende besluiten van de Raad van Ministers van de EU. En dat is natuurlijk ook ondenkbaar.”

Was het maar waar.

Het KB’tje in kwestie is gedateerd op 9 november 2009. Een hele reeks directeuren wordt daarin benoemd en weer ontslagen, alles met terugwerkende kracht. Nu ben ik geen staatsrechtgeleerde, maar ik meen mij toch de stelling te kunnen permitteren dat deze gang van zaken wat eigenaardig is.

Of deze gang van zaken behalve eigenaardig ook (staatsrechtelijk) onrechtmatig is, is een vraag waarover ik graag de visie van de lezers van dit blog – die ik zeer hoog acht, en bovendien staatsrechtelijk beter onderlegd dan ikzelf – ontvang.

Los van die onrechtmatigheidsvraag kan ik niet anders dan de conclusie te trekken dat hoe beter je de Wet Bibob en het LBB inspecteert, hoe meer scheuren en onvolkomenheden je ontwaart. Soms zijn het kleine scheuren, soms grote. Tezamen maken ze het in de Wet Bibob neergelegde systeem echter dermate onvolkomen, dat weldenkende bestuurders er goed aan doen zich twee keer achter de oren te krabben voordat ze van de Wet Bibob gebruik maken. Ook rechters doen daar goed aan: het LBB verdient geen voetstuk. In ieder geval niet zoals het thans functioneert.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 FJJ 10/12/2009 om 01:58

Wat is besturen toch een boeiend vak. Vraagt de burger om informatie die we niet hebben dan creëren we die informatie toch gewoon.

Met terugwerkende kracht plamuren we vervolgens de scheuren dicht en hopen dat een grondige inspectie achterwege blijft.

Hulde voor de schrijver, het rechtsstatelijk huis moet namelijk blijvend onderhouden worden.

2 Karel 10/12/2009 om 12:05

Ik ben eigenlijk wel benieuwd of dit publiekrechtelijk zo maar kan.
Is het mogelijk om met terugwerkende kracht een omissie te herstellen?
Wordt daarmee ook het tussenliggende onbevoegd opereren van het bestuursorgaan met terugwerkende kracht gelegaliseerd?

Kan een deskundige daar misschien eens wat licht over laten schijnen.

3 Henk 10/12/2009 om 14:31

Wat zijn de publiekrechtelijke mogelijkheden van deze informatie?

In de eerste plaats zou ik bij op LBB-adviezen gebaseerde besluiten aanvoeren dat de boel onzorgvuldig is voorbereid omdat er geen directeur benoemd was bij het LBB. Als dat geaccepteerd wordt donderen alle besluiten die gebaseerd zijn op adviezen waaraan door het LBB is gewerkt in de periode van 1 oktober 2005 tot 9 november 2009 van tafel. (Althans, voor zover daar nog rechtsbescherming tegen openstaat)

Maar ik denk niet dat een benoemde directeur 'constitutief' is voor de bevoegdheid/taak van het LBB (ik ga er vanuit dat het LBB die heeft, en niet de directeur) om een advies te geven. Het zijn dus adviezen met een gebrek maar het zijn nog steeds adviezen.

Het gebrek kan dus inderdaad worden gerepareerd. Iemand die kan aantonen dat hij concreet schade heeft ondervonden van dit zooitje kan natuurlijk altijd via de civiele rechter iets proberen. Maar het is vooral de politiek die hier aan zet is.

Misschien kan Ans Hengels ons nog even bijlichten?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: