Burgerschap in het burgerlijk recht

door PWdH op 16/09/2009

in Recensies

Post image for Burgerschap in het burgerlijk recht

Iets kopen in de winkel is niet alleen een economische, maar ook een morele beslissing, aldus Herman Wijffels in Buitenhof, waar hij sprak over niets minder dan een door sommigen vermoede ‘nieuwe wereldorde‘. Je kunt immers kiezen voor ‘schone’ kleren of biologische groenten, in plaats van voor het goedkope, ‘vuile’ alternatief. Met zijn allen kunnen we de wereld verbeteren, betoogde Wijffels tegen de achtergrond van de crisis, zoals we ook ooit een einde maakten aan de slavenhandel.

Interessant is dan welke juridische instrumenten die burger in handen heeft om zich tegen het grootkapitaal – vanouds uiteraard meer geinteresseerd in winstmarges dan in schoonheid – te weer te stellen. Kan de koper van – noem eens wat – perensap in rechte een aanspraak op schoon sap ontlenen aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Deze vraag beantwoordt professor Castermans voorzichtig bevestigend in zijn in november 2008 uitgesproken oratie ‘De burger in het burgerlijk recht’.

Werd de Universele Verklaring destijds koel ontvangen (nu een handhavingsmechanisme ontbreekt), inmiddels, zo constateert Castermans, lijkt de burger deze een tweede leven te gunnen. Juist het grootkapitaal – met name beursgenoteerde ondernemingen – committeert zich in toenemende mate aan de Verklaring, verdragen van de ILO, de organisatie Social Accountability International en andere sociale en ecologische standaarden in het kader van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Zo ook de Coöp die het perensap produceerde, waaraan de oratie is opgehangen.

Flirten met ‘een betere wereld’ is niet langer vrijblijvend, naarmate meer ondernemingen zich aan de Universele Verklaring en andere standaarden committeren. Bovenop hun symbolische betekenis, krijgen deze dan ook betekenis in het burgerlijk recht. Ze kleuren de zorgvuldigheidsnorm in het aansprakelijkheidsrecht, de verwachtingen van partijen over en weer in het contractenrecht en de rechtsverhouding tussen werknemers en werkgevers.

Zo sleepten de werknemers op de rubberplantage in Liberia bandenfabrikant Firestone voor de rechter in Indiana. De onmogelijk hoge productienormen dwongen hen feitelijk hun kinderen in te zetten. Moederbedrijf Bridgestone, dat zich leading corporate citizen noemt, haalde bakzeil en sloot voor het eerst in tachtig jaar een CAO met onderwijs voor kinderen.

Kan ondertussen de Nederlandse burger die winterbanden koopt, zich op de conformiteitseis van artikel 7:17 BW beroepen om banden geleverd te krijgen, welke niet met inzet van kinderarbeid zijn geproduceerd? Het element ‘eigenschappen’ in het tweede lid wordt vanouds ruim geinterpreteerd, zodat daar, aldus Castermans, ook de sociale omstandigheden bij de productie onder kunnen worden geschaard. Het wachten is op een proefproces.

Een ‘proefproces’ waar Castermans tenslotte nog gewag van maakt, is het Handvest verantwoordelijk burgerschap. Persoonlijk denk ik daarbij: een zoveelste goed bedoeld maar zinloos initiatief om goede voornemens op te schrijven. De door Castermans gewezen weg naar ‘verantwoordelijk burgerschap’ lijkt zinvoller: de al beschikbare Universele Verklaring betekenis, rechtsgevolg te geven in het burgerlijk recht, en het aan burgers en ondernemingen te laten elkaar hierop over en weer aan te spreken. Verbeter de wereld, stuur een dagvaarding. De politiek, aldus ook Wijffels, volgt dan vanzelf.

Overigens heeft Castermans’ betoog in elk geval Hartlief aan het denken gezet. Hij vraagt zich af wat het burgerlijk recht te doen staat en contrasteert – niet geheel zuiver maar wel interessant – deze oratie met die van Jeroen Kortmann: The Tort Law Industry. De laatste verwerpt een instrumentele inzet van het aansprakelijkheidsrecht: een betere wereld begint in het publiekrecht.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: