Conflictenregeling Koninkrijk niet onafhankelijk

door DJE op 24/04/2019

in Haagse taferelen, Rechtspraak, Uncategorized

In 2010 kwamen er in het Koninkrijk vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Door deze toename van het aantal landen ging het Statuut voor het Koninkrijk bepalen dat een regeling voor de beslechting van conflicten tussen de partners dringend noodzakelijk is. Ook omdat de bestaande conflictenregeling uit art. 12 van het Statuut niet goed voldeed. De nieuwe vorm van conflictbeslechting zou vooral onafhankelijk moeten zijn. Deze opname van art. 12a in het Statuut vormde destijds tevens een belangrijk middel om de Caribische partners over de streep te trekken bij de ontvlechting van de Nederlandse Antillen. Het zou allemaal mooier en beter worden dan voorheen. Het is echter een kat in de zak geworden. Jarenlang traineerde Nederland de totstandkoming van deze conflictenregeling. De toezegging over onafhankelijkheid was kennelijk voor de korte politieke termijn bedoeld, want vrij snel werd daarop terug gekomen. Er kwam een voorstel om voor deze geschillen een vorm van versterkt Kroonberoep in te voeren. De Koninkrijksregering zou de beslissende instantie moeten worden, bij juridische conflicten op bindend advies van de Raad van State van het Koninkrijk. Deze figuur bestond al voor het financiële toezicht in de Caribische landen en zou nu als algemene conflictenregeling moeten gaan gelden. Juist voor het Koninkrijk is dat versterkte Kroonberoep een onding van formaat. Het Kroonberoep bestaat in ons land nauwelijks meer en wel vooral omdat het dan toch uiteindelijk politieke bestuurders zijn die knopen doorhakken, zelfs als ze daarbij al dan niet bindend worden geadviseerd door andere oud-bestuurders die naar de Raad van State zijn overgegaan. Een echte garantie voor onafhankelijkheid kan dan natuurlijk niet worden geboden. In het Koninkrijk komt daar nog bij dat de Nederlandse regering volstrekt dominant is in de Koninkrijksregering en dan is het redelijk bizar om een conflict over bijvoorbeeld de uitleg van het Statuut voor te leggen aan de instantie die ook het primaire besluit heeft genomen. Dat versterkte Kroonberoep stierf dan ook een snelle dood. Maar nu komt het terug in een soort verlengde variant van de oude art. 12 procedure. In het wetsvoorstel Rijkswet Koninkrijksgeschillen – dat recent bij de Tweede Kamer is ingediend – krijgen de gevolmachtigde ministers van de Caribische landen een verlengde mogelijkheid om geschillen aanhangig te maken. Bij ontbrekende overeenstemming kan het geschil worden voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State, de Raad van Ministers van het Koninkrijk beslist uiteindelijk. De woorden en de procedures zijn wat anders, maar dit is natuurlijk slechts een variant op het eerder aangedragen en zo bezwaarlijke  en verfoeide Kroonberoep. Het zijn politieke instellingen die beslissen en in die politieke instellingen is Nederland volkomen dominant. Juist nu de verhoudingen in het Koninkrijk al zwaar worden belast door de ongelijkwaardige institutionele opzet van het Statuut is het alleen al in politiek-psychologisch opzicht oneindig onverstandig om juist deze vorm van conflictbeslechting voor te stellen. Die conclusie trok ik destijdse met betrekking tot het versterkte Kroonberoep. Voor het nu ingediende voorstel geldt die conclusie evenzeer. De ‘checks and balances’ in het Koninkrijk kunnen aanzienlijk worden versterkt door een conflictbeslechting door een onafhankelijke rechter. Het kan veel spanningen wegnemen en de opmaat vormen voor meer gelijkwaardige omgangsvormen. De besluitvorming over de definitieve vorm van de conflictenregeling is weliswaar in handen van Nederland,  het ziet er echter naar uit dat de Caribische landen zich opnieuw massief hiertegen zullen verzetten, waardoor een verdere verslechtering van de Koninkrijksverhoudingen het gevolg zal zijn, terwijl uitdrukkelijk het tegendeel was beoogd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: