Column A. Kors: winkans en overlevingskans bij het EHRM

door GB op 28/04/2009

in Uncategorized

In 1999 bestond het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens 50 jaar. Het Europees Hof voor de rechten van de mens 40 jaar. Dat was een moment om bij te verwijlen. Zo ook in ons land. Donkere wolken van een inmiddels overstelpende werklast hebben zich nadien boven het Hof samengepakt. Maar toen nog niet. Het NJCM bracht ter gelegenhedi van beide heugelijke gebeurtenissen een kloeke bundel uit met vele doorwrochte beschouwingen over dit nog immer onvolprezen verdrag en dit onvolprezen Hof.

Ook onze Zuiderburen hebben destijds passende aandacht aan deze gebeurtenis besteed. Zij gaven aan de officiële viering wel een heel bijzonder tintje. Uitgenodigd waren namelijk als eregasten Paula Marckx en haar buitenechtelijke dochter Alexandra. De identiteit van beide dames kan zonder gêne worden geopenbaard, want iedere kenner van het EVRM en iedere Court-watcher weet dat het hier ging om twee in Europa beroemd geworden klaagsters die het Hof in 1979 ertoe hebben weten te verklaren dat buitenechtelijke kinderen juridisch dezelfde rechten hebben, bij voorbeeld op het terrein van het familie – en personenrecht en het erfrecht, als keurige uit een wettige echtverbintenis geboren kinderen. Daarmee heeft het Hof hen en zichzelf beroemd gemaakt en andersom zij het Hof.

Bij mijn weten is in ons land geen van overheidswege georganiseerde viering geweest. Het EVRM kent in Nederland vele fans; helaas ook enkele spraakmakende tegenstanders. Zo heeft de toenmalige EU-commissaris de heer Bolkestein zich nog verstout om in de Thorbecke-lezing in 1998 zijn gehoor mede te delen dat het EVRM en het BuPo – verdrag voorbeelden waren van verdragen die binnen de Nederlandse rechtsorde meer problemen hebben veroorzaakt dan ze hebben opgelost.

Welke eregasten had de Nederlandse regering moeten uitnodigen? Zeker zouden in aanmerking zijn gekomen de vijf klagende soldaten die in 1976 door het Hof deels in het gelijk werden gesteld wat betreft hun grief dat het destijds geldende militair straf- en tuchtrecht op bepaalde onderdelen strijdig was met de Conventie. Het had gekund, ware het niet dat twee van hen inmiddels zijn overleden. Frits Winterwerp dan? Toen het Hof in zijn zaak uitspraak deed en oordeelde dat hem als psychiatrische patiënt rechten waren onthouden die hem op grond van het EVRM toekwamen, was hij reeds ontslagen uit de inrichting en woonde hij op zichzelf. Het leven was voor hem echter zo zwaar geworden dat hij enkele jaren later een eind aan zijn leven maakte. Albert Benthem dan? Niet zeker is of deze beroemde klager de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Kroongeschillen in 1987 nog heeft mogen meemaken of dat hij voordien al was overleden. Men had nog kunnen denken aan de bestuurder van het bedrijf DOMBO, ware het niet dat ook hij inmiddels niet meer leeft. Kostovski wellicht? Deze klager werd na zijn vrijlating uit de gevangenis in Nederland uitgeleverd aan Zweden waar hij een gevangenisstraf van acht jaar moest uitzitten. In 2000 was die termijn voor zover mij bekend nog niet voorbij, zodat hij alleen met toekenning van incidenteel verlof aan de uitnodiging van de Nederlandse regering gevolg had kunnen geven. Vooropgesteld natuurlijk dat hij die had gekregen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: