Column: het karretje van Hans Hillen

door GB op 13/03/2011

in Haagse vierkante kilometer

Het karretje van Hans Hillen begint nu aardig in de prut te rijden, zoals dat in CDA-kringen heet. Voorlopig hoogtepunt was zijn optreden in Buitenhof, afgelopen zondag. Zoals Rosenthal weinig lijkt te hebben aan zijn vermogen om crises achteraf te analyseren, zo is Hillens vertrouwde brommende gemopper ongeloofwaardig als het eigen straatje leeggeveegd moet worden. Ergerniswekkend zelfs.

Dan gaat het niet over zijn positie dat je excuses moet aanbieden na schending van het internationale recht. Dat doe je naar zijn mening niet omdat je vindt dat je het internationale recht eigenlijk niet had mogen schenden, maar om ‘het systeem aan de gang te houden.’ Hierin valt de analyse van Nollkaemper te herkennen dat internationaal recht in de ambtelijke top uiteindelijk ondergeschikt is aan het beleid. Nollkaemper meende althans dat de opinie van Van Walsum in het rapport van de Commissie Davids daar een bewijs van was.

Het gaat bij Hillen nu om het geknutsel met de politieke ministeriële verantwoordelijkheid. Hij heeft zich, al ‘breed makend voor zijn mensen’, verschanst in een onnavolgbare serie verdedigingslinies, die stuk voor stuk ondeugdelijk zijn om de positie van de minister te schragen maar met elkaar volstaan om de journalist het bos in te sturen.

De eerste linie is dat Hillen vindt dat hij zich eigenlijk uit pure goedheid breder maakt voor zijn eigen mensen dan hij zou moeten. Het betreft immers een incident dat onder zijn voorganger heeft plaatsgevonden. Op zichzelf is de terugwerkende kracht van de ministeriële verantwoordelijkheid een moeilijke kwestie. Maar zoveel is wel helder: als de minister nu nog reden ziet om een nieuw onderzoek te laten doen, dan is het geen kwestie die alleen onder zijn voorgangers speelde.

De tweede linie is dat het een incident betreft waarvan je de minister geen onwetendheid mag verwijten. Incidenten horen erbij. Er is altijd wel een keer een dronken soldaat die het plaatselijke suffertje haalt. Daar heeft de minister geen tijd voor, want die is met grote ombuigingen bezig. Al ‘breed makend voor zijn mensen’ moet er 10.000 fte uit bij Defensie. Schuld van de bankiers op Wall Street, maar daar kunnen we helaas geen helikopters op afsturen. Deze linie is naar geldend staatsrecht al onzin, maar klopt ook niet met de rest van de verdediging. Het gebrek aan informatie was immers niet het gevolg van onbeduidendheid ervan, maar van ‘wegzakkende kennis’ bij de SG.

De derde linie is echter het meest dubieuze. Daarin beweert Hillen dat hij de kamer volledig volgens de regels geïnformeerd heeft. Hij heeft immers verteld wat hij wist, en meteen doorgegeven waar hij later achter kwam. Wat kan je van een minister nog meer verwachten? Als de kamer deze redenering accepteert, is de ministeriële verantwoordelijkheid de grote verliezer. Sterker, het maakt eigenlijk niet meer uit of de minister in vak K plaatsneemt, of de koerier van het ministerie. ‘Mevrouw de Voorzitter, zit er nog papier in die tas?’

De Tweede Kamer moet veel meer eisen dan een minister die alleen maar doorgeeft wat hem nu toevallig is verteld. De ministeriële verantwoordelijkheid veronderstelt immers een minister die niet alleen vertelt wat hij weet, maar zijn omgeving ook zo inricht dat hij weet wat de kamer moet weten. Als Hillen hier nu wegkomt, dan staat er een premie op het niet informeren van de minister. Hoe minder hij weet, hoe minder hij immers de kamer hoeft te vertellen. Omgekeerd zal de minister ook niet meer willen doorvragen. Hoe meer hij weet, hoe meer hij immers aan de kamer moet vertellen, en hoe meer gezeik hij – al breed makend voor zijn mensen – moet opvangen.

Hopelijk laat de kamer zich niet misleiden en straffen ze dit gespartel af. Kan Hillen zich weer richten op het ruziemaken met Wilders, zonder dat hij de week erop in Buitenhof excuses hoeft te maken. Al zijn die wellicht ook alleen maar om het systeem aan de gang te houden.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: