Column: Het Rechtse Taboe

door Redactie op 05/09/2010

in Haagse vierkante kilometer

Onderhandelaar Klink heeft een grote fout gemaakt door in een brief aan zijn fractievoorzitter en partijvoorzitter te refereren aan wat in de informatiebesprekingen zou zijn uitgewisseld.

Hoeveel onderhandelingsstof bevat die brief? Zegge en schrijve vier van de achttien alinea’s, om precies te zijn: de zesde tot en met de negende. Ze gaan over de wijze van presenteren van het regeerakkoord, liever gezegd over het manipuleren van het CDA-congres dat zijn zegen zou moeten uitspreken over het onderhandelingsresultaat. En ze maken duidelijk dat Wilders de samenwerking met andere motieven zou aangaan en met andere klanken zou verdedigen dan de schrijver van de brief lief is. De verontwaardiging van de andere onderhandelaars over deze passages is begrijpelijk, maar de nadruk waarmee die verontwaardiging is gepresenteerd verdoezelt het dilemma waarover Klink het had.

Het dilemma is dat de voor de regering verantwoordelijke politieke partijen niet dezelfde boodschap hebben over hele wezenlijke zaken: het verbod van onderscheid naar afkomst en godsdienst, het immigratie- en inburgeringsbeleid en wie weet ook de ontwikkelingssamenwerking. Met verschillende berichten over de ratio van wet en beleid, weten mensen die het regeringsbeleid moeten uitvoeren of naleven niet waar ze aan toe zijn. Die kunnen zich weliswaar op de letter van de wet concentreren, maar elke jurist weet dat de letter in de praktijk lang niet altijd soelaas biedt, alleen al omdat de werkelijkheid zoveel grilliger is dan waarin de wetgever in een enkele regel kan voorzien. De geest van de wet biedt vaak genoeg uitkomst, maar dat zal niet het geval zijn als die zo gespleten is als de gezamenlijke geest van in ieder geval Klink en Wilders.

Na de nacht van Klink zou het voor de hand hebben gelegen dat de informateur en de medeonderhandelaars indringende vragen zouden hebben gesteld aan Wilders hoe hij denkt over dit dilemma, welke oplossing hij ziet en welke geruststelling hij de bezorgde CDA-leden en de vele niet PVV-stemmers heeft te bieden, in plaats van dat met zoveel tamtam is onderzocht welke zekerheid de CDA-onderhandelaars konden bieden dat het uiteindelijke akkoord door alle 21 factieleden van de kleinste van de beoogde coalitiefracties zou worden omarmd. Waarom heeft zelfs onderhandelaar Verhagen die vragen niet publiekelijk gesteld?

Het wordt klaarblijkelijk niet verstandig geacht het te hebben over Wilders’ manier van spreken en redeneren, over hoeveel een samenleving kan hebben van zijn zo vurig gewenste de-islamisering. Om met Wilders zelf te kunnen werken, of om contact te houden met zijn kiezers, wordt verkozen blozend de andere kant op te kijken, te zeggen dat je het nog wel mee vindt vallen in vergelijking met wat hij eerder heeft gezegd of, zoals afgelopen week, de pijlen gewoonweg te richten op degene die het waagt ertegenin te gaan. De communicatieadviseurs zullen waarschuwen tegen framing, maar in feite gaat het om een rechts taboe. Wilders grove taalgebruik en zijn keuze alle onheil in verband met de islam brengen moeten voor lief worden genomen. Wie dat niet doet, zoals onderhandelaar Klink, wordt geacht een grote fout te hebben gemaakt.

Casper van Treslong

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: